Over sprokkels in het smeulende brandhout

28 september 2021     door Marc Peeters

De Vivaldi-regeringsdraak blinkt niet uit door visie, moed, daadkracht en cohesie. Vooral de rode en blauwe koppen happen naar elkaar dat het een lieve lust is. De oranje kop in het midden houdt zich arglistig gedeisd, terwijl de groene koppen steilorig tirades debiteren. Ministers en staatsecretarissen gooien hun beleidsplannen in de mainstreammedia zonder vooraf hun collega’s in de regering op de hoogte te brengen. Recent waren dat Karine Lalieux (PS) over pensioenen, Eva De Bleeker (Open vld) over het begrotingstekort (35,7 miljard euro of 7,28% van het bbp in 2021), Thomas Dermine (PS) over het solidariteitsfonds voor de infrastructuurheropbouw in Wallonië na de overstromingen (1,2 miljard euro waarvan 600 miljoen euro voor rekening van de federale overheid). Deze excellenties dienen in de eerste plaats hun partijbelang en de zucht naar electoraal gewin, wat zich alvast laat meten in allerhande opiniepeilingen. Profilering bij opbod voor de achterban. Het summum van kortetermijndenken. Politiek als slecht theater. Government by media. Zelfs ervaren Wetstraatcommentatoren krijgen het op de heupen van ‘ceci n’est pas un gouvernement’. In hun drang naar de gunst van de kiezer trekken de politieke cenakels bovendien de roemruchte witte konijnen aan, figuren die maatschappelijk relevant zijn. Onder het konijnenbont schuilen meer dan eens opportunistische geldwolven die hun politieke engagement alras omvormen in subsidieslurpen en/of maandelijks parlementaire vergoedingen opstrijken zonder noemenswaardige tegenprestatie. De meest recente voorbeelden zijn Let's Go Urban-coryfee Sihame El Kaouakibi (ex-Open vld) en naar het zich laat aanzien, Pukkelpop-organisator Chokri Mahassine (ex-Vooruit).

Bij staatszender VRT kan je alvast niet terecht voor kritische, diepgravende analyses (...) Eén besteedt liever aandacht aan de speelpleinwerking in Zichem-Zussen-Bolder, het Belgisch kampioenschap zaklopen in Bachten de Kupe of de mislukte oogst in Buiten-Mongolië (met reporter ter plaatse). Altijd benieuwd.

Bij staatszender VRT kan je alvast niet terecht voor kritische, diepgravende analyses van het malgoverno. Het Journaal op Eén besteedt liever aandacht aan de speelpleinwerking in Zichem-Zussen-Bolder, het Belgisch kampioenschap zaklopen in Bachten de Kupe of de mislukte oogst in Buiten-Mongolië (met reporter ter plaatse). Altijd benieuwd. De vraagstelling in duidingsprogramma’s (of wat daarvoor moet doorgaan) op Canvas of De Afspraak (ouwe-jongens-krentenbrood), blijft oppervlakkig en overtreft nauwelijks het gezoem van een bromvlieg. Enkel de federale oppositie wordt aan de inquisitie onderworpen. Olijke ministers Tinne Van der Straeten (Energie - Groen)), Annelies Verlinden (Binnenlandse Zaken - CD&V) en Petra De Sutter (Ambtenarenzaken - Groen) zijn summa cum laude afgestudeerd in het nietszeggend rond-de-pot-draaien. Hun verbale pirouettes doen hun toehoorders duizelen. Hun parmantige francofone evenknieën Sophie Wilmès (Buitenlandse Zaken - MR), Ludivine Dedonder (Defensie - PS) en Zakia Khattabi (Klimaat en Milieu - Ecolo) moeten voor hen niet onderdoen, zij verzorgen neus in de wind hun carrièreplanning. Frank Vandenbroucke (Sociale Zaken en Volksgezondheid - Vooruit) blijft zijn pedante zelfgenoegzaamheid etaleren, Vincent Van Peteghem (Financiën - CD&V) morrelt sluw aan al dan niet verdoken belastingen, Vincent Van Quickenborne (Justitie - Open vld) gedraagt zich nog altijd als een mediageile blauwe derwisj en Alexander De Croo (primus inter pares - Open vld) blijft wentelen in zoetsappigheid. Business as usual. In de mainstreammedia knikken de lakeien van de paarsgroenoranje draak braaf. In hun ogen is alles beter dan het verfoeilijke Vlaams-nationalisme. Een terugkeer naar het unitaire België is hun natte droom. Tous ensemble, jawel!

Het vuur aan de lont

Het pensioenplan van PS-minister Karine Lalieux is niet meer dan een rozerode suikerspin, die noch de blauwe coalitiepartners in de federale regering, noch de experts in de materie kunnen smaken. Een onverteerbaar misbaksel, door de premier achteraan op zijn wervenlijst gezet. Wie binnen een beroepsloopbaan van dertig jaar maar tien jaar effectief heeft gewerkt tegen gemiddeld 104 dagen per jaar, krijgt als het van de PS-sirene afhangt, straks een minimumpensioen van 1.500 euro per maand. De facto is zes jaar effectief werken al genoeg, want tweederdearbeid geldt als een voltijdse baan. Streven naar een pensioenleeftijd van 67 jaar in 2030 (actueel nog altijd 65 jaar) was sinds de regering-Michel de norm, gecombineerd met een carrière van minstens 45 jaar voor een volledig pensioen. Vervroegd pensioen is in die context mogelijk vanaf de leeftijd van 63 jaar, na een carrière van 42 jaar. Lalieux laat in haar voorstel de leeftijdsgrens vallen en beperkt zich tot de loopbaan van 42 jaar om vóór de wettelijke pensioenleeftijd te kunnen stoppen met werken. Gelijkgestelde periodes zoals werkloosheid, ziekte en invaliditeit inbegrepen, maar ook tijdskrediet en ouderschapsverlof. Niet minder dan 30% van de pensioenopbouw (ambtenarij en privésector) bij de mannelijke werknemers en 37% bij de vrouwelijke bestaat uit gelijkgestelde periodes. In het zelfstandigenstelsel is dat amper 3% en 5%. Van de 60 tot 64-jarigen is vandaag nog nauwelijks 35% aan het werk. Geen wonder dat het stelsel van de sociale zekerheid kreunt en kraakt. Er is een onmiskenbaar profitariaat ontstaan dat om politieke redenen vooral in Wallonië en Brussel niet wordt aangepakt. Van de PS-kiezers is twee op de drie werkloos of arbeidsongeschikt. Al decennialang zorgt de werkloosheidsval ervoor dat het voor vele lage inkomens lucratiever is thuis te blijven met een vervangingsinkomen dan aan de slag te gaan. ’t Zijn zotten die werken’ zong Juul Kabas al in 1979.

De losse flodders van minister-criminologe Lalieux reppen met geen woord over een gelijkschakeling van de diverse pensioenstelsels (ambtenaren, werknemers, zelfstandigen). Diverse ambtenaren moeten minder lang werken dan werknemers voor een volledig pensioen dat veelal beter uitvalt. Evenmin is er sprake van een solidariteitsbijdrage waarbij de hoogste pensioenen (ambtenaren) worden afgetopt in het voordeel van de laagste pensioenen (zelfstandigen). Van een PS-barones moet je niets anders verwachten. Het gemiddelde bruto pensioen van een werknemer bedraagt 1.324 euro, bij een zelfstandige is dat 941 euro en bij een ambtenaar 2.795 euro. Zowat 10.000 gewezen ambtenaren ontvangen maandelijks zelfs 5.900 euro bruto. Een gelijkschakeling van de pensioenstelsels blijft een uitdaging en zal hoe dan ook pas over 45 jaar haar volledige beslag krijgen. Dan is de as van uw Knorrige kronkelaar al lang gone with the wind. Maar goed, beter laat dan nooit met de start van die altijd weer uitgestelde harmonisering. Karige pensioenen en een ingewikkeld systeem stimuleren het vertrouwen van de burger in de overheid niet. Als belastingonderhorige heeft hij/zij/x immers jarenlang hoge bijdragen geleverd aan de staatskas en aan de sociale zekerheid. De return on investment is ruim onvoldoende.

 

 

Het ambtenarenpensioen is de olifant in de kamer. Volgens het meest recente jaarverslag van de Federale Pensioendienst betaalde ons land in 2019 aan 535.000 ambtenaren een rust- of overlevingspensioen uit. Goed voor een totaal kostenplaatje van ruim 16 miljard euro. 15% van het totale aantal uitgekeerde pensioenen gaat naar ambtenaren die vervroegd op pensioen zijn gestuurd wegens lichamelijke ongeschiktheid om hun baan nog uit te oefenen. In 2016 becijferde de OESO dat België van alle ontwikkelde landen proportioneel het meest uitgeeft aan ambtenarenpensioenen. Volgens ‘The 2021 Ageing Report: Economic and Budgetary Projections for the EU Member States (2019-2070)’ van de Europese Commissie prijkt ons land op de vierde plaats in de Europese ranglijst van het bbp-percentage dat naar ambtenarenpensioenen gaat. In 2019 nam 40% van de ambtenaren zijn of haar pensioen al op 60 jaar. Bij de werknemers uit de privésector was dit maar 12%. Bij de zelfstandigen werkte 70% toen door tot de leeftijd van 65 jaar.

Een louter wettelijk pensioen spoort voor werknemers en zelfstandigen in de praktijk met een verlies aan koopkracht, dat ze compenseren met privépensioenregelingen die gelukkig een fiscaal voordeel genieten. Ook al groeit de angst dat de politici ooit het aanvullend pensioen, het pensioensparen of de beleggingen en investeringen fiscaal zullen aanpakken, nu er steeds meer geld naar toevloeit. Zo wordt het wantrouwen over een mooie oude dag totaal. Het principe van loon naar werken lijkt in elk geval meer dan ooit zoek. Wie langer werkt, wordt daar amper voor beloond. Genereuze regelingen maken dat een gemiddelde loopbaan in België slechts 33,4 jaar bedraagt (Duitsland 39, Nederland 41). Het huidige systeem negeert bovendien de groeiende levensverwachting, in België gemiddeld 80,8 jaar (Vlaanderen 82 jaar), voor vrouwen is dat 83,1 jaar, voor mannen 78,5 jaar (cijfers 2020 Statbel). Ive Marx, hoogleraar sociaaleconomische wetenschappen UAntwerpen, in De Standaard van 04/09/2021: ‘Een pensioenhervorming behoort een contract van intergenerationele solidariteit voor de lange termijn te zijn, met duidelijke doelstellingen en principes. De doelstelling van het plan-Lalieux lijkt te zijn: de regering rechthouden en electorale schade beperken. Er zit geen andere logica achter.’ Nochtans, de klok tikt, hoe langer een diepgaande hervorming wordt uitgesteld, hoe kleiner de impact daarvan wordt.

Tegen 2050 groeit het aandeel van de pensioenuitgaven in het Belgisch bruto binnenlands product (bbp) tot 14%, wat leidt tot 15,5 miljard euro extra kosten.

Vandaag spenderen de verschillende overheden op jaarbasis globaal 52 miljard euro aan pensioenen. Tegen 2050 groeit het aandeel van de pensioenuitgaven in het Belgisch bruto binnenlands product (bbp) tot 14%, wat leidt tot 15,5 miljard euro extra kosten. Er komen tegen die tijd netto een miljoen gepensioneerden bij. Berekeningen van de Studiecommissie voor de Vergrijzing geven aan dat vooral de financiering van de ambtenarenpensioenen op termijn onhoudbaar wordt. Financiële reserves zijn er door de hoge staatsschuld niet, die bedraagt 118,6% van het bbp, in absolute cijfers 456,68 miljard euro op 31/08/2021. De stijging van de productiviteit slabakt (bij thuiswerk daling met 20% tegenover de prestaties op kantoor, volgens VUB-hoogleraar sociologie Ignace Glorieux), de werkzaamheidsgraad is nog ver verwijderd van de doelstelling van 80% in 2030 (667.000 mensen extra aan de slag), wat  noodzakelijk is voor de financiering van de PS-sinterklaaspolitiek. Die werkzaamheidsgraad bedraagt voor België actueel 69,0% voor Vlaanderen is dat 74,0%, voor Wallonië 62,9% en voor het Brussels Gewest 60,4% (cijfers Q1 2021 Statbel). Het Europees gemiddelde beloopt 72,9%. Nog een lange en hobbelige weg te gaan, vooral in Wallonië en Brussel.

Socioloog Jan Hertogen (KU Leuven) heeft overigens berekend dat de loontrekkende tewerkstelling in de publieke sector momenteel niet minder dan 46,7% van alle tewerkstelling in België vertegenwoordigt. Nagenoeg één op twee Belgen werkt dus voor de overheid als we er de welzijns- en zorgsector bijrekenen, samen met de culturele sector en het onderwijs, omdat die allemaal hun financiering rechtstreeks ontvangen van vadertje Staat. In de privésector schreeuwen en smeken de bedrijven vandaag om werkkrachten, zelfs laaggeschoolden kunnen zo aan de bak, van de bouw tot in de horeca. Er zijn niet minder dan 90 knelpuntberoepen. Maar in West-Vlaanderen zullen nog eerder Noord-Fransen aan de slag gaan dan werklozen uit het armlastige PS-bastion Henegouwen.

Voor België halen we de doelstelling van 80% werkzaamheidsgraad voor de 25- tot 54-jarigen (80,3%) en voor de hooggeschoolden (86,2%). Daar staan echter meerdere categorieën tegenover waarvan de werkzaamheidsgraad ver achter loopt: de 55- tot 64-jarigen (53,3%), de kortgeschoolden (46,9%), de mensen met een handicap of een ziekte (40,8%) en de mensen met een niet-EU-nationaliteit (40,2% - wat de retorische vraag oproept wat 59,8% van hen in België houdt, buiten het genot van de sociale zekerheid). Van de 31% werklozen in België is maar 4% werkzoekend, 3% is werkloos maar niet officieel werkzoekend, de rest (24%) is niet beschikbaar of inzetbaar. Typisch voor de Belgische arbeidsmarkt is dat relatief veel mensen niet aan de slag zijn, maar evenmin werkzoekend. Uit een analyse van het onderzoekscentrum Steunpunt Werk blijkt dat meer dan 1,7 miljoen mensen, meer dan een kwart van de beroepsbevolking, in dat geval verkeert. Het gaat over langdurig zieken, vervroegd en bruggepensioneerden, huisvrouwen/-mannen en studenten. Ook mensen die de zoektocht naar werk hebben opgegeven, bv. omdat ze geen kinderopvang vinden of de moed laten zakken, vallen in die categorie.

Belastingburn-out

De vergrijzing is een van de grote zorgpunten in het voortbestaan van het pensioensysteem. Wat blijkt? Minister Lalieux consulteerde voor haar hervormingsvoorstel niet eens de Studiecommissie voor de Vergrijzing, een afdeling van de Hoge Raad van Financiën, die in dienst staat van de ministers van Financiën en Begroting om fundamentele problemen van budgettaire, financiële en fiscale aard te analyseren en daarover te adviseren. Federaal minister van Werk Pierre-Yves Dermagne (PS uiteraard) springt zijn collega bij met extra kersen op de uitgaventaart. Hij herneemt een hersenspinsel van Ecolo-Groen, de ‘trampolinepremie’: de vrijwillige werkloosheid na ontslag door de werknemer, mét uitkering van werkloosheidsvergoeding door de overheid. Dat laatste is vandaag enkel mogelijk bij ontslag door de werkgever. Als wie zelf ontslag neemt, onbeperkt recht krijgt op een werkloosheidsuitkering, mogen we meteen ook de ambitie voor langer werken opbergen. ‘Vrijwillige werkloosheid, omgekeerde degressiviteit voor werkzoekenden die een opleiding volgen en het stimuleren van arbeidsduurverkorting. Terwijl de bedrijven hun vacatures niet ingevuld krijgen, kiest PS-minister van Werk Dermagne voor recepten die mensen wegtrekt van de arbeidsmarkt’, stelt Stijn Baert, arbeidseconoom UGent, in Het Laatste Nieuws van 22/09/2021.

 

 

Het toenemend aantal langdurig zieken vormt een acuut probleem in dit verhaal. Het is de voorbije vijf jaar met meer dan 25% gestegen. België blijkt een van de ziekste landen van Europa. Bijna 500.000 Belgen zitten al een lange tijd ziek thuis (471.040 op 31/12/2021). Meer vrouwen (58%) dan mannen (42%). Vroeger waren rugklachten de oncontroleerbare reden voor langdurige arbeidsongeschiktheid, nu is het burn-out. 15% van de kantoorwerkers verveelt zich zelfs en heeft last van een bore-out. Hoe verzinnen ze het. In 2019 was 6,4% van onze bevolking tussen 20 en 64 jaar buiten strijd door ziekte of invaliditeit. Dat is de helft meer dan het Europese gemiddelde (4,3%). Het aantal zieken en invaliden blijft in België klimmen, terwijl dat elders in Europa sinds 2015 niet meer het geval is. De kostprijs van de langdurige arbeidsongeschiktheid bedraagt ruim 9 miljard euro, op te hoesten door de belastingbetaler. Daarbij zijn er grote verschillen tussen de gewesten: in Vlaanderen ging het aandeel langdurig zieken en invaliden tussen 2012 en 2019 omhoog met bijna 1 procentpunt tot 5,7%, in Brussel steeg dat ongeveer evenveel tot 5,9%. Maar in Wallonië was de klim met 2,6 procentpunten tot 7,5% opmerkelijk groter. Een verklaring voor de cijfers is dat werklozen vandaag meer worden aangespoord om te gaan werken, om dan even later naar het ziekte- en invaliditeitsstelsel te verkassen.

Terwijl het aantal werklozen de afgelopen tien jaar met pakweg 300.000 afnam, steeg het aantal zieken en invaliden met 200.000. Het gaat duidelijk om communicerende vaten. België combineert een minder dan gemiddelde werkzaamheidsgraad met een hoger dan gemiddelde ziekte- en invaliditeitsgraad en is daarmee redelijk uniek in Europa. Alweer. Het Rekenhof, de financiële waakhond van de regering, maakt in een recente audit officieel brandhout van de huidige aanpak. Re-integratietrajecten als ontslagmachine, dubbel werk en veel onduidelijkheid. De begeleiding van langdurig zieken loopt helemaal in het honderd. ‘Om het beleid te evalueren en bij te sturen ontbreekt het de overheid aan de meest elementaire informatie over de trajecten en de stappen in het proces. Geen enkele instantie werd belast met het verzamelen, bijhouden en ter beschikking stellen van gegevens met het oog op evaluatie.’ Een redelijk vernietigende analyse die verschenen is in De Standaard van 24/09/2021.

Wie de rekening moet betalen voor het voorgespiegelde socialistische luilekkerland is vooralsnog niet uitgesproken...

Wie de rekening moet betalen voor het voorgespiegelde socialistische luilekkerland is vooralsnog niet uitgesproken, al gaan in Vlaanderen best de alarmklokken luiden. Christendemocratisch minister van Financiën Vincent Van Peteghem broedt op een fiscale hervorming (zijn magnum opus) waarbij het accent zou liggen op een verlaging van de lasten op arbeid, via een groene taxshift die focust op consumptie, vervuiling en kapitaal. De inspiratiebron hiervoor is het meerderheidsadvies dd. 06/05/2020 van de Hoge Raad van Financiën, Afdeling fiscaliteit en parafiscaliteit: ‘Verlaging van de lastendruk op arbeid en mogelijkheden voor de financiering ervan’. Citaat uit de conclusie: ‘Een aantal leden van de Afdeling, (waaronder voorzitter Herman Matthijs, hoogleraar openbare financiën UGent en VUB) meent dat het meerderheidsvoorstel de werkende middenklassen disproportioneel zwaar zou treffen aangezien zij veel zouden verliezen en slechts weinig in de plaats zouden krijgen. In de Belgische context is het bovendien zo dat deze groep vandaag al één van de zwaarst belaste ter wereld is. Na dit hervormingsvoorstel zullen zij nog zwaarder worden getroffen. Het ideologisch gekleurd meerderheidsvoorstel gaat vooral uit van ‘bijzondere aandacht’ voor de laagste inkomens en uitkeringstrekkers en stelt slechts beperkt het belang van de reeds zwaar belaste werkende middenklassen voorop.’ Een belangrijke nuance die uitdieping verdient.

De christendemocratische vakbond ACV heeft aan nuancering geen boodschap en roert de lastentrom. Marc Leemans, de brulboei-voorzitter, pleit voor de invoering of verhoging van sociale lasten op studentenjobs, flexi-jobs, de kluseconomie, maaltijdcheques, ecocheques, consumptiecheques, de tweede pensioenpijler. Hij wil extra taksen op alle inkomsten uit vermogen (België zit al bij de top drie-landen in de EU voor belastingen zowel op roerend als op onroerend vermogen). In zijn jargon is de belastinglijfeigenen uitpersen als citroenen 'fair'. Anderen noemen dat een bord voor de kop. De vakbondsroeptoeter wil voorts dat wie de schoolbanken verlaat zonder diploma, meteen weer een uitkering krijgt, hij wil een hogere tegemoetkoming voor wie deeltijds werkt én hij wil uitzendwerk beperken. Is dit een sequel van Jurassic Park met Leemans in de rol van de tyrannosaurus rex? Geslaagde vertolking alvast! Als het van hem afhangt, komen er nog sociale lasten op bewegen en ademen. Het monster van de sociale zekerheid dient gespijsd. Van een afslankingskuur door bv. de beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd of meer controle op het toenemend aantal langdurig zieken, kan geen sprake zijn. Wanneer wordt dit soort figuren bijgezet in het natuurhistorisch museum? België, nog altijd rigide vakbondsland. Met een geprivilegieerde kaste van ambtenaren, die zichzelf bedient met riante pensioenen, het belegen riedeltje neuzelend van het uitgesteld loon.

PS-voorzitter Paul Magnette wil zelfs wijlen Steve Stevaert doen herleven: gratis openbaar vervoer (spoorwegen inclusief) voor iedereen. Kostprijs voor de NMBS alleen: 700 miljoen euro per jaar, te financieren door een verhoging van de jaarlijkse taks op de effectenrekeningen met een ‘gemiddelde waarde’ van minstens 1 miljoen euro, van 0,15% naar 0,50%. Dit voorstel was voorspelbaar. Rara, welk gewest in België gaat het leeuwendeel van de effectentaks betalen? De rekening voor de tsunami aan lasten komt zoals steeds hoofzakelijk bij de Vlamingen terecht. De PS-vaandeldragers Lalieux en Dermagne zijn dan ook, net als lastenveelvraat Leemans, grote liefhebbers van de sappige Vlaamse belastingcitroenen. Daarin bijgestaan door de fiscale administratie. Leen Ketels, advocaat en partner Renier & Ketels.Tax, in Trends van 23/09/2021: ‘Fiscaal ambtenaren zijn verworden tot pavloviaanse wezens die beloond worden als ze een interne richtlijn naleven en gestraft worden als ze oor hebben naar de redelijke argumenten van de belastingplichtigen. Jaren geleden werd bijvoorbeeld de instructie gegeven om bij elke fiscale controle een belastingverhoging van minimaal 10% op te leggen. Dat holt de fiscale wet uit, want die voorziet in de mogelijkheid om af te zien van een belastingverhoging bij goede trouw. De tijd dat daarover gepraat kon worden, ligt al lang achter ons. Of beter: u mag erover praten zoveel u wilt, zelfs de meest begripvolle ambtenaar zal zich verplicht zien de belastingverhoging te behouden.’

En wat te denken van besparingen op het overheidsapparaat? In 2019 bedroegen de Belgische overheidsuitgaven, dat wil zeggen de primaire uitgaven plus de rentelasten, 52,1% van het bbp tegenover 47% gemiddeld in de eurozone. België was zo het land met de derde hoogste uitgaven, na Frankrijk en Finland, 4,5 procentpunt van het bbp hoger dan het gemiddelde van de belangrijkste buurlanden. In absolute cijfers gaat het om 20 miljard euro, geen peulschil. Het big spending-niveau doet zich bij ons al decennia voor. De overheidsuitgavenratio is vooral tussen 2007 en 2009 gestegen als gevolg van de economische en financiële crisis. Terwijl landen als Nederland en Duitsland er daarna in slaagden om die ratio terug te brengen tot het niveau van vóór de crisis, lukte België daar slechts gedeeltelijk in. Door de gezondheidscrisis zijn de totale overheidsuitgaven opnieuw fors gestegen, in 2020 tot 60% van het bbp. Om naar verwachting in 2021 en 2022 te landen op 55%. Een uitdaging voor de Vivaldi-draak bestaat erin te voorkomen dat de toename een persistent karakter krijgt. Voor roodgroenlinks is dat geen probleem, het is nu eenmaal plezieriger en electoraal lucratiever met gulle hand belastinggeld uit te delen eerder dan besparingen op te leggen.

In België valt 90 % van de overheidsuitgaven onder vijf functiecategorieën. De helft ervan zijn in feite uitgaven voor ‘sociale bescherming’ of ‘gezondheid’. De categorieën ‘algemeen bestuur’, ‘economische zaken’ en ‘onderwijs’ vertegenwoordigen een vergelijkbaar aandeel in de totale uitgaven, namelijk ongeveer 13% elk. Vergeleken met de buurlanden kent België hoge loon- en bedrijfssubsidies toe, dikwijls om de evenzeer hoge lasten op arbeid te compenseren. Loonsubsidies bedragen in België 4,7% van de loonmassa, tegenover 3% in Frankrijk en minder dan 1% in Nederland en Duitsland. Eigenlijk gaat het om een vestzak-broekzakoperatie waarmee politici die aan de knoppen zitten, zich kunnen profileren, maar die veel weg heeft van een vicieuze cirkel. Het systeem is bovendien uitgegroeid tot een complex kluwen, wat grondige hervormingen afschrikt. Bewust of onbewust? Meer informatie in het artikel ‘Welke overheidsuitgaven in België zijn hoog? Een vergelijking met de buurlanden’, gepubliceerd in het Economisch tijdschrift van de Nationale Bank van België (september 2021).

 

 

Ach wat. De Belgische politiek zal zich met de gebruikelijke futiele spelletjes voortslepen tot 2024, tenzij interne tegenstellingen de Vivaldi-draak eerder doen ineenstuiken. De uitslag van de volgende federale en Vlaamse verkiezingen wordt een scharniermoment, de laatste kans voor het intellectuele zwaargewicht Bart De Wever (en zijn N-VA) om te tonen dat hij in staat is samen met een Franstalige evenknie type Paul Magnette (en zijn PS) of Georges-Louis Bouchez (en zijn MR) dit land uit zijn uitzichtloze toestand van lethargie te halen. Een werk van Hercules en de opruimprijs van de augiasstal zal hoog zijn. De Wever beschouwt 2024 als zijn afspraak met de geschiedenis. Dan zal hij toch eindelijk de teugels in handen moeten nemen die hem nu al twee keer zijn aangereikt, op Belgisch, respectievelijk op Vlaams niveau. Telkens heeft hij ervoor gekozen burgervader van Antwerpen te blijven. Hoe dan ook zijn er in de komende periode genoeg hete hangijzers om het vuur in het hol van de zevenkoppige Vivaldi-draak op te poken. Hopelijk komt hij er niet levend uit.

De pampers zijn uit voorraad

De decennialange laksheid, de misplaatste tolerantie, van bewindvoerders en gerecht tegenover de onwil tot integratie van bepaalde allochtone gemeenschappen, voornamelijk uit de Maghreb en Sub-Saharaans Afrika, blijft nefaste gevolgen hebben voor de samenleving. In het bijzonder door de koppeling aan in casu islamitische voorschriften, beschouwd als superieur aan de normen en waarden van de Westerse maatschappij, de lekenstaat (laïcité). Met financiering van moskeeën en imams door de ministeries voor religieuze zaken van islamitische staten als Marokko, Saoedi-Arabië en Qatar, maar ook Turkije (de Diyanet) voor de Turkse gemeenschap. Kortom buitenlandse inmenging voor de promotie van een specifieke godsdienst, dikwijls in haar fundamentalistische variant (wahabisme of salafisme). Marokko en Turkije gebruiken de islambediening ook als instrument voor politieke doeleinden, ze beschouwen de diaspora vanuit veiligheidsperspectief nog steeds als Marokkaanse of Turkse onderdanen, ongeacht of zij over een Belgische of Europese nationaliteit beschikken. Daarbij dient opgemerkt dat de Turkse Diyanet eerder het hanafisme navolgt, een soennitische rechtsschool die het meest openstaat voor moderne en liberale ideeën.

De zelfgeorganiseerde getto’s in grote steden, enclaves in de democratische rechtsstaat, veroorzaken in heel wat Europese landen een knagend onbehagen dat in de samenleving woekert als Japanse duizendknoop.

De zelfgeorganiseerde getto’s in grote steden, enclaves in de democratische rechtsstaat, veroorzaken in heel wat Europese landen een knagend onbehagen dat in de samenleving woekert als Japanse duizendknoop. Het aspect criminaliteit valt daarbij niet te negeren. Recent zijn tot frustratie van de politievakbonden voor de zoveelste keer politiemensen aangevallen in Brussel en Gent. In Antwerpen doet de mocromaffia zich gelden met granaataanslagen. In Gent zijn ook studenten fysiek het slachtoffer van agressieve Brusselse en Noord-Franse allochtone jeugdbendes die keet komen schoppen, letterlijk. De verbetenheid van deugpronkers om onze eigen westerse cultuur te veroordelen, de zelfafwijzing, is omgekeerd evenredig met hun doorgeschoten gedooggedrag voor importcriminaliteit, de miskenning van vrouwenrechten en genderdiscriminatie. ‘Het populistische heksenbrouwsel van thema’s als immigratie, islam, terrorisme en misdaad in één angstaanjagend narratief, is bijzonder potent’ (Timothy Garton Ash, hoogleraar Europese studies aan de universiteiten van Oxford en Stanford, in De Standaard van 17/09/2021). Dat kunnen de adepten van het cultuurrelativisme alvast op hun conto schrijven.

Bij het heksenbrouwsel hoort ook de aversie van diezelfde allochtone gemeenschappen voor de vaccinaties tegen covid-19 en in het algemeen de voorzorgsmaatregelen om besmetting met sars-CoV-2 te vermijden (controle op quarantaine is in Brussel vrijwel onbestaande). Twaalf Brusselse gemeenten kennen de laagste vaccinatiegraad van heel België, én tegelijkertijd de hoogste besmettingsgraad: Sint-Jans-Molenbeek, Sint-Joost-ten-Node, Koekelberg, Anderlecht, Schaarbeek, Brussel, Ganshoren, Sint-Agatha-Berchem, Jette, Vorst, Sint-Gillis en Evere. De cijfers van volledige vaccinatie variëren van 38,52% in Sint-Jans-Molenbeek tot 51,96% in Evere (22/09/2021). Voor het volledige Brussels Hoofdstedelijk Gewest is dat 51,10%, voor Vlaanderen 78,42%, voor Wallonië 67,15% en voor België als geheel 72,35%. De Brusselse gewestregering geeft ter zake blijk van onkunde, traagheid en warrige communicatie. ‘Vaccineren gaat niet alleen om de eigen gezondheid, maar vooral ook om verantwoordelijkheid nemen voor elkaar, voor de gezondheidszorg en voor de samenleving. Diegenen die zich niet laten vaccineren, gedragen zich als vrijbuiters die genieten van een publiek goed dat tot stand is gekomen zonder er zelf aan te hebben bijgedragen’, stelt moraalfilosoof Patrick Loobuyck (hoogleraar UAntwerpen en UGent) in zijn boek ‘Met elkaar - Voor elkaar’, gepubliceerd bij Pelckmans op 04/08/2021. Vaccineren is een vorm van solidariteit. Een vaak ingeroepen begrip om financiële of materiële steun te verkrijgen. Bij voorkeur zonder daarover verantwoording af te leggen. Rechten, maar geen plichten. Wat artsen en zorgmedewerkers aangaat, heeft de patiënt in een ziekenhuis of de bewoner van een woon-zorgcentrum het elementaire recht zeker te mogen zijn dat die allemaal volledig gevaccineerd zijn. Vaccinatiegraad zorgpersoneel ziekenhuizen: Vlaanderen 96,5%, Wallonië 83,9%, Brussel 84,6%. Vaccinatiegraad zorgpersoneel woon-zorgcentra: Vlaanderen 93,8%, Wallonië 78,5%, Brussel 66,9%. Cijfers 28/09/2021 van het Federaal Kenniscentrum voor de Gezondheidszorg.

 

 

Gevaccineerden lopen een hoger risico als er meer niet-gevaccineerden in de buurt zijn. Omgekeerd genieten niet-gevaccineerden bescherming als hun buren ingeënt zijn. Overigens, als vaccinatie tegen covid-19 verplichten taboe is want contraproductief, als alleen sensibiliseren kan, maar niet sanctioneren, dan kunnen we ook het verplicht betalen van belastingen, sociale bijdragen en boetes allerhande in vraag stellen. Vrijheid, blijheid! Het verzet tegen de coronapas, het Covid Safe Ticket, is al even irrationeel. Geen pasjesmaatschappij (sic onze uitvluchtenpremier)? Vrijwel iedereen draagt al twee pasjes bij zich: de verplichte identiteitskaart en voor wie zich gemotoriseerd verplaatst, het rijbewijs. Van opgeklopte heisa gesproken. Much ado about nothing.

Het spreekt voor zich dat demagogische partijen rechts en links van het spectrum garen spinnen bij de cultuur van isolement en afwijzing. Wie een open, diverse, inclusieve samenleving nastreeft, neemt best afstand van de kruidje-roer-mij-niet-mentaliteit, de slachtofferopstelling en het opgewonden woke-discours dat daarmee gepaard gaat. Laat het overigens duidelijk zijn dat bovenstaande commentaar geen betrekking heeft op Belgische medeburgers van buitenlandse origine (over meerdere generaties), arbeidsmigranten of erkende vluchtelingen die zich wel inschrijven in de democratische beginselen van gelijkwaardigheid, vrijheid van meningsuiting, gendergelijkheid, non-discriminatie, scheiding tussen religie en staat. Van xenofobie of racisme kan hier geen sprake zijn, beide zijn verwerpelijk. Levensbeschouwelijke neutraliteit nastreven in publieke functies en het onderwijs is geen schaamlapje voor vooroordelen, zoals roodgroenlinks claimt, maar een vereiste voor een respectvolle omgang van burgers met elkaar zonder angst voor conflicten. Over de polarisatie tussen de Verlichtingswaarden en de islam, over thema’s als integratie, meerlagige identiteit, vrije meningsuiting en de wokecultuur, fake news en social media, globalisering en migratie, over het probleemoplossend vermogen van een samenleving, hebben Bart De Wever (N-VA-voorzitter) en Khalid Benhaddou (imam en directeur van CIRRA, expertise- en onderzoekscentrum over levensbeschouwing en diversiteit) in gesprek met journaliste Lisbeth Imbo een boek gepubliceerd onder de titel ‘Botsen de beschavingen?’ - het is uitgegeven bij Pelckmans op 14/09/2021. In de marge, in Antwerpen stemt 80% van de kiezers met Marokkaanse of Turkse roots voor linkse partijen, de communistische PVDA is koploper met 30%.

Oogklepdenken

De woke-slachtoffercultuur met haar safe spaces voor minderheden, haar taalpuritanisme (de gevoeligheid voor de woorden ‘zwart’ en ‘wit’, de genderneutraliteit) en haar cancelen van wie haar niet welgevallig is (recent theatermaker en beeldend kunstenaar Jan Fabre, tevoren televisiemaker Bart De Pauw, cineasten Roman Polanski en Woody Allen, acteur Kevin Spacey, schrijver Jef Geeraerts), sluit natuurlijk naadloos aan bij de supra geschetste mentaliteit. De impact, met beeldenstorm, boekverwijdering en broodroof, doet zich voelen aan universiteiten, in cultuurhuizen, in musea, in de media, bij uitgeverijen. Nederlands auteur Jamal Ouariachi (EU-literatuurprijs 2017 voor de roman ‘Een honger’) in De Standaard van 11/09/2021: ‘Uitgevers en krantenredacties laten zich knechten door de heersende, modieuze moraal van een groepje luid schreeuwende activisten. Activisten die een moraal prediken waarin elk miniem kwetsuurtje onverdraaglijke pijnen oplevert. Wat ze in de voetballerij een schwalbe noemen, is de standaardgedragscode binnen het woke-activisme. Eén verkeerd woord? Op de grond gaan liggen en janken. Kranten beven voor cancelbeluste activisten die bij elk scheetje ‘racisme!’ of ‘transfobie!’ krijsen. Wie uit lafheid woorden en gedachten inslikt, is medeplichtig aan intellectuele stagnatie. Zonder pijn gaat het niet - dat lijken uitgevers en krantenredacties vergeten te zijn. Ik roep ze op niet langer te zwichten voor de terreur van de zogenaamd wakkeren.’

Luc Sels, rector van de KU Leuven, waarschuwde op de openingszitting van het Leuvense academiejaar 2021-2022 en in De Standaard van 27/09/2021 voor het verlammende effect dat polarisering, de uitwassen van de cancel culture en de woke-beweging kunnen hebben in de Vlaamse wetenschappelijke wereld. Ze zetten de academische vrijheid onder druk en bedreigen de vrijheid van meningsuiting. ‘De woke-beweging heeft rugwind gegeven aan thema’s die al op de kaart stonden, maar meer aandacht verdienden: racisme, uitsluiting, discriminatie, dekolonisatie. Maar het heeft een activistische, militante kant gekregen waar ik me heel erg ongemakkelijk bij voel. Voor extreme fracties ben je woke of ben je een toonbeeld van ‘blanke zwakheid’ of ‘kolonialistische rationaliteit’. Dat is problematisch, want dan is er géén debat meer mogelijk. En dat is niet het beeld dat ik heb van een universiteit. De stellingenoorlog die je ziet als wetenschappers een standpunt innemen, onder meer in woke-thema’s, duwen ons terug de ivoren toren in. Wetenschappers durven soms de deur naar de samenleving niet meer door te gaan. Want zelfcensuur en terughoudendheid zijn menselijke reacties op publieke aanvallen en de cancelcultuur. In sommige Angelsaksische universiteiten is er een ongezonde druk naar ideologische conformiteit. Dat ondermijnt de missie van een universiteit.’ Er komen uit woke-hoek steeds meer vragen met de eis professoren te muilkorven of zelfs te ontslaan. Er is ook sprake van fysieke bedreigingen. Sels: ‘Het is een mijnenveld. Het aantal Vlaamse wetenschappers dat vorig jaar politiebescherming nodig had, kan ik niet meer op één hand tellen.’ Blijkbaar kan je vandaag maar beter een niet-eurocentristische, genderneutrale figuur zijn zonder huidskleur, kortom een sociale robot, eerder dan een witte hetero hoogleraar van een zekere leeftijd. Het is hoog tijd dat academische overheden de vrijheid van evidencebased onderzoek en van tegenstrijdige visies resoluut verdedigen en het respectvol debat aanmoedigen zonder uitsluiting van wie dan ook. Een kwestie van intellectuele hygiëne. Sels: ‘Wetenschappelijk pluralisme maakt dat studenten niet zwart-wit denken. Wij leiden de genuanceerden van de toekomst op.’ Meer dan nodig. ‘Du choc des idées jaillit la lumière’ (Nicolas Boileau). Het georganiseerd meningsverschil is eigen aan de deliberatieve democratie. Aan een dictatuur van de minderheden hebben we geen boodschap.

 

 

Onderzoeksjournaliste Hind Fraihi in De Tijd van 23/09/2021 over oude witte heteromannen op het hellende vlak naar de totale vergetelheid en irrelevantie, althans in de woke-filosofie: ‘Wat is dat toch met wit? Het probleem, kort, is dat 'witten' kansrijk zijn geboren. Ze hebben de overgrote meerderheid van het kapitaal en het onroerend goed in handen, die vuilgemaakt zijn aan kolonialisme en ongelijke machtsverhoudingen. Wit is niet louter een huidskleur. Wit, in combinatie met heteroseksualiteit, zou een probleem van jewelste zijn. Het kwade in het kwadraat. Ik word daar stil van, want is dat nu de slotsom van decennia strijd tegen racisme, discriminatie en seksisme? Is het hier waar het schip naar gelijkheid strandt? Op de zandbank van waanzinnig woke, dat als term verwijst naar een heuse ontwaking? Figuurlijk wakker worden, zich bewust zijn van maatschappelijke misstanden door hippe woorden van stal te halen. Alsof al de rest zou slapen. Of boos is. Enter de boze, witte man. En wie onder de slapers niet wit is, is op zijn minst zo zacht als een gevulde reep chocola. De bounty dus, net een kokosnoot. Bruin van huidskleur maar vanbinnen wit, wegens geconformeerd aan de witte samenleving. Bounty’s zijn slaapdronken, dwalen in de strijd. Tussen slaap, sluimer en dageraad bestaat een heel trappensysteem van waardering of verstoting. Het klinkt kluchtig allemaal, en dat is het ook. Nu aanzien rabiate wokers kleurenblindheid als een vorm van microagressie, die de machtswanverhoudingen zou uitwissen. In die visie moet verschil benadrukt worden. Dan kruip ik liever in bed, want geen gedachten of gedragingen zijn te herleiden tot een kleur. Kleuren scheiden is voor het wasgoed.’

Ook de bekende Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie (haar roman Americanah uit 2013 won de National Book Critics Circle Award in de VS) maakt brandhout van jonge linkse activisten die anderen ‘cancelen’ als ze niet de juiste links-ideologische orthodoxie volgen: ‘And so we have a generation of young people on social media so terrified of having the wrong opinions that they have robbed themselves of the opportunity to think and to learn and to grow. The assumption of good faith is dead. What matters is not goodness but the appearance of goodness. We are no longer human beings. We are now angels jostling to out-angel one another. God help us. It is obscene’ schreef ze op 15/06/2021 in een online essay op haar website. Dat is wat wokeness doet. In plaats van komaf te maken met vooroordelen, met getto’s en barrières, werpt het nieuwe muren op, nieuwe segregatie. Het politiek correcte gedachtengoed is dominant aanwezig in het maatschappelijk debat, vooral in de cultuur- en mediawereld, maar ook in de politiek. Jammer genoeg verdraagt het geen weerwoord, geen dialectiek. Dat is een verschraling, geen verruiming. Het is niet onschuldig. Het is schadelijk. Het is obsceen.

 

Marc Peeters, 28 september 2021.

 

© Copyright en disclaimer. De informatie in dit document is met de meeste zorg samengesteld. Er zal geen enkele aansprakelijkheid worden aanvaard voor eventuele onjuistheden of enige schade daardoor geleden door de lezer.