Over het blikken harmonieorkest in de grote regenton

02 november 2020     door Marc Peeters

‘Onder de groene hemel in de blauwe zon speelt het blikken harmonieorkest in een grote regenton. Daar trekt over de heuvels en door het grote bos de lange stoet de bergen in van het circus Jeroen Bosch’ (Boudewijn De Groot en Lennaert Nijgh).

Rara, wie is de pineut?

De berg heeft een muis gebaard. Vrijdagavond 30 oktober heeft federaal premier Alexander De Croo namens het Overlegcomité (de benaming van het met de N-VA uitgebreide Vivaldi-orkest) met veel bombarie en pathos strengere coronamaatregelen afgekondigd. Waarbij hij met veel nadruk het woord ‘lockdown ’gebruikte, iets wat hij tevoren vooral niet gezegd wou hebben. Het ging er duidelijk om de uitgeputte, kreunende zorgverleners in vooral de ziekenhuizen gerust te stellen. Ze kregen de boodschap dat de politiek hun onheilstijdingen gehoord had en dit keer slagvaardig en eensgezind zou optreden. In werkelijkheid leggen de dirigenten van de diverse regeringen het sociaal verkeer nauwelijks afdoende aan banden. Ze viseren vooral de kleinhandel (de niet-essentiële winkels), de niet-medische contactberoepen (kappers, schoonheidssalons) en natuurlijk opnieuw de horeca. Het opschorten van die activiteiten (een eufemisme voor sluiten) moet als rem functioneren tegen het toenemend aantal besmettingen door sars-CoV-2. Op de keper beschouwd is dat de voornaamste zichtbare en afdwingbare maatregel, samen met de verlenging van de herfstvakantie voor de scholen en de nadruk op afstandsonderwijs in de hogere graden. Wat de interactie tussen mensen aangaat, leggen De Croo en zijn minister van Volksgezondheid Frank Vandenbroucke zoveel als mogelijk telewerk op aan de bedrijven en beperken ze de relaties binnen gezinnen en families tot één knuffelcontact. Volgens viroloog Marc Van Ranst staat of valt alles met het beperken van de contacten thuis. Hoe dat in de praktijk en op korte termijn afdwingbaar is vooral bij de hardleerse bevolkingsgroepen, vertelt de federale regering er niet bij. Kortom, veel windowdressing, een zoethouder voor de wanhopige ziekenhuisdirecties, artsen en verplegers. Beter iets dan niets.

Te weinig en te laat

In verhouding tot de smeekbeden van de zorgsector is het sermoen van Alexander De Croo vooral een zwaktebod. Waarop grijpen de zelfverklaarde dappere regeringsleiders niet in? Welke doortastende maatregelen ontbreken om het coronavirus echt neer te slaan?

  • De stringente beperking van de niet-essentiële verplaatsingen, naar Frans model. De woning alleen verlaten om te gaan werken (als dat thuis niet kan), de dokter te bezoeken, boodschappen te doen of een luchtje te scheppen. Dat opleggen is de sleutel bij uitstek om de vele recalcitrante inwoners van dit landje in noord, midden en zuid de coronamaatregelen te doen respecteren. Desnoods manu militari. Systematische identiteitscontroles, het afsluiten van besmette woonblokken (zoals in China of Duitsland), extra politiepatrouilles en een verstevigde wijkwerking. Of volstaat het label ‘kwetsbaar’ om een vrijgeleide te krijgen? Aanbevelingen en intenties voldoen hoe dan ook niet. De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

  • Het sluiten van de grenzen (ondanks het te verwachten kabaal van de Europese Commissie) zoals adviesorgaan Celeval heeft aanbevolen. Daardoor zijn toeristische reizen naar het buitenland en familiebezoeken in Marokko, Turkije, Congo, Portugal, Polen, Roemenië, Bulgarije, Oekraïne, niet meer mogelijk (behalve om professionele of dringende familiale redenen). De oproep om niet naar het buitenland te gaan, krijgt bij de hardnekkige reizigers toch geen gehoor (lekker dicht bij elkaar in het vliegtuig). Nogmaals, wat niet afdwingbaar is, werkt niet. Een formuliertje invullen bij terugkeer uit een rode zone is een bureaucratisch lachertje waar niets mee gebeurt.

  • Het synchroniseren van de avond- en nachtklok in de drie gewesten aangezien dat nu voor alle andere voorschriften toch het geval is. Een uitgaansverbod In het ganse land van 10u. ’s avonds tot 6u. ’s ochtends. Behalve voor ‘essentiële, niet-uitstelbare verplaatsingen’, zoals woon-werk- of professioneel verkeer en verplaatsingen om medische redenen. Overdag het verbod op samenscholingen van meer dan vier personen strikt doorvoeren. Nu het alarm loeit bij uitslaande brand, heeft het onderscheid tussen de regio’s op dat terrein ook geen zin meer. Differentiatie is wenselijk (gericht isoleren door bronopsporing), maar hoort bij voorzorg en controle, niet bij het blussen van hoog oplaaiend vuur (wie daar ook verantwoordelijk voor is). Nood breekt wet. Overigens is het nu wel duidelijk dat het isoleren van de universiteitsgemeente Louvain-la-Neuve heel wat besmettingen in Wallonië had vermeden, hetzelfde geldt voor pakweg Sint-Jans-Molenbeek in het Brussels Gewest.

  • Een duidelijke omschrijving van een rechtvaardig handhavingsbeleid op alle domeinen zodat eindelijk diegenen die voortdurend de kantjes eraf rijden, worden aangepakt met fikse  boetes en waar nodig verplichte en systematisch gecontroleerde quarantaine (jammer dat er te weinig enkelbanden zijn). GAS-boetes voor het niet of niet correct dragen van het mondmasker dienen onmiddellijk geïnd naar analogie met de verkeersboetes. De tijd van sensibiliseren is nu echt wel voorbij, sanctioneren graag. Wie niet horen wil, moet voelen. De frustratie bij de oppassende meerderheid van de burgers die zich naar best vermogen aan regels en aanbevelingen heeft gehouden, is groot en blijft groeien in machteloosheid. Het is de lava van een sluimerende vulkaan. Een pesterige, egocentrische minderheid heeft lak aan samenhorigheid en discipline, maar heeft vrijwel ongehinderd en alleszins ongestraft haar gang kunnen gaan. Dat is en blijft onaanvaardbaar in een rechtsstaat.

  • De organisatie van de doelgroepencommunicatie (leeftijd, socio-economisch, etnisch-cultureel) waarvan al zo lang sprake is, maar weinig van in huis komt. Verschillende geadresseerden van de boodschap tonen geen belangstelling of blijven Oost-Indisch doof. Hoe lang gaan we het taalexcuus en de afwijzing van integratie nog blijven tolereren? Het valt trouwens aan te bevelen coronacommissaris Pedro Facon meer aan het woord te laten op persconferenties en in crossmediale informatie. Hij weet op een heldere en bevattelijke manier de huidige sanitaire noodtoestand te duiden, de coronamaatregelen toe te lichten en perspectief aan te reiken. Zonder bombarie of pathos. Zie het interview met hem in Terzake van 29 oktober jl. (te bekijken op VRT NWS). Om de moslimgemeenschap te bereiken zou hij Khalid Benhaddou kunnen inschakelen, hoofdimam van de El Fath-moskee in Gent en een gezaghebbende stem in de moslimwereld.

  • Het oppakken en in leegstaande kazernes onderbrengen van uitgeprocedeerde asielzoekers, transmigranten en daklozen die per definitie de regels niet of vrijwel niet navolgen, maar wel in de grote steden (Brussel op de eerste plaats) rondzwerven of in kraakpanden verblijven.

  • Het opvoeren van de testcapaciteit in de laboratoria. Slowakije test op korte termijn het grootste deel van zijn 5,4 miljoen inwoners op covid-19. Dergelijk detectiebeleid vergt een sluitend registratiesysteem en adequaat contactonderzoek. De procedure in Slowakije is vrijwillig, maar wie geen testcertificaat van het ministerie van Volksgezondheid kan voorleggen, kan niet meer gaan werken, naar café of restaurant gaan, deelnemen aan het sociale leven. In België lopen we achter de feiten aan. Volgens Sciensano (02/11/2020) tellen we nu elke dag meer dan 15.500 besmettingen. Dat is een stijging met 14% tegenover vorige week, maar dat is een onderschatting. Ons land is op 20 oktober ll. gestopt met het testen van asymptomatische hoogrisicocontacten en van mensen die uit een rode zone terugkeren. Dat geeft een vertekend beeld van de snelheid van het virus. Dat betekent dat het werkelijke aantal besmettingen hoger ligt. Volgens berekeningen van de UHasselt (Niel Hens) eerder 18.000. Ook in de woon-zorgcentra is het aantal besmettingen in zeven dagen tijd verdubbeld tot verdrievoudigd. Blind varen tussen de klippen en gestuwd door een tsunami. Het goede nieuws (02/11/2020) komt van de universitaire ziekenhuizen van Gent, Leuven en Mons, die elk een zogenaamd superlab hebben opgestart, dat deel uitmaakt van het nationaal testplatform opgezet door toenmalig minister Philippe De Backer. Daardoor wordt het mogelijk opnieuw asymptomatische personen te testen. In totaal moeten 8 universitaire laboratoria samen het nationale testplatform vormen. Ze moeten de overvraagde klinische labo’s ontlasten en in staat zijn samen meer dan 50.000 tests per dag uit te voeren op de wissers afgenomen in neus en keel, en zo besmettingen met sars-CoV-2 te detecteren. De tests zullen in principe binnen de 24 uur tot resultaat leiden.

  • De contouren schetsen van een plan of draaiboek dat uitzicht biedt op beterschap. Dat vereist consequente opsporing van besmettingen, doelmatige behandeling in de ziekenhuizen, antivirale geneesmiddelen en, last but not least, efficiënte vaccins of de beschikbaarheid daarvan binnen afzienbare termijn. Hoop doet leven. Christian Drosten, directeur van het Instituut voor Virologie van het AZ Charité in Berlijn, meent dat de coronagolf nog zeker tot Pasen duurt. Pas richting volgende zomer keert het normale leven geleidelijk terug. Hij pleit voor een verdere verspreiding van coronatests die snel het resultaat tonen en waardoor risicogroepen zich regelmatig en laagdrempelig kunnen laten testen. Duitsland heeft voor de nabije toekomst al helemaal uitgestippeld hoeveel en welke types vaccins het dient aan te kopen, welke vaccincentra het zal inzetten, wie er het eerst een vaccin krijgt, hoe en binnen welke termijn het zal verdeeld worden. Bondskanselier Angela Merkel is vanaf het begin van de pandemie helder en transparant opgetreden, er is snel op grote schaal getest en de Länder (deelstaten) hebben lokaal per direct heel strenge maatregelen uitgevaardigd als er een coronahotspot was gedetecteerd. De Duitse Pünktlichkeit, Genauigkeit en Gehorsamkeit doen de rest. Stiptheid, nauwkeurigheid en gehoorzaamheid. Daarvan kunnen we in ons Vaterland met onze ‘laissez faire, laissez passer’-mentaliteit en improviserende bewindvoerders enkel dromen. Het Belgische narrenschip, dobberend en stuurloos op weg naar Narragonia, het land van de dwaasheid, dreigt zelfs te kapseizen.

Een jojobeleid zet geen zoden aan de dijk. De kans is groot dat we met een processie van Echternach-aanpak na een tweede besmettingsgolf nog een derde en een vierde krijgen.

De pijnbank

In de tweede coronagolf staat België bovenaan alle slechte rankschikkingen (441.018 besmettingen tot nu toe, 11.737 overlijdens of 1.011 per miljoen inwoners, tegenover bv. 713 in de VS, 195 in Rusland, 127 in Duitsland, 14 in Japan, 3 in China). Vooral in augustus en september hebben onze bewindvoerders door eigenwaan en uitstelgedrag alle kansen laten liggen om snel, alert en doelgericht op te treden tegen de opflakkerende besmettingen. Nu het kalf van de fijnmazigheid toch verdronken is, beter de korte, hevige pijn van een full lockdown dan de langgerekte marteling van de vooruit-achteruitaanpak van de laatste maanden en weken. Niet alleen voor de draagkracht van de zorgsector, maar ook voor het mentaal welzijn van iedereen, de horeca, de winkeliers, de kleine ondernemers en zelfstandigen in het bijzonder. Voor hen en hun medewerkers werkt de permanente onzekerheid destabiliserend, financieel en psychologisch. Ook zij zijn ‘kwetsbaar’, maar omdat ze weinig mondig zijn, vormen ze een geliefkoosd doelwit. Hun eventueel faillissement verdwijnt al snel in de statistieken. Nevenschade. De overheden bieden steun met premies en fiscale vrijstellingen allerhande, maar dat is toch vooral een doekje voor het bloeden. Vergeten we niet dat deze mensen grote inspanningen hebben geleverd om te voldoen aan de sanitaire voorschriften. Als dank krijgen ze het deksel op de neus, terwijl het wangedrag van de klaplopers niet is aangepakt. De lockdown zou best duren tot begin januari 2021 (acht tot tien weken in plaats van de nu voorziene zes) zodat de kerstvakantie geen uitgelezen excuus wordt om de teugels weer los te gooien. ‘Crush the curve’. Een jojobeleid zet geen zoden aan de dijk. De kans is groot dat we met een processie van Echternach-aanpak na een tweede besmettingsgolf nog een derde en een vierde krijgen. Voor politici, ambtenaren en iedereen met een vast, doorbetaald salaris is dat enkel een probleem van familiale, sociale en commerciële contacten. Hun surfplank kan tegen een stootje en slaat niet makkelijk om. Alle anderen kunnen er maar voor zorgen dat ze kunnen zwemmen en daar voldoende zuurstof voor hebben. Wie verdrinkt, is al vlug niet meer dan een voetnoot in het coronaverhaal.

Kuddegeest

Peroreren vanop de kansel over burgerzin en verantwoordelijkheid is net zoals in de kerk  (de moskee heeft andere besognes) balsem voor de kritiekloze gelovigen, maar overtuigt niet iedereen, integendeel. De vermeende zondaars systematisch culpabiliseren werkt eerder avers en demotiverend. Het wollig taalgebruik vergoelijkt het angstklimaat dat de meerderheid van de burgers in het gareel houdt. Een woordenbrij om de vis te verdrinken. De upgrade naar angstpsychose moet ook de minderheid over de streep trekken. Wie ogen en oren openhoudt, zich terdege informeert en zich niet in de luren laat leggen als een kleuter, kijkt het hele spektakel met afkeer aan. Ook al is het veel aangenamer voor de gemoedsrust eerder volgeling dan criticus te zijn. De oproepen tot discipline slaan bij bepaalde ‘kwetsbare’ bevolkingsgroepen niet aan. Meer, ze willen ze niet eens aanhoren. Wie de massapsychologie wil begrijpen, kan zich verdiepen in het 125 jaar oude boek ‘La psychologie des foules’ van Gustave Le Bon. Deze Franse psycholoog en socioloog typeert een mensenmassa aan de hand van volgende kenmerken:

  • Als individuen deel gaan uitmaken van een massa, zakt de intellectuele standaard fors en razendsnel. Slechts een kleine minderheid houdt nog voldoende persoonlijkheid over om eigen ideeën te blijven ontwikkelen. Maar die kan niet op tegen de meerderheid.

  • De massa is anoniem. Dat is een gevaarlijk kenmerk, want de hoofdreden waarom rellen uit de hand kunnen lopen. Een individu dat zich door de massa laat opslorpen, laat zijn verantwoordelijkheidszin varen.

  • De massa is beïnvloedbaar en wordt gedreven door excessieve sentimenten. Sympathie wordt adoratie, antipathie wordt haat. De massa heeft religieuze neigingen: verafgoding van helden, onverdraagzaamheid, polarisering, fanatisme.

  • Of het nu gaat over opinies, modetrends of beurssentiment, de massa wordt geleid door beelden, beeldspraak en voorbeelden, nooit door argumenten. De overtuiging van de massa ontstaat uit contaminatie, nooit uit redeneringen.

  • De ideeën van de massa zijn eendimensionaal. De leden van de massa redeneren in het beste geval via simplistische associaties en veralgemeningen. Coherentie en consistentie zijn niet aan de orde. De leden worden niet gedreven door een drang naar meer welvaart of vrijheid, maar integendeel door groepsdruk en conformisme, al dan niet religieus geïnspireerd.

  • De leden van de massa gedragen zich binnen hun groep als onderdanige schapen. Alleen zijn ze bang, in groep zijn ze assertief tot agressief. Ze hebben nood aan leiding, een overtuigde rechtlijnige gids waar ze kunnen naar opkijken. Als ze die leiding niet of onvoldoende krijgen, ontstaat paniek in de kudde, die dan gemakkelijk op hol slaat.

‘In ‘La psychologie des foules’ vertolkt Le Bon de opvatting dat de individuele persoon, ook als hij lid is van een cultureel hoog ontwikkelde samenleving, in de massa zijn kritische vermogens verliest en zich dan affectief, en vaak ook primitief-barbaars, gedraagt. Een dergelijke massa kan al ontstaan bij een handjevol mensen. In massaal verband treedt de mens eerder op conform de intelligentie van de mínst intelligenten in de groep. In de massasituatie is de individuele persoon lichtgeloviger en ook vatbaar voor propaganda en massapsychoses. Dat heeft tot gevolg dat de massa vaak blind achter een leider aanloopt. Dit verschijnsel zou ook een verklaring zijn voor de populariteit van populistische partijen en demagogen en voor het optreden van volksgerichten en lynchpartijen’ (uit Wikipedia - De vrije encyclopedie).

Het blijft toch uitkijken met de roep naar ‘eenheid van commando’ die vooral bij groenlinks opgeld maakt en waarvan de tendentieuze mainstreammedia de megafoon zijn. Coördinatie tussen verschillende bestuursniveaus is noodzakelijk (de rol van het Overlegcomité), dat is nog wat anders dan autonomie afnemen en eenzijdig directief optreden.

De stille staatsgreep

De federale regering eigent zichzelf nu al te veel macht toe bij het bestrijden van de coronapandemie. Ze moet voor de verregaande beslissingen die ze neemt, een duidelijk mandaat krijgen van het parlement en op dit moment heeft ze dat niet. Een groep van 25 professoren, waaronder de fine fleur van de grondwetspecialisten, heeft daarover onder de titel ‘Haal het parlement uit quarantaine’ een opiniestuk gepubliceerd in De Standaard van vandaag 2 november. De initiatiefneemsters zijn Patricia Popelier en Catherine Van De Heyning (beiden UAntwerpen). Tal van prominente academici schaarden zich achter de oproep, onder wie Eva Brems (UGent), Elke Cloots (UAntwerpen), Stéphanie De Somer (VUB en UAntwerpen), Koen Lemmens (KULeuven), Johan Lievens (VUAmsterdam en KULeuven), Toon Moonen (UGent), Stefan Sottiaux (KULeuven), Stijn Verbist (UHasselt), Hendrik Vuye (UNamur) en Jogchum Vrielink (USaint-Louis). Ze vinden het onverantwoord dat de Raad van State aanvaardt dat één minister (Binnenlandse Zaken) maatregelen neemt die onze grondwettelijke vrijheden en rechten drastisch beperken (isolatie, avond- en nachtklok, lockdown). Sanitaire noodtoestand of niet, die werkwijze is in strijd met de Grondwet.

De stelling van de academici: ‘Het parlement moet het heft hierover in eigen handen nemen en een coronawet goedkeuren die de regering een duidelijk kader biedt. Dit gaat om een wezenlijk aspect van onze democratie: dat beperkingen van onze rechten en vrijheden worden besproken en afgewogen in een open en publiek parlementair debat. Het geeft de moeilijke beslissingen een breder draagvlak. En het maakt de positie van de verschillende partijen zichtbaar. Grondwet en rechtsstaat zijn geen holle woorden. Ze bieden burgers de garantie dat de overheid geen misbruik maakt van haar macht, maar zorgvuldig omspringt met ons leven en onze vrijheid.’ De bezorgdheid is terecht. Voor we het goed beseffen, raakt de uitvoerende macht (regering) het gewoon te werken met bijzondere machten en ministeriële besluiten en zo de wetgevende macht (het parlement) buiten spel te zetten. Een aantasting van de scheiding van de machten en dus de democratie. Een coronawet is dringend nodig. Stefan Sottiaux pleit voor een flexibele machtigingswet die grenzen stelt, zoals de evenredigheid van de maatregelen, een motiveringsplicht, de voorwaarden voor lokale overheden om voorschriften op te leggen, de definitie van essentiële diensten, de minimumwaarborgen voor kwetsbare en eenzame mensen. Een duidelijke rechtsgrond maakt de maatregelen minder fragiel en er ontstaat rechtszekerheid, geen overbodige luxe in een rechtsstaat.

Rara, wie heeft de bal?

Wat het geklungel en de disfuncties in de coronacrisis extra degoutant maakt, zijn de politieke spelletjes die ondanks alle ronkende verklaringen, tersluiks gewoon doorgaan. Voor de Vivaldi-kliek  mag de coronacrisis geen gamechanger zijn, maar een systeembevestiger en bij voorkeur een terugkeer naar een meer unitaire staat. Ondersteund door haar koelies in de weldenkende pers, komt het er voor de paarsgroenoranje coalitie op aan de geloofwaardigheid en autoriteit van Vlaams minister-president Jan Jambon en zijn partij de N-VA, zoveel mogelijk te ondergraven. Met als doel het verhinderen van een potentiële meerderheid in Vlaanderen van Vlaams Belang en de N-VA bij de verkiezingen van 2024. De hele opzet is subtiel en mikt erop dat Jambon zich in deze crisissituatie niet kan distantiëren van de consensus in het bestrijden van covid-19. Als hij al andere accenten wil leggen, rijden de mainstreammedia hem onmiddellijk in de wielen onder meesmuilende goedkeuring van de regering-De Croo. Zeker de VRT-nieuwsredactie hanteert daarbij bizarre criteria van objectiviteit (niet incidenteel maar systematisch). De positie van Jambon en de N-VA uithollen was ook altijd de bedoeling van het opnemen van de mathematisch overbodige CD&V in de federale regeringscoalitie, waarvan uiteraard ook de Open VLD deel uitmaakt. De twee regeringspartners van de N-VA in de Vlaamse regering ageren als een vijfde colonne en maken Jambon vleugellam. Namens de N-VA slagen enkel de ministers Ben Weyts (Onderwijs) en Zuhal Demir (Omgeving en Energie) erin uit de verf te komen in hun functie. Op dat vlak laat Sterke Jan het afweten. Uit oprechte zin voor staatsmanschap, dat wel, maar hij voelt zich zichtbaar oncomfortabel, wat zich manifesteert in moeizame communicatie vol gezochte beeldspraak (in een discours een teken van onzekerheid). Hoogst amusant voor het journaille dat hem daarmee kan neersabelen. Jammer voor Jambon en Vlaanderen dat hij niet van zich afbijt. Doordacht, niet impulsief.

Solidariteit en eensgezindheid, jawel, de perfecte Belgische harmonie. Het gefluit in het donker klinkt hol in de grote regenton.

Pek en veren

De verschrompelende traditionele politieke partijen weren zich natuurlijk als duivels in een gifgroen wijwatervat of met een andere metafoor, als in het nauw gedreven katten. Door haar leiderschap van de Vlaamse regering aan de ene kant en haar oppositierol in de federale Kamer aan de andere kant, is de N-VA in een spagaat gemaneuvreerd dat haar aanzien en gezag aantast. De partij zit, zoals haar voorzitter Bart De Wever dat omschrijft, ‘in de piepzak’. Dat komt de afgetakelde, maar gevaarlijk klauwende katten goed uit en doet ze dromen van een verjongingskuur met bloed van witte konijnen, of zeldzamer, een grijze vos. Tegelijk kunnen ze blijven zorgen voor de politieke dwaallichten die als minister door de mand zijn gevallen (Kris Peeters, Maggie De Block om de meest recente te noemen). Het valt op hoezeer de Vlaamse woke-pers met haar Franstalige kompanen meehuilt in het wolvenkoor om elk initiatief van een N-VA bewindvoerder in een kwaad daglicht te stellen. Einde juli roept Bart De Wever als burgemeester van Antwerpen zijn collega’s in Brussel op het voorbeeld van zijn stad en provincie te volgen en een al bij al milde lockdown in te voeren. Franstalige politici en de verzamelde pers overladen hem met pek en veren, hij zou enkel zondebokken zoeken voor zijn falend beleid en Brussel minachten. Jammer genoeg sloeg hij de spijker keihard op de kop zoals in september en oktober schoksgewijs naar buiten kwam zowel in Brussel als in Wallonië. In de Vlaamse pers werden de minister-presidenten Rudi Vervoort en Elio Di Rupo (beiden PS) hierover slechts mondjesmaat aangepakt, terwijl het bij hen toch om schuldig verzuim ging door gebrek aan voorzorg. Voor de VRT is Antwerpen en haar burgemeester culpabiliseren inmiddels zowat vaste prik (zie de koopzondag gisteren). Vlaanderen mag zoals gewoonlijk mee de rekening betalen van de hooghartigheid in Brussel en Wallonië. Solidariteit en eensgezindheid, jawel, de perfecte Belgische harmonie. Het gefluit in het donker klinkt hol in de grote regenton.

Dodelijk surrealisme

Het Belgische surrealisme heeft schitterend kunstwerken opgeleverd. Het heeft de anarchistische trekken die de Belgen aanspreekt in hun geliefde rol van underdog met afkeer voor gezag. In de samenleving levert het meer dan eens hilarische momenten op, zeker in de kafkaiaanse invulling van  het Belgische huishouden. Door het gebrek aan structuur, organisatie en transparantie in de besluitvorming heeft het de weg geplaveid voor een kaste van politici en ambtenaren die de maatschappij zijn gaan beschouwen als hun persoonlijke speeltuin, hun wingewest dat in eerste instantie hun partijbelangen en persoonlijke ambities moet dienen. Langetermijndenken en voorzorg zijn daarin geen aandachtspunten. De ophitsing door de mainstreammedia draagt bij aan steekvlamwetgeving die met haken en ogen aan elkaar hangt. De regelgeving is een lappendeken waar de modale burger niet meer uit wijs geraakt. De hypocrisie van de bewindvoerders tast hun geloofwaardigheid aan en leidt tot groot scepticisme bij haar onderdanen. In het Belgische politieke bestel is bovendien iedereen bevoegd en niemand verantwoordelijk. Het politiek-maatschappelijke establishment is een amorfe moloch die in zijn tentakels ook de wetenschappers omstrengeld (zie de mondmaskersaga). Wiens brood men eet, diens woord men spreekt. Dat alles blijkt nu dodelijke gevolgen te hebben voor een samenleving die met een gezondheidscrisis geconfronteerd wordt waartegen haar beleidsmakers en bewindvoerders haar niet kunnen beschermen, ze kunnen enkel aan symptoombestrijding doen. België zit in het oog van een perfecte storm. De onmacht regeert. Ondanks de hoge kostprijs van een sterk uitgebouwde sociale zekerheid balanceert het gezondheidssysteem vandaag op de rand van de ineenstorting. Als dat zou gebeuren (wat met alle middelen dient tegengegaan), haalt het de legitimiteit van het bestuur in al zijn onderdelen volledig onderuit. Een absurde demonstratie van het failliet van een politieke generatie en haar nefast navelstaren. Dat is niet zonder gevaar, zoals de geschiedenis ons leert. Let op voor de vernielzucht van onderdanige schapen. Al blijft dit een flinke portie doemdenken.

 

 

Leven op Pluto

Is er nog leven buiten België? Welja, in de Verenigde Staten van Amerika bv. Daar komt morgen het orgelpunt van de presidentsverkiezingen. In de ene hoek van de ring een megalomane narcist, de nachtmerrie van iedereen die zich als politiek correct beschouwt. Europese media maken er graag een buitenissige karikatuur van. In de andere hoek een antiek meubelstuk uit het Congres met een Obama-aureool, maar weinig charisma, dat de weg baant voor zijn vicepresident Kamala Harris. Een keuze tussen de pest en een voortzetting van de cholera. Het blijft fascinerend te zien dat een land dat internationaal nog altijd toonaangevend is in economie, financiën (Wall Street), innovatie (Silicon Valley, Big Tech, Nasdaq) en militaire macht, moet kiezen tussen twee belegen kandidaten, waarvan de versheidsdatum al lang overschreden is. Donald John Trump is 74, zijn uitdager Joseph Robinette Biden jr. 78. Trump heeft covid-19 doorstaan en oogt nog energiek, Biden ziet er broos en breekbaar uit. Krijgen jongere politici dan geen kans en middelen in het moeras van Washington D.C.? De verkiezingscampagne was bitsig. De sfeer in de VS is gespannen, intimiderend, grimmig zelfs. Op de achtergrond woedt nog altijd de covid-19 pandemie. De overwinnaar op 3 november? Geen pronostiek. Que sera, sera.

Marc Peeters, 2 november 2020.