Over geldingsdrang, angstcultuur en zondebokken

04 september 2020     door Marc Peeters

Het lijkt erop dat in de strijd tegen het Sars-CoV-2 virus en covid-19 de sanitaire logica het gezond verstand en het maatschappelijk evenwicht verdringt. Dat is althans de mening van meer dan 1.000 artsen, specialisten, gezondheidswetenschappers, onderzoekers en zorgverleners in een open brief  gericht aan de Belgische regering en de groepen van experts. Onder hen de professoren Jean-Luc Gala (infectioloog UC Louvain), Lieven Annemans (gezondheidseconoom UGent en VUB), Fransiska Malfait (medische genetica UGent), Bouke de Jong (mycobacteriologie Instituut voor Tropische Geneeskunde Antwerpen), Ewald Engelen (geografie Universiteit Amsterdam), Frans van Overveld (immunoloog  University College Roosevelt in Middelburg).

De volledige lijst is samen met de integrale tekst van de open brief dd. 24/08/2020 terug te vinden op het internet onder de titel ‘omgekeerdelockdown.simplesite.com’. De stelling van de auteurs: ‘Het Sars-Cov-2 virus heeft zijn plaats verworven tussen alle andere pathogenen die deel uitmaken van ons dagelijks bestaan. Als dusdanig moeten we ervan uit gaan dat dit niet zal verdwijnen. Op basis van negen maanden wetenschappelijke data blijkt meer en meer dat de actuele maatregelen disproportioneel zijn. We stellen de huidige aanpak in vraag en eisen enerzijds een wetenschappelijke verantwoording en een evaluatie van de collaterale schade. Anderzijds stellen we voor om over te gaan naar een omgekeerde lockdown die proportioneel deze groepen kan beschermen die hier baat bij hebben en een afbouw van acties die het socio-psychologische welbevinden van de bevolking negatief beïnvloeden en bijgevolg zeer grote schade aanrichten… Het narratief waarmee de pandemie initieel werd benaderd staat duidelijk niet meer in verhouding tot wat we vandaag weten. Waarom wordt dit narratief in stand gehouden? We roepen de experten en beleidsmakers op om de maatregelen te plaatsen in de huidige én brede wetenschappelijke context. Mits transparante en correcte informatie zal de burger begrip tonen voor het voortschrijdend inzicht en als dusdanig opnieuw motivatie vinden om adequate maatregelen te volgen… We stellen voor om naar een omgekeerde lockdown te evolueren waarbij risicopatiënten samen met hun arts een strategie kunnen uitwerken rond het nemen van de nodige individuele maatregelen tot zelfbescherming. Preventieve gezondheidspromotie kan helpen om de ganse bevolking blijvend te informeren over de gevaren die ze als vector hebben tegenover de zwakkeren in de samenleving.’  Voor een kritische geest is de volledige open brief aanbevolen lectuur.

Prof. em. longgeneeskunde aan de UC Louvain Daniel Rodenstein in De Tijd 20/08/2020: ‘Psychose: toestand van collectieve paniek veroorzaakt door een gebeurtenis of een plaag die ervaren wordt als een permanente dreiging. In mijn ogen is het overduidelijk dat de maatregelen om covid-19 te bestrijden totaal buitensporig zijn vergeleken met de reële ernst ervan. Dat de manier waarop deze ziekte wordt voorgesteld, vervormd, angstaanjagend, overdreven en ongegrond is. Sars-CoV-2, het virus dat beladen wordt met alle zonden van de wereld, heeft niets uit te staan met de allerergste gevolgen van deze pandemie. Dat zijn namelijk de maatregelen en beslissingen genomen om deze ziekte tegen te gaan, die een vreselijke maatschappelijke impact hebben en blijven hebben, waarvan we allen getuige zijn.’ Bernard Rentier, viroloog en gewezen rector van de ULiège in Knack 26/08/2020: ‘Het coronabeleid is een amalgaam van onrealistische en incoherente maatregelen… We moeten het virus gecontroleerd laten circuleren, terwijl we de kwetsbare groepen zoals ouderen maximaal beschermen en de ziekenhuizen en artsenpraktijken nauw opvolgen. Natuurlijk zullen er slachtoffers vallen, heel af en toe ook jonge mensen. Maar zo werkt risicomanagement altijd. Luchtvaart zal nooit helemaal vrij zijn van dodelijke ongevallen, maar met een goede veiligheidscultuur kun je ze tot een minimum herleiden.’

Een controversiële open brief en dito opinies. Dissonante stemmen. Stof tot nadenken. Door de covid-19 pandemie zijn we aanbeland in 'government by fear', wat de geldingsdrang van sommige bewindvoerders (provinciegouverneurs bv.) zeer bevalt. De ziekte is een realiteit, de maatschappelijke kost buitensporig. Efficiënt opsporen, opvolgen, testen en gericht isoleren, is de boodschap. Minstens uit elementair respect voor de oudere generaties die de samenleving vorm hebben gegeven waarin de jongeren gedijen. Algemene beperkingen van sociale contacten en bewegingsvrijheid, opgelegd met de botte bijl, demotiveren en ontwrichten. Bewoners van woon-zorgcentra bv. voelen hun verblijf aan als een vorm van open gevangenis, sterven van eenzaamheid is geen uitzondering. Generieke verordeningen raken keer op keer de horeca, die haar inspanningen slecht beloond ziet. De podiumkunsten en de evenementensector zijn het slachtoffer van het jojobeleid. Banen staan op de tocht met groot inkomensverlies tot gevolg. Cultuurarmoede dreigt. Het gaat veelal om kleine ondernemingen en zelfstandigen. Is er in politiek en ambtenarij, waar de salarissen netjes worden doorbetaald, eigenlijk iemand echt om hen bekommerd? Het is op basis van de beschikbare data perfect mogelijk om die stadswijken waar zich uitbraken van Sars-CoV-2 voordoen, tijdelijk af te grendelen. Local containment. Maar dat is blijkbaar een onoverkomelijk taboe. Misschien kan de vandaag gelanceerde ‘Operatie Nachtwacht’ tegen de brutale drugsmaffia in Antwerpen (districten Borgerhout, Deurne-Noord) inspiratie bieden? Systematische identiteitscontroles, het afsluiten van woonblokken, extra patrouilles en een verstevigde wijkwerking. Brussel kan een gelijkaardige aanpak gebruiken in de Kanaalzone, al zal daar bij de lokale satrapen weinig animo voor bestaan.

In de sfeer van ‘horen, zien en zwijgen’ bevindt zich ook de collusie tussen politie en gerecht. Een demonstratie daarvan is de pijnlijke zaak van de Slovaakse bouwondernemer Jozef Chovanec (38), die op 27 februari 2018 is gestorven als gevolg van een zonder meer verachtelijke mismeestering in de nacht van 23 op 24 februari door de luchthavenpolitie van Charleroi in de kleine cel waarin hij opgesloten zat. Hij had geweigerd zijn instapkaart te tonen bij het betreden van het vliegtuig naar Bratislava. Hij was zijn jasje waarin de kaart zat, vergeten in de vertrekhal. Daarop heeft de politie hem gearresteerd en al op het tarmac hardhandig tegen de grond gewerkt. Onnodig brutaal en agressief in de ogen van zijn medepassagiers. De (geluidloze) beelden van de bewakingscamera in de cel laten een walgelijk schouwspel zien. Een bende opgefokte politieagenten leeft zich uit op een verwarde, weerspannige  man die zijn hoofd tot bloedens toe tegen de celdeur en de muur heeft geslagen. Een macha met blonde paardenstaart brengt de Hitlergroet en doet een paar partydansjes. Een macho-collega verstikt het slachtoffer in een deken en gaat 16 minuten lang bovenop diens rug zitten met borstcompressie tot gevolg . Een andere politieman maakt met zijn duim en pink het duivelsteken. Een uitgelaten sfeer. Iedereen amuseert zich kostelijk. De medische bijstand tart elke deontologie. De opgeroepen arts met wachtdienst arriveert laattijdig en met tegenzin. Hij stelt zijn diagnose door het kijkgat van de celdeur. Chovanec mag opgesloten blijven. Later geeft een spoedarts van het medisch urgentieteam (met wuivende paardenstaart, net zoals vrijwel alle aanwezige dames) zonder de nodige kennis van de medische achtergrond een injectie met een kalmeermiddel. Uiteindelijk krijgt Jozef Chovanec een hartstilstand, raakt in een coma en overlijdt enkele dagen later in het ziekenhuis Marie Curie te Charleroi. In het oordeel van de feestende bende is dat waarschijnlijk ‘opgeruimd staat netjes’.

‘Hij verdient het niet om gereanimeerd te worden’ aldus een agent van de luchtvaartpolitie, geciteerd in de verklaring van een ambulancier van het medisch urgentieteam (mug) die is opgenomen in het gerechtelijk dossier. ‘We zullen hem een dosis geven (een inspuiting) en als hij een hartaanval krijgt, is dat geen groot verlies’, heeft de spoedarts van het mug-team gezegd volgens een andere agent van de luchtvaartpolitie. Denigrerende uitspraken. Laatdunkendheid was duidelijk de norm. Filosofe Hannah Arendt kwalificeert dit als ‘de banaliteit van het kwaad’ (1963). Net als Jonathan Jacob, gestorven op 6 januari 2010 in een politiecel te Mortsel, is het waarschijnlijk dat Chovanec aan een acute psychose leed, het ‘excited delirium syndrome’ (EDS), een toestand van grote verwardheid, agitatie en bewegingsdrang, die gepaard gaat met een verhoogde lichaamstemperatuur, een versneld hartritme en buitengewone fysieke kracht. EDS komt in de politieopleiding nog steeds niet aan bod, maar dat is hoegenaamd geen excuus voor het soort barbaars groepsgedrag dat we overigens ook hebben geconstateerd bij de Reuzegom-clubleden die door hun sadistisch doopritueel de dood van hun KU Leuven-medestudent Sanda Dia hebben veroorzaakt. Korpsgeest heet dat misplaatst eufemistisch, maar de positieve connotatie van loyaliteit is hier niet op haar plaats. In vermelde uitwassen gaat het om groepsdwang, conformisme en de angst voor sociale uitsluiting. Daaruit vloeit een omertà voort, zwijgplicht tegenover buitenstaanders en toezichthouders, met bestraffing van wie de euvele moed heeft uit de biecht te klappen. Finaal gaat het om een mechanisme van ontmenselijking van het individu door uitschakeling van het kritisch denkvermogen. Sociaal psycholoog Stanley Milgram (Yale University) heeft het al in 1963 beschreven op basis van zijn gehoorzaamheidsexperiment.

In de zaak Chovanec staat het gerechtelijk onderzoek tweeënhalf jaar na de feiten nog vrijwel nergens en brengt Henrietta Chovancová, weduwe van Jozef, na overleg met haar advocaat Ann Van de Steen, de misselijk makende beelden van de bewakingscamera in de pers. Met een luide knal vliegt het deksel van de doofpot. Onderzoeksrechter Laurence Wauthier heeft jarenlang meermaals geweigerd om een reconstructie te houden van de arrestatie en het overlijden. Pas vorige week (25 augustus) heeft ze toch besloten om die te organiseren, na een nieuwe vraag van de burgerlijke partij en onder druk van de ontstane mediaheisa. Vlaams minister-president Jan Jambon (N-VA) was op het moment van de dood van Jozef Chovanec federaal minister van Binnenlandse Zaken. Het informatieverslag dat op 26 februari 2018 aan zijn kabinet is overgemaakt, is bijzonder summier over het politieoptreden en beschrijft geenszins wat er op de videobeelden te zien is. Het rapport stipt wel aan dat vrienden van Chovanec na zijn arrestatie de politie hebben gewaarschuwd dat de man psychische problemen had en medicijnen moest nemen. Daaraan is blijkbaar geen gevolg gegeven. Een meer gedetailleerd proces-verbaal is al op 24 februari aan het parket van Charleroi bezorgd.

Op basis van de beschikbare informatie treedt de minister van Binnenlandse Zaken niet op. Hij beschouwt het dossier terecht als een kwestie voor de tuchtrechtelijke en gerechtelijke overheden. Dat is het standpunt van Jan Jambon, vandaag in de schaduw gesteld doordat hij aanvankelijk en onvoorbereid aan de pers heeft verklaard dat hij zich niets herinnert van het voorval en de twee bezoeken van Stanislav Vallo, de Slovaakse ambassadeur, op 2 maart 2018 aan zijn kabinet en op 30 mei aan hem persoonlijk. Als verzachtende omstandigheid roept hij in dat op 29 mei een dodelijke IS-terreuraanslag plaatsvond in Luik, waar hij op 30 mei spoorslags naartoe ging na het bezoek van de ambassadeur. Dat geheugenverlies is gefundenes Fressen voor een hetze tegen Jan Jambon, opgezet door de paarsgroenlinkse verwendekindjesprogressieven en hun acolieten bij het journaille van de VRT, De Standaard, De Morgen en Knack. Vooral de VRT manifesteert zich in onwelvoeglijke staaltjes van schandpaaljournalistiek. Nil nove sub sole. In het VRT-journaal op Eén doet nieuwsanker Martine Tanghe haar naam alle eer aan (nomen est omen). In Terzake op Canvas spuwt koningscobra Kathleen Cools dagenlang haar venijn naar Jambon en bij uitbreiding de N-VA. Stuur de zondebok de politieke woestijn in! Stenig hem! De aasgieren laten hun lekkere hapje niet los.

Justitieminister Koen Geens over de zaak Chovanec in de Kamer op 26 augustus 2020: ‘Wist ik dit en had ik dit moeten weten? Het valt niet uit te sluiten dat ik het persbericht dat destijds door het parket is verspreid, gelezen heb. Het spijt mij dat het mij niet meer is opgevallen. Maar als u dat persbericht nu leest, zal u zien dat het een relatief onschuldig bericht leek. Ik heb mijn geweten ook gepijnigd omdat de parketmagistraat die verantwoordelijk is voor de aanpak van het politiegeweld, Ignacio de la Serna, ook procureur-generaal is in Henegouwen. Ik zie, en zag hem zeker in die periode, geregeld. Ik heb van hem geen enkele kennis gekregen van de feiten die gebeurd zijn op de luchthaven van Charleroi.’ Met zijn vergelijkbaar excuus geraakt Sterke Jan niet weg. Merkwaardig. Twee maten en twee gewichten? Koen Geens kon wel degelijk tussenkomen, wat hij niet heeft gedaan. Als minister van Justitie beschikt hij over een positief injunctierecht, hij kan de procureur de opdracht te geven een bepaalde zaak (individueel dossier) te onderzoeken en/of te vervolgen. Op die manier kan hij zijn prioriteiten doordrukken en het parket ertoe verplichten om bepaalde soorten misdrijven of wantoestanden te onderzoeken ook al zijn sommige betrokken magistraten daar niet toe bereid of erger, nemen ze bepaalde personen in bescherming.

De politiehiërarchie van Charleroi tot Brussel heeft in dit dossier behoorlijk wat steken laten vallen. Voormalig commissaris-generaal van de federale politie Catherine De Bolle, sinds 1 mei 2018 directeur van Europol, blijkt wel bijzonder onwetend te zijn, zeker omdat de pers al in maart 2018 schreef over ‘het incident’, dat het ook werd opgenomen in het eigen persoverzicht van de politie dd. 1 maart en dat er op 27 februari een nota van de Slovaakse ambassadeur naar de federale politie werd gestuurd. Blijkbaar zat ze in maart 2018 al met haar hoofd in Den Haag, waar het hoofdkwartier van Europol is gevestigd. Het blijft toch wel bijzonder vreemd dat een commissaris-generaal niets, maar dan ook helemaal niets verneemt van een overlijden na een potige politie-interventie in een cel op een luchthaven. De doofpot moet wel bijzonder goed vastgeschroefd geweest zijn. Cruciale informatie is doelbewust achtergehouden. Jan Jambon die vandaag geen bevoegd minister meer is, in een kwaad daglicht stellen, is ongetwijfeld politiek zeer bevredigend, maar lost het probleem niet op van de onbetrouwbaarheid van politieverslagen over zware incidenten met de dood tot gevolg van een arrestant. Dat is een aanslag op de democratie en de rechtsstaat.

Het parket van de procureur des Konings in Charleroi, Vincent Fiasse, heeft nog meer druipende boter op het hoofd. Op 25 februari opent het een opsporingsonderzoek voor onvrijwillige slagen en verwondingen. Al op 27 februari dient Henrietta Chovancová met hetzelfde motief klacht in met burgerlijke partijstelling. Onderzoeksrechter Laurence Wauthier wordt in het dossier aangesteld. Na het overlijden diezelfde dag van Jozef Chovanec in het ziekenhuis, komt de lokale politie ter plaatse, net als de procureur, het gerechtelijk labo en het Comité P. Dat heeft minister van Justitie Koen Geens bevestigd. Het Comité P (voorzitter Kathleen Stinckens) vraagt de onderzoeksrechter om op de hoogte gebracht te worden als er ‘organisatorische of structurele disfuncties’ naar boven zouden komen in het onderzoek. Het autopsierapport en het toxicologisch verslag zijn klaar op 4 mei 2018, iets meer dan een maand later volgt ook het verslag van het anatomopathologisch onderzoek. Het Comité P voert in de maanden na de dood van Chovanec ongeveer 60 verhoren uit. Het gaat dan over de aanwezige politieagenten, het luchthavenpersoneel, de ambulanciers, het zorgpersoneel en de familie van het slachtoffer. Op 16 september 2019 laat de onderzoeksrechter weten dat het volgens haar niet nodig is om een reconstructie te houden, nochtans had het parket daarom gevraagd. Ze wil het gerechtelijk onderzoek zonder gevolg afronden, wat ze op 20 januari 2020 ook doet zonder politieagenten in beschuldiging te stellen.

De burgerlijke partij, Henrietta Chovancová, eist daarop bijkomende onderzoeksdaden, waardoor de procedure wordt voortgezet. Op 19 augustus ll. heeft ze er genoeg van om van het kastje naar de muur  te worden gestuurd, ze geeft de beelden van het brutale en mensonterende politieoptreden vrij aan de pers. Als burgerlijke partij heeft ze via haar advocaat immers inzage in het gerechtelijk dossier, inclusief de schokkende video-opname. De klassieke mediamallemolen gaat van start, de oppositie tegen de N-VA likkebaardt, politieofficieren ‘zetten een stap opzij’, specifiek André Desenfants, directeur-generaal van de bestuurlijke politie, en Danny Elst, directeur van de luchtvaartpolitie. Grote baas Marc De Mesmaeker, de nieuwe commissaris-generaal van de federale politie, belooft in de gebruikelijke terminologie de zaak ‘tot op het bot’ uit te spitten, jawel. De chronologie toont nochtans aan dat de politionele en gerechtelijke instanties van bij het begin op de hoogte waren van de camerabeelden. Tot ze noodgedwongen publiek zijn gemaakt door Henrietta Chovancová, hebben de autoriteiten niet de minste tuchtsanctie uitgevaardigd tegen de betrokken politieagenten en heeft het gerecht gepoogd het dossier zonder veel omhaal te klasseren. Ook vandaag nog stelt het parket-generaal van Mons dat in dit stadium van het onderzoek het niet bewezen lijkt te zijn dat het optreden van de politieagenten de directe oorzaak was van de dood van het slachtoffer, en dat de beelden in hun context moeten worden gezien (02/09/2020). Letterlijk: ‘Aussi choquantes et interpelantes que puissent paraître les images de vidéo surveillance, il est toujours dangereux de les commenter et d’en tirer des affirmations péremptoires sans avoir pu les replacer dans leur contexte et à la lumière de ce qui résulte de l’ensemble du dossier. Il est pareillement hasardeux de les commenter sans disposer des auditions des uns et des autres ainsi que des rapports d’expertise… Contrairement à ce qui a pu être affirmé, il ne semble pas prouvé, à ce stade de l’enquête, que les gestes posés par les policiers sont la cause directe du décès de la victime. Il s’agit là du nœud de l’enquête. Par leurs comportements, les policiers peuvent-ils être considérés comme pénalement responsables de la mort de la victime ?’ Verontrustend? Nee, hallucinant, wereldvreemd.

Strafpleiter Hans Rieder op de website van VRT NWS op 31 augustus jl.: ‘Er bestaat tussen het parket, bepaalde magistraten en de politie sinds jaren een promiscue relatie. ‘I’ll scratch your back if you scratch mine’. Samen hadden ze gehoopt dat de zaak in de doofpot zou geraken. Bewijs: de tot nog toe onbeantwoorde vragen waarop nooit een antwoord zal komen. Kunt u mij verklaren waarom die bende doders niet dezelfde dag dat de beelden worden bekeken door de procureur des Konings of de onderzoeksrechter, geboeid ter plaatse worden gebracht om het verloop van de feiten te reconstrueren? Kunt u mij verklaren waarom de procureur des Konings en de onderzoeksrechter geen dringende aangifte doen van de feiten aan de tuchtoverheid (Artikel 26 van de wet van 13 mei 1999 op het tuchtstatuut van de politie)? Aangifte die moet leiden tot een onmiddellijke schorsing in afwachting van het verdere gerechtelijke en tuchtrechtelijke onderzoek. De macht van de politie en de magistratuur is een ongebreidelde macht geworden. In ieder geval staat de politiek er machteloos naar te kijken. De pers ook. De juiste vragen worden niet gesteld. Het lijkt erop dat ook de politiek bang is voor die ongebreidelde macht. De pers stelt geen vragen omdat ze met de politie en bepaalde magistraten in bed ligt voor het krijgen van scoops. Waarom was het doden van Jozef Chovanec trouwens geen scoop? Jan Jambon mag dan al dan niet Sterke Jan blijken te zijn, hij is vooralsnog geen procureur des Konings, geen onderzoeksrechter en geen directe tuchtoverheid van één van de leden van de bende doders. Het wordt tijd dat de juiste vragen aan de juiste verantwoordelijken worden gesteld en dat de pers zich daarin vastbijt.’

Waar Jan Jambon zichzelf moet geselen en het boetekleed aantrekken, neemt minister van Justitie Koen Geens de vertrouwde gedaante aan van zijn alter ego, Pontius Pilatus. Hij wast zijn handen in de vermoorde onschuld, net zoals in de zaak Julie Van Espen of andere moorden gepleegd door draaideurcriminelen. Hij is een meester in het ontlopen van ministeriële verantwoordelijkheid. Daarin is hij in het illustere gezelschap van collega’s Maggie De Block, minister van Volksgezondheid, met haar desastreuze gebrek aan voorzorg tegen pandemieën, en Wouter Beke, Vlaams minister van Welzijn, samen met zijn voorganger Jo Vandeurzen aansprakelijk voor het debacle in de woon-zorgcentra. De teller van de covid-19 doden in België staat inmiddels op 853 per miljoen inwoners (9.899 in totaal op 04/09/2020). Maar wie maalt daarom? De weldenkende media stellen Beke voor als een sul, maar pakken Geens en De Block niet aan op hun gebrek aan competent beleid. Dat past immers niet in het Vivaldi-of Avantiscenario, hun gedroomde regeringscoalitie. Dus maar lekker Jan Jambon en de N-VA bashen of Bart De Wever, als burgemeester van Antwerpen gejudast met de duizend bommen en granaten van de mocro-maffia. Op het functioneren van Jambon als Vlaams minister-president valt zeker kritiek te leveren, maar hij verdient het niet het voorwerp te zijn van een laaghartige ‘trial by media’. Mega Maggie van haar kant is ‘le chouchou de la maison’ bij staatszender VRT, Wetstraatinquisiteur Pieterjan De Smedt onderwerpt haar zelden aan een drammerig kruisverhoor.

Het Slovaaks parlement heeft eergisteren, 2 september, unaniem een resolutie goedgekeurd die ‘de disproportionele en ruwe actie’ van de Belgische veiligheidsdiensten veroordeelt, net als het verhullen van bewijzen en de traagheid van het onderzoek. De Slovaakse regering kreeg de opdracht om de regering-Wilmès te vragen ‘hoe mensenrechten en het vermoeden van onschuld beschermd worden’ in België ‘als een Slovaaks burger een onmenselijke behandeling krijgt in plaats van hulp’. Niettemin zet het verontwaardigd geblaat in het Belgische en het Slovaakse parlement weinig zoden aan de dijk voor Henrietta Chovancová. Concrete steun van de Belgische of Slovaakse overheden heeft ze vooralsnog niet gekregen. Dus blijft ze zelf vechten voor gerechtigheid voor haar man Jozef in de hoop dat de rechtsstaat in de toekomst kan vermijden dat de combinatie van onkunde, groepsdwang, dedain, machtsmisbruik en zwijgcultuur slachtoffers blijft maken. Inmiddels heeft de Hoge Raad voor de Justitie (voorzitter Christian Denoyelle) kenbaar gemaakt dat hij de aanpak van het gerecht in de zaak Chovanec grondig gaat doorlichten. Wait and see. Klap op de vuurpijl: de betrokken politiegenten (specifiek de Hitleraanhangster) menen dat hun rechten aangetast zijn door het vrijgeven van de videobeelden in de pers. ‘Het geheim van het onderzoek is geschonden’. Van zelfs maar de minste geringste betuiging van spijt of medeleven aan de nabestaanden van Jozef Chovanec is geen sprake. Wat een onuitstaanbare arrogantie!

‘Blind belief in authority is the greatest enemy of truth’ (Albert Einstein). Buitensporig politiegeweld doet zich niet alleen voor in de Verenigde Staten. De zaak Chovanec is samen met de dodentol door covid-19 en de aanslepende federale regeringsvorming een zoveelste blamage voor de reputatie van België in het buitenland. Of is dat voor onze bewindvoerders maar nevenschade? ‘Something is rotten in the state of Belgium’. Dat is al een hele tijd zonneklaar. Hopelijk heeft de hartenkreet van Henrietta effect en krijgt het dossier Chovanec niet het label ‘fait divers’ wat ongetwijfeld de bedoeling was van politie en gerecht. ‘I have a dream’ zei Martin Luther King.

 

Marc Peeters, 4 september 2020.