Niets is wat het lijkt - Het VN Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration (2)

15 december 2018     door Marc Peeters

Het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration (GCM) of Migratiepact blijft de gemoederen beroeren. Door de tijdsdruk van goedkeuring van het GCM (10 en 11 december 2018 in Marrakesh door 164 van de 193 VN-lidstaten) en formele bekrachtiging door een resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (19 december 2018 in New York), heeft de discussie momenteel deze over andere belangrijke maatschappelijke vraagstukken als klimaat en energievoorziening, koopkrachtbehoud en belastingdruk, welvaartscreatie en welvaartsherverdeling, in de schaduw gesteld. Al deze debatten zijn wezenlijk voor de samenleving en voor de ontwikkeling en het welzijn van wie er deel van uitmaakt. Het valt dan ook toe te juichen dat in de Westerse democratieën de regeringen het GCM (eindelijk) op de agenda hebben geplaatst en dat de parlementsleden als vertegenwoordigers van het volk, zich hierover hebben kunnen uitspreken. Ook al is dat behoorlijk laat gebeurd. Het debat heeft bovendien de scheidingslijnen tussen de trias politica - wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht - nog eens duidelijk onder de schijnwerpers gebracht. Vooral waar het gaat om het toenemend aantal internationale verbintenissen, verdragen, raamakkoorden, beginselverklaringen of morele engagementen. Het GCM is overigens een pact, geen verdrag, het valt in de categorie van de raamakkoorden.

Art. 167 van de Belgische Grondwet kent de bevoegdheid voor de buitenlandse betrekkingen en het sluiten van internationale overeenkomsten toe aan de Koning, in de praktijk rechtsgeldig (art. 106 Grondwet) vertegenwoordigd door de regering, in casu de ministerraad. De overheidswebsite www.premier.be licht toe als volgt: ‘De ministerraad beslist collegiaal op basis van consensus. De ministerraad stemt dus niet over de beslissingen. De regeringsleden debatteren tot ze het allen eens zijn. Naar de buitenwereld toe zijn ze solidair verantwoordelijk voor die beslissing. Daarom zijn de besprekingen geheim en vereist de ministeriële deontologie de grootste discretie. De eerste minister sluit het debat af als er een consensus bestaat om een beslissing te nemen waar de leden van de regering solidair achter staan. Een regeringslid mag dus openlijk geen voorbehoud uiten over een beslissing die de ministerraad collegiaal heeft genomen. Dat geldt vooral voor de voorontwerpen van wet en ontwerpen van Koninklijk Besluit die het staatshoofd moet ondertekenen. De regeringssolidariteit waarborgt de samenhang in de coalitieregeringen, zoals we die in België kennen.’ Als er geen consensus is, wordt het dossier uitgesteld. Meestal zal een werkgroep met vertegenwoordigers van de beleidsorganen van de ministers het dossier bespreken en via voorstel en tegenvoorstel tot een voorbereidende consensus komen. In de mediaheisa en het parlementair gekrakeel over het GCM is voormelde duiding over de besluitvorming in de ministerraad nauwelijks aan bod gekomen.

In de commotie over het GCM springen vier factoren in het oog:

1. De gevolgde procedure

De New York Declaration for Refugees and Migrants is op 19 september 2016 bij unanimiteit goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Dat was de directe aanzet tot het Migratiepact en het Vluchtelingenpact (zie infra). Op 2 december 2017 heeft president Donald Trump de Verenigde Staten (VS) uit de besprekingen teruggetrokken. De Europese Unie (EU) heeft dan een voortrekkersrol op zich genomen onder aanvoering van de Europese Commissie en de voorzitter van de Raad van de EU, sinds 1 juli 2018 is dat Oostenrijk. Voor België heeft ambassadeur Jean-Luc Bodson, speciaal gezant voor Asiel en Migratie, de onderhandelingen gecoördineerd, die zich in essentie op diplomatiek niveau hebben afgespeeld met regelmatige terugkoppeling naar de kabinetten van de bevoegde ministers (Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken, Asiel en Migratie).

Het is de gewoonte in België dat een document zoals het GCM wordt goedgekeurd door overleg in de zogenaamde CoorMulti en in samenspraak met de bevoegde kabinetten. De CoorMulti is een afdeling binnen de Directie-generaal voor Multilaterale Zaken en voor de Mondialisering (DGM) van het ministerie van Buitenlandse Zaken (huidig bevoegd minister is vicepremier Didier Reynders, die zich in de GCM- kwestie erg gedeisd heeft gehouden). Als intrafederaal overlegplatform delibereert de CoorMulti over internationale betrekkingen en draagt bij tot de coherentie van het Belgisch beleid. De CoorMulti fungeert bovendien als coördinatieorgaan. Aan de vergaderingen nemen technische experts (ambtenaren) deel, naast vertegenwoordigers van de betrokken regeringskabinetten.

Tijdens de onderhandelingen over het GCM antwoordde staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken op 25 april 2018 op een vraag van PS-volksvertegenwoordiger Stéphane Crusnière daarover in de Kamer: ‘De coördinatie van het Belgische standpunt vindt plaats tijdens vergaderingen op het departement Buitenlandse Zaken. De coördinatie van het EU-standpunt gebeurt in Brussel en New York binnen de delegatie van de Unie. Wij steunen het voornemen om te komen tot ordentelijke legale migratie, gestoeld op rechten en met inachtneming van de soevereiniteit van elke staat. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen. We staan achter het niet-dwingende karakter van het GCM, dat een strikt opvolgingsmechanisme moet garanderen. Een en ander houdt ook in dat illegale migratie wordt bestreden en dat de verantwoordelijkheid voor de terugkeer van illegale migranten bij het land van herkomst wordt gelegd.’ Dit is het correcte antwoord van Theo Francken en niet de versie ‘pour les besoins de la cause’ die De Standaard op 10/12/2018 heeft gepubliceerd.

Op 2 en 3 mei 2018 heeft nota bene in Marrakesh (!) onder Belgisch voorzitterschap een Europees-Afrikaanse top over migratie en ontwikkeling (het Rabat Proces) plaatsgevonden. Alle 55 vertegenwoordigde landen, waaronder behalve Hongarije, alle lidstaten van de EU plus Noorwegen en Zwitserland, hebben er de Marrakesh Political Declaration ondertekend. Voor België waren dat minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders, minister van Binnenlandse Zaken Jan Jambon en staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken. In zijn blogpost van 15/05/2018 stipte Theo Francken hierover het volgende aan: ‘Ik overdrijf niet als ik zeg dat Afrika van uitermate groot geostrategisch belang is voor Europa, ook en vooral op het vlak van migratie. Het continent is 6 maal zo groot als de EU en telt meer dan dubbel zoveel inwoners. Het continent kreunt onder een bevolkingsexplosie, die zorgt voor verdere verarming van Afrika en een toenemende migratiedruk op onze buitengrenzen. Samenwerking met de Afrikaanse landen is cruciaal om die migratiedruk onder controle te kunnen brengen. Zoals steeds staat zo’n document bol van wollig diplomatiek taalgebruik. Dat is onvermijdelijk, want de Afrikaanse landen moeten immers over de streep getrokken worden om mee te ondertekenen. Maar tegelijk wordt er in de Verklaring diep ingegaan op de uitdagingen rond terugkeer en op de strijd tegen mensensmokkel. Dit zijn ook de punten die ik sterk beklemtoonde tijdens de Belgische tussenkomst. Daarenboven betreft zo’n verklaring een louter politiek document. Er werden geen engagementen aangegaan voor de toekenning van meer visa, noch werden er nieuwe migratiekanalen geopend. Anders had ik daar evident mijn steun nooit aan verbonden.’

Op 13 juli 2018 is dan door 192 lidstaten van de Verenigde Naties (de VS niet meegerekend) de finale tekst van het GCM aanvaard. Pas nadien hebben een reeks landen zich teruggetrokken of gedistantieerd van de tekst: Hongarije, Australië, Bulgarije, Oostenrijk (!), Estland, Tsjechië, Zwitserland (co-voorzitter met Mexico van de voorbereidende onderhandelingen), Polen, Israël, Slovakije, Kroatië, Italië, Letland, Chili, Brazilië (terugtrekking uit het GCM op 01/01/2019 door de nieuwe president Jair Bolsonaro). Deze landen bestempelen de tekst als ambigu en vinden dat het GCM internationale standaarden introduceert die hun soevereiniteit aantasten en democratische legitimiteit missen. Het GCM als Trojaans paard dat belet een eigen migratiepolitiek te voeren. De critici zijn ook van mening dat het pact te weinig onderscheid maakt tussen legale en illegale migratie. In heel wat Westerse landen zijn discussies over het GCM losgebarsten: buiten België ook in o.m. Nederland, Denemarken en Duitsland.

De CoorMulti heeft het GCM besproken op drie bijeenkomsten, nl. op 19 februari, 4 juni en 12 september 2018. Aan de eerste nam Thomas Moens deel, de adjunct-kabinetschef en adviseur internationale relaties van staatssecretaris Theo Francken, aan de tweede een vertegenwoordiger van de Dienst Vreemdelingenzaken. De laatste vergadering handelde over het finale standpunt van België tegenover de tekst. Het kabinet-Francken was verhinderd door een buitenlandse missie en niet vertegenwoordigd op deze bijeenkomst die uiteindelijk groen licht gaf voor de ‘goedkeuring, promotie en uitwerking’ van de finale tekst van het Migratiepact. Tijdens de bespreking was er blijkbaar wel telefonisch contact geweest tussen Jean-Luc Bodson en Thomas Moens, die met vermelde conclusie akkoord zou gegaan zijn. De Dienst Vreemdelingenzaken wees op 12 september wel op het gevaar dat het akkoord ‘ondanks het juridisch niet-bindende karakter kan worden ingeroepen tijdens processen tegen de DVZ wegens het engagement waartoe België zich verbindt’. De indruk ontstaat hier toch dat de N-VA als partij toen het laatste momentum heeft gemist om zich formeel tegen de tekst van het GCM te verzetten. Partijvoorzitter Bart De Wever erkent dat ook (‘de rode kaart niet tijdig getrokken’).

Op basis van de besluitvorming in de CoorMulti (validatie door kabinetsmedewerkers) en dus niet van de ministerraad (onderwerp voor de eerste keer formeel geagendeerd op 08/12/2018) of zelfs het kernkabinet (premier en vicepremiers), heeft premier Charles Michel het engagement van België voor het GCM uitgesproken tijdens de Algemene Vergadering van de VN op 27 september 2018 in New York. Vervolgens is de beslissing door minister van Buitenlandse Zaken Didier Reynders op 3 oktober 2018 gecommuniceerd aan alle diplomatieke posten. Dus ook aan ambassadeur Marc Pecsteen de Buytswerve, de Belgische permanente vertegenwoordiger bij de VN in New York, die op 19 december 2018 het Migratiepact formeel dient te bekrachtigen namens België. Dat de besluitvorming over het GCM zo lang onder de radar is gebleven, heeft ook veel te maken met het intensief diplomatiek lobbywerk, ondersteund door de inspanningen van de Koning en de Belgische regering, om België vanaf 01/01/2019 voor twee jaar een plaats te bezorgen in de VN-Veiligheidsraad, wat op 08/06/2018 ook is gelukt. Daarnaast heeft de campagne voor de lokale verkiezingen van 14/10/2018 eveneens invloed gehad. Geen enkele coalitiepartij, geen enkel regeringslid wenste in die omstandigheden enige onenigheid over een niet-bindend GCM tot voorwerp van publieke discussie te maken. 

Het is overduidelijk dat (overigens niet alleen in België) de procedurele routine alleszins de bovenhand heeft gehad over een grondige juridische analyse van de maatschappelijke draagwijdte van de tekst. Bovendien is in de EU te weinig teruggekoppeld naar de bevolking via de respectieve parlementen van de lidstaten, wat kenschetsend is voor de wat afstandelijke wereld van diplomaten en grote internationale instellingen. Het GCM is tot stand gekomen volgens de traditionele diplomatieke geplogenheden om een zo breed mogelijke overeenstemming te bereiken tussen de verschillende lidstaten. In dit dossier waar de belangen van de landen van oorsprong enerzijds, van transit, ontvangst en vestiging anderzijds, dikwijls ver uiteen liggen en zelfs diametraal tegenover elkaar staan, heeft deze aanpak een tekst voortgebracht die door zijn brede interpretatiemarge aanleiding is tot controverse. Vooral zodra de maatschappelijke, juridische en financiële impact ervan is doorgedrongen in een reeks landen die al dan niet terecht kritisch staan tegenover migratie en multilateralisme. Het draagvlak van supranationale, technocratische instellingen, die steeds meer invloed uitoefenen (bv. in asiel en migratie, klimaat en energievoorziening, internationale handel) en de regie in handen nemen zonder democratisch georganiseerde legitimiteit, staat wereldwijd in vraag (paradigmashift). De delegatie van bevoegdheden door de soevereine staten wordt te veel opgerekt. Voortschrijdend inzicht daarover bij diverse, voornamelijk Westerse regeringen, verstoort vanzelfsprekend de diplomatiek en politiek correcte consensus.

Tijdens zijn tussenkomst op 04/12/2018 in de Commissie Buitenlandse Betrekkingen van de Kamer, waarschuwde advocaat Fernand Keuleneer voor de verdoken evolutie naar een ‘global governance’, een internationale rechtsorde die de soevereine staten juridisch aan zich ondergeschikt maakt en de beslissingsmacht sluipend overhevelt naar internationale en supranationale instellingen, zonder grondwettelijke basis en zonder adequate democratische controle. In Knack dd. 12/12/2018 voegt hij daaraan toe: ‘In dat rechtssysteem komt de ultieme beslissingsbevoegdheid bij transnationale instellingen en rechtscolleges te liggen, zonder mogelijkheid van klassieke democratische correctie.' De EU bv. worstelt nog steeds met haar democratische legitimiteit (cf. de aanvaringen met Hongarije en Polen versus het stilzwijgen over de Catalaanse kwestie in Spanje).

Opmerkelijk. Er bestaat een merkwaardig stilzwijgen over het tweede raamakkoord, het Global Compact on Refugees (GCR) of Vluchtelingenpact. Met uitzondering van opnieuw de VS hebben in dit geval 192 lidstaten zich eens verklaard met de finale tekst die op 26 juni 2018 is voorgelegd door Filippo Grandi, de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (United Nations High Commissioner for Refugees - UNHCR). Op 13 november 2018 is de tekst van het Vluchtelingenpact door de lidstaten van de VN in het Sociaal, Humanitair en Cultureel Comité goedgekeurd met 176 stemmen voor en 1 tegen (de VS). Net zoals bij het GCM blinken de bepalingen van dit GCR niet direct uit door helderheid. Het VN-Vluchtelingenpact heeft betrekking op financiële steun (humanitaire hulp en duurzame ontwikkeling) voor de opvang van vluchtelingen uit oorlogslanden, specifiek in de buurlanden van die oorlogslanden. Het gaat ook over de hervestiging van vluchtelingen naar andere landen, om de verantwoordelijkheid van de opvang in principe eerlijker te verdelen. De formele bekrachtiging van het Vluchtelingenpact bij resolutie staat op de agenda van de Algemene Vergadering van de VN, in dit geval op 17 december 2018 in New York.

2. De eigenlijke inhoud

De eigenlijke inhoud van het GCM, dat 10 richtsnoeren en 23 doelstellingen omvat, komt nauwelijks aan bod op de publieke fora. Experts hebben duiding gegeven in de mainstreammedia, maar enkel over de basisfilosofie, de grote lijnen en het al dan niet bindend karakter van het pact. Ook de toevoeging door België van een interpretatieve nota (‘explanation of vote’) naar Nederlands, Deens en Noors voorbeeld was een onderwerp. Mits voldoende stringent opgesteld, kon dit een uitweg geboden hebben. Specifiek door de nota als uitleg te voegen bij een onthouding wat betreft de goedkeuring en stemming van het GCM. Specialisten internationaal recht als Prof. Jan Wouters (KU Leuven) en Prof. Marc Bossuyt (UAntwerpen) hebben erop gewezen dat dergelijk initiatief niet ongebruikelijk is wanneer een land bij akkoordverklaring met een internationaal verdrag of afsprakenraamwerk zijn positie wil verduidelijken en/of het behoud van soevereiniteit in bepaalde domeinen wenst af te bakenen (zie mijn memo ‘De strategie van de spin’ dd. 03/12/2018).

De kern van het verhaal blijft hoe dan ook dat het GCM vertrekt van een inherent positieve benadering van migratie met eerder aanmoediging dan ontrading, faciliteren eerder dan tegengaan. Artikel 8 van het GCM omschrijft migratie als ‘een bron van voorspoed, innovatie en duurzame ontwikkeling in een geglobaliseerde wereld. Deze positieve impact kan geoptimaliseerd worden door een verbeterd migratiebeleid.’ Artikel 10 definieert migratie als ‘een bepalende factor van onze geglobaliseerde wereld die samenlevingen over alle regio’s heen met elkaar verbindt, waardoor we allemaal behoren tot landen van oorsprong, transit en bestemming’. ‘We moeten er daarom voor zorgen dat huidige en potentiële migranten volledig geïnformeerd zijn over hun rechten, plichten en opties inzake veilige, ordelijke en reguliere migratie en op de hoogte zijn van de risico’s van irreguliere migratie.’ Het uitgangspunt daarbij is dat migranten net als vluchtelingen een kwetsbare groep vormen die vaak vergelijkbare moeilijkheden ondervindt. In de beide gevallen gaat het om personen die vallen onder de bescherming van de verdragen en verklaringen over mensenrechten en humanitaire opvang. Tot nu toe, zo stelt de inleidende tekst van het GCM, hadden alleen vluchtelingen recht op een specifieke internationale bescherming zoals gedefinieerd in het internationale vluchtelingenrecht. Het Migratiepact wil daaraan verhelpen door voor migranten niet zozeer een identieke, maar wel een vergelijkbare regeling voorop te stellen. Deze benadering plaatst de facto asielzoekers en vluchtelingen aan de ene kant en mensen die een beter leven zoeken aan de andere kant, op een vrijwel gelijk beschermingsniveau. Dat is toch wel onrecht doen aan mensen die écht voor hun leven op de vlucht moeten.

Ook al is het heel redelijk dat economische migranten op zoek gaan naar betere levenskansen en meer welvaart, dat betekent nog niet dat ze dienen gestimuleerd te worden om daartoe hun land te verlaten en elders hun geluk te zoeken, zonder a priori en proactief de geëigende paden te bewandelen van verblijfstitel en arbeidsvergunning. Van hun voorkeursbestemmingslanden worden reactievermogen en oplossingen a posteriori verwacht met inbegrip van de daarvoor vereiste financiële middelen en maatschappelijke draagkracht. Daar wringt het schoentje. Er is een mismatch tussen aanbodmigratie, waarin vooral kwantiteit en tewerkstellingsdromen dominante factoren zijn, en vraagmigratie, waarin kwaliteit (kennis en expertise) en de behoefte aan gekwalificeerd personeel primeren, naast de wil tot aanpassing en integratie van nieuwkomers. Gendergelijkheid in een diverse, seculiere en tolerante samenleving is in dit verhaal een sleutelfactor. Clandestiene (irreguliere) migratie dient tegengegaan, niet door alle faciliteiten te creëren om ze om te turnen naar legale (reguliere) migratie, o.m. door bestaande wetgeving in de bestemmingslanden af te zwakken, maar door efficiënt in te grijpen in mensensmokkelroutes en de oorzaken van economische migratie aan te pakken in de herkomstlanden (‘migration must never be an act of desperation’ - art. 13 GCM) met de nadruk op onderwijs, geboortebeperking, corruptiebestrijding en socio-economische hervormingen. In dat opzicht legt het Migratiepact de verkeerde klemtonen. ‘Het VN-Migratiepact is windowdressing. Mensensmokkelaars kunnen het gebruiken als een marketingdocument om mensen naar Europa te lokken’, meent Assita Kanko, vrouwenrechtenactiviste, oprichtster en voorzitster van Polin, lid van de denktank Liberales, in De Standaard van 14/12/2018.

Louise Arbour, Speciale VN-Vertegenwoordiger voor Internationale Migratie, is de architect van het GCM. Ze oefende o.m. de functies uit van rechter in het Canadese Hooggerechtshof, hoofdaanklager bij de internationale tribunalen voor Rwanda en voormalig Joegoslavië, VN-Hoog Commissaris voor de Mensenrechten, en ze leidde de International Crisis Group. Ze geeft in een interview in Mo* Magazine van 12/11/2018 (zie ook De Standaard 06/12/2018) als volgt toelichting bij het Migratiepact: ‘Het Compact is een document dat geen wettelijke verplichtingen inhoudt voor de deelnemende landen. Je kunt het in die zin vergelijken met de duurzame ontwikkelingsdoelen: ze verplichten tot niets, maar ze werden wel het raamwerk om ontwikkeling, hulp en duurzaamheid te definiëren. Het Global Compact gaat dat niet als bij toverslag oplossen, maar heeft wel een wereldwijd gesprek op gang gebracht over de complexiteit van migratie. Dat is geen kleine verdienste in een wereld die steeds meer gepolariseerd wordt rondom dit thema. In het ene kamp wordt gepleit voor het verder opentrekken van de definitie van vluchteling en het verwelkomen van iedereen die zijn heil aan de andere kant van een grens zoekt, in het andere gelooft men dat alleen het bouwen van muren of het opzetten van een ondoordringbare bewaking van de grenzen een oplossing biedt.’

‘Wat het Global Compact wil doen, is instrumenten creëren om de huidige chaotische toestand aan de buitengrenzen om te vormen tot een beter geregelde en beheersbare werkelijkheid van mensen die zich verplaatsen. Want chaos is niet nuttig voor migranten, maar ook niet voor landen van herkomst, transit of aankomst. Het Global Compact spreekt zich niet uit of migratie goed of slecht is, maar gaat er wel ondubbelzinnig van uit dat chaotische en rommelige migratie voor niemand goed is, terwijl beter geregelde en georganiseerde migratie voor iedereen voordelen kan opleveren. Het bevat geen concrete beleidsvoorschriften, maar de verwachting is wel dat sommige landen gastvrijer moeten zijn, onder andere om hun arbeidstekort op te vangen, terwijl andere landen voor hun eigen ontwikkeling behoefte zullen hebben om een deel van hun arbeidskrachten te exporteren. Om dat goed te organiseren moet erop toegezien worden dat iedereen op een fatsoenlijke manier en op basis van mensenrechten behandeld wordt. De goede vraag is niet of je pro dan wel contra migratie bent, maar hoe je de negatieve impact verkleint terwijl je de positieve bijdrage maximaliseert’, aldus Louise Arbour.

Robert Cliquet, hoogleraar emeritus bio-antropologie en sociale biologie aan de Universiteit Gent, ere-algemeen directeur van het Centrum voor Bevolkings- en Gezinsstudies, voormalig voorzitter van de VN-Commissie voor Bevolking en Ontwikkeling, wetenschappelijk adviseur van de Belgische regering bij diverse VN-Wereldbevolkingsconferenties, zegt over het GCM het volgende in Knack Opinie 09/12/2018: ‘Het VN-migratiepact is een hoogst onvolledig en onevenwichtig document. Het is beter om de huidige tekst op een laag pitje te zetten en verder uit te werken dan om de onmiddellijke goedkeuring ervan aan te moedigen. Het pact handelt niet over de migratieproblematiek in zijn geheel, maar overwegend alleen over migranten. Wat in doelstelling twee (over het minimaliseren van de nadelige factoren en structurele factoren die mensen dwingen te vertrekken vanuit hun land van herkomst) bijvoorbeeld ontbreekt, is enige aandacht voor de bevolkingsdynamiek als onderliggende oorzaak van migratie en de noodzakelijke beleidsmaatregelen om die te beheersen. Het pact besteedt eenzijdig aandacht aan de migranten en nauwelijks of niet aan de ingezeten bevolkingen van de immigratielanden.’

Robert Cliquet stelt verder: ‘Bekende fundamentele oorzaken van onvrijwillige migratie zijn (1) sterke bevolkingsdruk of -toename door een falend bevolkingsbeleid en in het bijzonder een gebrekkig geboortebeperkingsbeleid, (2) godsdienstige en/of politiek gedreven interne conflicten, (3) onderontwikkeling en armoede ten gevolge van een inadequaat overgangsbeleid naar modernisering en/of de kapitalistische uitbuiting door de eigen elites, vaak ondersteund door belangen van Westerse bedrijven of regeringen, (4) ecologische ontaarding of rampen. Verscheidene van die fundamentele oorzaken komen vaak samen voor en sommige ervan accelereren zelfs ingevolge hun interactie. Het pact is eenzijdig in zijn stellingen over de voor- en nadelen van migratie. Hier vindt men een klassiek voorbeeld van de weliswaar goedbedoelde en diplomatisch begrijpelijke halve waarheden die wel vaker voorkomen in VN-documenten. Inzake de migranten zelf lijken de opstellers van het pact zich vooral te hebben toegespitst op de rechten van migranten - het woord rechten wordt 113 maal vermeld in het document. Zoals wel meer het geval is in VN-beleidsdocumenten zijn verwijzingen naar plichten en verantwoordelijkheden veel minder aan de orde - het woord verplichting met betrekking tot migranten komt slechts 7 maal voor.’

Het is jammer dat we geen inhoudelijk debat hebben kunnen zien en horen tussen voor- en tegenstanders van het pact, minstens van de gehanteerde uitgangspunten en methodiek, zoals dat uit bovenstaande commentaren naar voren komt. Dat zou verrijkender geweest zijn dan het politieke schimmenspel en het oeverloos gepalaver dat nu is opgevoerd. ‘Het is trouwens perfect mogelijk om het Migratiepact geen deugdelijk instrument te vinden en toch voorstander te zijn van een beleid dat migrantvriendelijk of zelfs pro migratie is’ (advocaat Fernand Keuleneer cf. supra). Voor verdere inhoudelijke analyse verwijs ik naar mijn memo ‘De strategie van de spin’ dd. 03/12/2018.

3. Het niet-bindend karakter

Een zwaktebod. Bij gebrek aan pertinent antwoord op de bezwaren tegen het VN-Migratiepact is dit de dooddoener par excellence: het GCM is niet-bindend en wordt sowieso met minstens een tweederdemeerderheid bij resolutie bekrachtigd op de Algemene Vergadering van de VN op 19 december 2018 in New York, nadat het ontwerp daartoe op 10 december 2018 in Marrakesh door de aanwezige staats- en regeringsleiders (Belgisch premier Charles Michel inclusief) bij unanimiteit is aangenomen. Dit is toch wel wat kort door de bocht. Niet-bindend is niet hetzelfde als vrijblijvend. In de tekst komen de woorden ‘commitment’ en ‘commit’ veelvuldig voor. De nuance tussen ‘engagement’ en ‘verbintenis’ is in casu flinterdun, ‘verplichting’ is nog de beste vertaling. Het GCM zal als interpretatiekader (bv. over mensonterende behandelingen, gezinshereniging, opsluiting van irreguliere gezinnen) stelselmatig doorsijpelen in jurisprudentie (rechtspraak) en doctrine (rechtsleer), twee belangrijke bronnen van het recht. Daarbij kunnen bestaande begrippen in het recht anders, ruimer of beperkter, worden ingevuld.

De internationaalrechtelijke impact van deze ‘soft law’ valt niet te onderschatten in regio’s en landen waar de fundamentele principes van de democratische rechtsstaat in de grondwet verankerd zijn en de rechters onafhankelijk optreden. Wat overigens ook zou moeten betekenen dat ze hun ideologische overtuiging niet laten doorwegen in de interpretatie van het GCM, kortom dat ze zich niet activistisch opstellen, wat met deze tekst wel degelijk mogelijk is. Rechters die hun eigen maatschappijbeeld en politieke overtuiging via vonnissen en arresten willen opleggen, kunnen er alle kanten mee op, terwijl politici die jurisprudentie niet afdoend kunnen bijsturen. Er is nochtans democratisch geen behoefte aan een ‘gouvernement des juges’ waarbij de rechterlijke macht zich beleidsbepaling toe-eigent. Hendrik Vuye, Kamerlid en hoogleraar staatsrecht aan de Universiteit van Namen, zegt hierover in Knack dd. 10/12/2018: ‘We moeten durven na te denken over de hiërarchie tussen nationaal en internationaal recht. Tot nu toe gaan we er steeds van uit dat internationaal recht primeert op nationaal recht. Een regel van internationaal recht kan dus leiden tot de niet-toepassing van het nationale recht. Alleen heeft het parlement zich hierover nooit uitgesproken. Het zijn rechters die dit principe hebben geponeerd. Zo hebben de Raad van State en het Hof van Cassatie in één zin geoordeeld dat het internationaal recht zelfs primeert op de Grondwet. Veel uitleg valt er niet te lezen in de arresten. Hebben rechters wel een voldoende democratische legitimiteit om zo'n belangrijke beslissing te nemen? Laten we rechters bepalen hoever de soevereiniteit van ons land reikt? Dat is toch een beslissing die aan het parlement toekomt?’ Opmerking: de autocratische of dictatoriale regimes in de wereld (sterk vertegenwoordigd in de VN-Algemene Vergadering) zijn nauwelijks of niet geïnteresseerd in onafhankelijke rechtspraak en zullen het GCM implementeren naargelang het hen goed uitkomt zoals ze dat trouwens ook met mensenrechtenverdragen hebben gedaan.

De voorstanders van het pact zien het als een eerste stap richting een multilaterale oplossing voor een complex probleem dat geen enkel land alleen de baas kan. Het pact is voor hen een set van richtlijnen, een aanwijzing voor te volgen gedrag, niets meer. Dat standpunt is toch ook tamelijk contradictorisch, de juridische definitie van ‘richtlijn’ is immers ‘bindend voorschrift’, in de EU is het zelfs een wetgevend instrument dat de lidstaten bindt om een bepaald normatief resultaat te bereiken door omzetting in hun eigen nationale wetgeving. In dat kader is een richtlijn een rechtshandeling die een bepaald doel vastlegt dat alle EU-landen verplicht moeten bereiken, waarbij ze evenwel zelf daartoe de wetgeving dienen vast te stellen en daarbij rekening mogen houden met de specifieke situatie in hun eigen land.

De ambiguïteit over het niet-bindend karakter en de impact van het GCM in wat België betreft, Europese en nationale rechtspraak, is misschien wel de voornaamste oorzaak van de controverse. Politici, pers en zelfs juridische experts spreken elkaar in het juridisch dispuut om de haverklap tegen, wat de bevolking totaal geen houvast biedt en de verwarring tot het nieuwe normaal verheft. En waar staat ons aller EU in dit dossier dat de Europese Commissie mee heeft onderhandeld? ‘Voor de EU is de vluchtelingencrisis minstens even existentieel als de eurocrisis was. Migratie grijpt zelfs nog dieper in de harten en geesten in dan sociaaleconomische problemen’ (Herman Van Rompuy, voormalig voorzitter van de Europese Raad en premier van België in Knack 12/12/2018).

Rik Van Cauwelaert geeft opheldering in De Tijd van 08/12/2018 (column Paleis der Natie). In maart dit jaar [21/03/2018] kon elke belangstellende kennisnemen van 'het [voorstel voor een] besluit van de Europese Raad houdende machtiging van de Commissie om het mondiale pact voor veilige, ordelijke en reguliere migratie goed te keuren namens de Europese Unie'. Het besluit is formeel: 'Artikel 17, lid 1, van het Verdrag betreffende de EU vermeldt de bevoegdheden van de Commissie en bepaalt in het bijzonder dat de Commissie voor de externe vertegenwoordiging van de Unie zorgt, behalve wat betreft het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en de andere bij de Verdragen bepaalde gevallen.'

Zo staat er letterlijk in paragraaf 11 van het besluit: 'De goedkeuring van het mondiale migratiepact namens de Unie is gepland voor 10 december 2018, ter gelegenheid van de opening van de plenaire vergadering van de Intergouvernementele Conferentie [in Marokko].' De volgende paragraaf benadrukt: 'Het is in het belang van de Unie bij te dragen tot het welslagen van dit proces en het is van het grootste belang de eensgezindheid over het EU-standpunt te bewaren om ervoor te zorgen dat de definitieve tekst van het mondiale migratiepact in overeenstemming is met het acquis en het beleid van de EU.' Via de formele goedkeuring door de Europese Commissie past het VN-pact in het geheel van 'Europese waarden' vervat in het Verdrag van Lissabon, en kan en zal het gaandeweg worden aangewend zowel in de rechtspraak, zelfs al wordt aangegeven dat het niet-bindend is.

Zowel het Migratiepact als het Vluchtelingenpact vertrekken terecht van menslievendheid, solidariteit en samenwerking (‘de wereld is een dorp’), maar vertonen weinig pragmatisme en realiteitszin in de concrete omzetting van die uitgangspunten. Asielzoekers die de status van vluchteling krijgen, hebben ontegensprekelijk recht op de wettelijke bescherming voorzien in de mensenrechtenverdragen, met inbegrip van alle materiële voorzieningen die daarbij horen. Op te merken valt dat een vluchteling niet per definitie een migrant is, ook al suggereren de mainstreammedia dat anders. Wat economische migranten betreft, liggen de zaken toch enigszins anders. Om te beginnen besteedt het GCM nauwelijks aandacht aan de capaciteit van de landen van transit en bestemming om (zonder daarom gevraagd te hebben) migranten op te vangen, te huisvesten, onderwijs en zorg te verstrekken, ze te aanvaarden en ze te integreren, daarbij conform het Migratiepact, rekening te houden met cultuurverschillen (bv. religieuze tradities), maar tegelijk gendersensitief te zijn. Een uitgebreid programma dat behoorlijk wat aanpassingsvermogen vergt, wat zich niet louter op mentaal en sociaal vlak dient te manifesteren, maar ook belangrijke financiële implicaties heeft. Nergens anticipeert het GCM een worstcasescenario voor wanneer het slecht afloopt met de hooggestemde intenties of er randproblemen opduiken zoals criminaliteit, religieuze onverdraagzaamheid, genderdiscriminatie, factoren die op hun beurt bron zijn van uitsluiting en racisme. Wat als migratie ontwrichtend werkt voor de samenleving die ze moet opvangen? Niet alles is rozengeur en maneschijn.

Het onderwerp van de kostprijs van migratie is in weldenkende kringen taboe. ‘Je kan toch geen prijs kleven op mensen.’ Vreemd, als het pakweg over werklozen, zieken of gepensioneerden gaat, gebeurt dat wel. Nogal logisch, hoe is het anders mogelijk de lopende en toekomstige uitgaven daarvoor te budgetteren? Meten is weten. Het wegmoffelen van de kostprijs verstrekt de indruk dat de factuur voor het implementeren van de streefdoelen van het GCM, dient betaald door de landen van transit en bestemming. Bestaat daarvoor een democratisch draagvlak? Om het politieke debat over migratie te objectiveren, heeft voormalig minister van Financiën Johan Van Overtveldt in mei 2018 per brief aan de Nationale Bank gevraagd via een allesomvattende studie het economische effect van het Belgische asiel- en migratiebeleid te berekenen en te vergelijken met de ‘best practices’ van andere landen. De focus dient daarbij te liggen op mensen van buiten de Europese Unie, en vooral op diegenen die de voorbije jaren naar België zijn gekomen. Bovendien dient een onderscheid gemaakt tussen verschillende migratiekanalen zoals bv. gezinshereniging, asiel en regularisatie enerzijds, studie- of arbeidsmigratie anderzijds. Jan Smets, gouverneur van de Nationale Bank, heeft in zijn antwoord heel wat methodologische bezwaren geformuleerd. Hij mikt op 2020 vooraleer het onderzoek klaar zou zijn. In Nederland zijn al gelijkaardige studies uitgevoerd. Daaruit is gebleken dat een migrant die op zijn 25ste aankomt, de staat 43.000 euro kost, terwijl een Nederlander 76.000 euro opbrengt. Een rapport van de Noorse overheid is onlangs tot een gelijkaardige conclusie gekomen. De hoge kosten voor migratie in Nederland en Noorwegen zijn vooral een gevolg van de slechte arbeidsmarktpositie van mensen met een migratieachtergrond. In België is dat probleem nog groter. Minder dan de helft van de mensen die buiten de EU zijn geboren maar in ons land wonen, werkt (De Tijd 18/05/2018). Volgens cijfers uit 2016 bedroeg de kostprijs van het asiel -en migratiebeleid dat jaar 1,3 miljard euro voor alle Belgische overheden samen (De Tijd 22/10/2016).

Overigens, heeft er iemand belangstelling voor het Amerikaanse standpunt? Onze mainstreammedia alvast niet, aangezien voor hen president Donald Trump de baarlijke duivel is. In een op 07/12/2018 vrijgegeven verklaring die door de Amerikaanse diplomatieke missie aan de VN is bezorgd, herinneren de VS eraan dat zij de onderhandelingen over het GCM in december 2017 hebben verlaten omdat de doelstellingen ervan ‘onverenigbaar zijn met de Amerikaanse wet, de politiek en de belangen van het Amerikaanse volk. Beslissingen over grensbeveiliging, over wie legaal mag verblijven of over staatsburgerschap, behoren tot de belangrijkste soevereine beslissingen die een land kan nemen. Het lijdt dus geen twijfel dat zij het onderwerp zijn van onderhandelingen en een onderzoek in een internationaal kader. Hoewel we de bijdrage van veel immigranten aan de opbouw van ons land erkennen, kunnen we geen pact ondersteunen dat internationale richtlijnen, normen, verwachtingen of toezeggingen oplegt of kan opleggen die ingaan tegen ons vermogen om beslissingen te nemen in het belang van onze natie en onze burgers. De VS vrezen dat met het pact uiteindelijk wordt geprobeerd een ‘internationaal gewoonterecht’ op het gebied van migratie op te leggen. De term ‘pact’ geeft aanleiding tot ‘wettelijke verplichtingen’, voegen ze er in hun communiqué aan toe.

4. Het politieke steekspel

Politicologen en politieke opiniemakers proberen de werkelijke drijfveren van politieke partijen en hun sanhedrins te doorgronden, de onderlinge krachtsverhoudingen in te schatten, de politieke maneuvers in kaart te brengen. Wie heeft het voor het zeggen en wat is de strategie van de partijleiding? Hoe vertaalt zich dat in de tactische uitvoering en de communicatie? Wat is window dressing en wat is diepe overtuiging? Wat is perceptie en wat is werkelijkheid? Bij de beoordeling daarvan komen al vlug de usual suspects om de hoek kijken: politiek filosoof Niccolò di Bernardo dei Machiavelli (Il Principe, de Discorsi) en militair strateeg Sun Tzu (The Art of War of De kunst van het oorlog voeren). N-VA-voorzitter Bart De Wever zal daar ongetwijfeld Gaius Julius Caesar aan toevoegen.

In dit dossier is de N-VA door haar coalitiepartners geïsoleerd in de regering en in de hoek geduwd waar de klappen vallen, met Theo Francken als kop-van-jut. Dat kwam onmiskenbaar tot uiting in het georkestreerde debat op donderdagmiddag 06/12/2018 in de Kamer waar finaal met 107 stemmen voor en 36 tegen, een resolutie is gestemd die de regering verzocht het VN-Migratiepact goed te keuren. Een dergelijke resolutie vormt enkel een aanbeveling aan de regering, die zoals supra uiteengezet grondwettelijk bevoegd is voor buitenlandse betrekkingen. De oppositie heeft haar rol in de discussie vervuld. ‘The Duty of an Opposition is to oppose’ (Randolph Churchill). In casu vooral met slogantaal. De inhoud van het GCM bleef verweesd achter, met uitzondering van de tussenkomsten van Hendrik Vuye (cf. supra).

De felste uithalen aan het adres van de N-VA kwamen nota bene van de fractieleiders van de coalitiepartners Open Vld en CD&V. Patrick Dewael (Open Vld): ‘Indien N-VA na twee jaar zijn kar keert, dan moet die partij zelf haar conclusies trekken. Ofwel legt u zich neer bij een beslissing, ofwel verlaat u de regering. Je kan niet zowel binnen als buiten de regering zitten.’ ‘Un ministre ferme sa gueule ou démissionne’ zei Dewael nog met een verwijzing naar een citaat van gewezen Frans minister Jean-Pierre Chevènement. ‘Een minister houdt zijn bek of neemt ontslag’. Een mooi staaltje van hoogstaande retoriek, niet? Wat CD&V aangaat, blijft de indruk bestaan dat een rekening is vereffend met het koekoeksjong N-VA dat CD&V overvleugeld heeft als grootste Vlaamse beleidspartij. In de voorbije regeerperiode heeft CD&V systematisch stokken in de wielen gestoken van de ‘kracht van verandering’ uitgedragen door de NV-A. CD&V heeft daarbij vooral de kaart getrokken van Beweging.net (het vroegere ACW) waartoe o.m. het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV), de Christelijke Mutualiteit (CM) en Femma behoren. De afhandeling van het roemruchte Arco-dossier is vanzelfsprekend niet vreemd aan deze attitude. CD&V kon meestal rekenen op de steun van de MR dankzij de as Wouter Beke-Charles Michel, die zich als de voedstervaders van de regering-Michel I beschouwen, een factor die in de jongste regeringscrisis ongetwijfeld heeft meegespeeld. Open Vld (Vlaamse zusterpartij van de MR) heeft zich in de regering na de aanhoudende interne ruzies van het verleden, zoveel mogelijk als een verantwoordelijke beleidspartij opgesteld.

Het valt ook op hoe gretig het journaille aasde op het kadaver van de regering. Dag in dag uit dezelfde vraag aan de ministers en Kamerfractieleiders: ‘Valt de regering? Valt de regering?’ Vermoeiend. Bart Verhulst, VRT-Wetstraatverslaggever, in het middagjournaal van 07/12/2018: ‘De regering struikelt en strompelt al een hele week over haar eigen voeten richting de uitgang. De regering is politiek hersendood, maar nog niet dood en begraven. Er wordt een therapeutische hardnekkigheid toegepast. Dat heeft alles te maken met het zwartepietenspel. Wie de stekker eruit trekt, heeft hem in zijn handen en dat wordt bij eventuele vervroegde verkiezingen afgestraft door de kiezer.’ Vooral einzelgänger N-VA moest het ontgelden. Hoofdredacteur Karel Verhoeven in De Standaard 06/12/2018: ‘In besloten gezelschap zuchtten politieke tegenstrevers van de N-VA, de andere partijen in de regering dus, dat die N-VA’ers au fond, zeker als het op beleidswerk aankomt, politieke prutsers zijn … De N-VA, de machtspartij par excellence, moet lijdzaam toestaan dat de kleintjes in de regering een wisselmeerderheid optuigen. Ze kan niet eens haar favoriete slachtofferrol spelen.’ Redacteurs Marjan Justaert en Peter De Lobel in dezelfde krant: ‘Icarus van de Wetstraat beleeft identiteitscrisis. Hoe het ook afloopt, voor de N-VA is er stilaan geen goede kant meer aan. Wat bezielt de partij om ineens ‘sitting duck’ te spelen, en hoe groot is de averij?’ Ook op de redacties van de mainstreammedia smaakt wraak zoet. Bovendien zijn de val van de regering en eventueel daaropvolgende verkiezingen gefundes Fressen, bread and butter, lekkere hapjes om lang op te knabbelen. Maandenlang commentaren, opiniestukken en analyses in kranten en tijdschriften en op websites, urenlang gepalaver op radio en televisie. Een waar festijn.

Zaterdag 08/12/2018 deed N-VA-voorzitter Bart De Wever nog een oproep aan de coalitiepartners om soepelheid te betonen zoals dat eerder op de ministerraad was gebeurd voor onderwerpen die niet aanvaardbaar waren voor één van de regeringspartners, bv. het afgevoerde wetsontwerp op de woonstbetredingen. Hij vroeg dat België zich zou onthouden bij de goedkeuring van het Migratiepact in Marrakesh en bij de stemming in New York. Met toevoeging van een verklarende nota over de Belgische positie. Tegen VRT NWS zei hij: ‘Het parlement heeft de regering gevraagd om een standpunt te bepalen over het pact van Marrakesh, dus het is goed dat dat nu zal gebeuren. Ik zeg wel heel duidelijk dat we dat pact echt niet kunnen aanvaarden. We hebben het grondig geanalyseerd en gaan niet meer van mening veranderen. In het verleden is er in de regering altijd rekening gehouden met de bezwaren van één partner - ook wij hebben dat gedaan, soms met zwaar gezichtsverlies voor ons.’ Op de persconferentie die zaterdagavond: ‘Als de regering ons land wil binden in Marrakesh zullen wij dat niet aanvaarden. De premier zou opstijgen als premier van de Zweedse coalitie, maar landen als premier van de Marrakesh-coalitie.’ In de marge, CD&V-voorzitter Wouter Beke waarschuwde in ‘De Zevende Dag’ van 09/12/2018 de VRT-journalisten, die zoals hij opmerkte ‘toch betaald worden door de overheid’, de benaming Marrakesh-coalitie niet te gebruiken voor de regering-Michel II. Een slechte grap? Of toch de voorbode van het ministerie van Waarheid?

Zondag 09/12/2018 hebben de NV-A-ministers en staatssecretarissen hun ontslag aangeboden (of gekregen naargelang de invalshoek) dat na voorlegging door premier Charles Michel, door Koning Filip is aanvaard. Zonder dat iemand er de stekker heeft uitgetrokken, is de regering-Michel I verveld tot de minderheidsregering-Michel II met drie partijen: CD&V, Open Vld en MR (52 van de 150 Kamerzetels, een democratisch deficit). De N-VA heeft alvast beloofd zich constructief op te stellen en waar mogelijk, gedoogsteun te verlenen specifiek in economische en sociale dossiers die de partij op regeringsniveau mee onderhandeld heeft en waarvan de eindconclusie zo goed als klaar is. Zonder evenwel gebonden te zijn door enige regeringsverklaring of consensus binnen een meerderheid. ‘Dat versterkt het beeld van een staatsdragende en verantwoordelijke partij die alleen vanwege gewetensvragen over migratie uit de regering is gestapt. Het geeft Michel II een bodempje houvast (Bart Brinckman in De Standaard 10/12/2018).

Premier Charles Michel heeft in dit dispuut gefaald als regeringsleider. De koorddanser is naar beneden gevallen en het vangnet scheurt. Twee vicepremiers houden de hoeken vast, de derde kijkt grijnzend toe. Nadat zijn partij, de MR, en hijzelf minder goed gescoord hadden tijdens de lokale verkiezingen van 14 oktober 2018, heeft Michel in de eerste plaats zijn persoonlijke profilering verzorgd (met uitzicht op een internationale carrière) door afstand te nemen van het imago van ‘handpop van de N-VA’ dat linkse partijen en de media hem hadden toegedicht in Franstalig België. Die attitude heeft hem

ertoe gebracht mordicus vast te houden aan de goedkeuring van het VN-Migratiepact zonder enige toegeving aan de N-VA, wat een onthouding bij de aanvaarding in Marrakesh en de stemming in New York zou betekend hebben. Met als argument de internationale reputatie van België en het potentieel gezichtsverlies (‘Een woord is een woord’) vond Michel daarvoor niet alleen uitgesproken steun bij de andere Vlaamse coalitiepartners CD&V en Open Vld, maar ook in een wisselmeerderheid (die hij zelf had opgeroepen) in het parlement met de Vlaamse socialisten en groenen, samen met alle Franstalige partijen. Hij wenste een mandaat te krijgen van ‘het huis van de democratie’ (04/12/2018). ‘In het eindspel van de crisis is de indruk ontstaan dat de N-VA, als dominante partij, uit de regering is geduwd door een samenzwering van politieke lilliputters … De N-VA kan zich weer in de markt zetten als de echte anti-establishmentpartij’ (Bart Maddens, politicoloog aan de KU Leuven in De Standaard 10/12/2018).

Er zit heel wat electorale berekening in het verhaal, maar voor de N-VA is dit ook een existentiële kwestie. Het gaat niet om de postjes zoals de goegemeente graag schampert. De partij heeft, zoals in 2014 bij de regeringsvorming afgesproken, bij de start van Michel I haar communautaire agenda opgeschort om prioritair de Belgische staat te kunnen bijsturen op financieel, economisch en sociaal vlak (‘change the system from within’). De sociaaleconomische herstelregering. Om een halt toe te roepen aan de graaicultuur, de privilegies en de gratismythe. Om de tewerkstelling in de privésector en de concurrentiekracht van de ondernemingen terug op de rails te krijgen. Om de vergrijzing ernstig te nemen en een pensioenhervorming in te zetten. Om opnieuw te investeren in veiligheid en defensie. Om de belastingen te doen dalen, maar toch begroting en overheidsschuld op orde te krijgen. In al die domeinen is ongetwijfeld vooruitgang geboekt, maar niet voldoende om van een onverdeeld succes te spreken. Het werk is niet af. Inzake asiel en migratie, identiteit, normen en waarden wenst de N-VA haar beginselvastheid evenwel niet in de koelkast te zetten. Dat is het compromis te veel, wat ondubbelzinnig blijkt uit het boek ‘Continent zonder grens’ van Theo Francken. Diversiteit op alle niveaus, vertaald als eenheid in verscheidenheid, dient inherent te zijn aan een open en tolerante samenleving binnen een democratische rechtsstaat. Dat vereist een coherent en consistent beleid gericht op de bescherming, beveiliging en behoud van dat kostbare weefsel. Wars van racisme en discriminatie. Vertrekkend van een langetermijnvisie, niet van het beoogde resultaat bij de volgende verkiezingen.

Volgens politieke waarnemers gaat de restregering Michel II (of I bis) nu tot de federale, Vlaamse en Europese verkiezingen van mei volgend jaar verkeren in een status van immanente crisis. Minder academisch gesteld, ze gaat aanmodderen in haar zelfgemaakte moeras. Ze gaat kwakkelen omdat ze nu eenmaal geen meerderheid heeft in het parlement en de facto de gegijzelde is van de oppositie.  Dansen van het ene been op het andere. Geen al te prettig vooruitzicht. ‘Er zijn twee mogelijkheden. Ofwel vervroegde verkiezingen, ofwel samenwerken met het parlement om immobilisme te voorkomen’ (premier Charles Michel 10/12/2018). N-VA wil dat de nieuwe regering zich presenteert aan het parlement. Fractieleider Peter De Roover in de Kamer 12/12/2018: 'Tot u dat doet, is er geen sprake van een echte regering. Tot dan land wordt het land geleid door een lamme eend’ … ‘Wij willen weten welk project we al dan niet steunen of bekampen. U kan moeilijk verwachten dat de bedrogen echtgenote daags na de onenightstand voor het ontbijt zorgt. U hebt aan partnerruil gedaan ten koste van uw meest betrouwbare bondgenoot.’ De vraag naar de vertrouwensstemming komt overigens van de voltallige oppositie in de Kamer. Op 14/12/2018 heeft Bart De Wever de minderheidsregering-Michel I bis de wacht aangezegd. Ofwel vraagt ze aan de Kamer de vertrouwensstemming met een duidelijk programma, ofwel gaan we naar vervroegde federale verkiezingen. ‘Een regering die geen meerderheid heeft en blijft zitten, is het theater van de antipolitiek’ (Bart De Wever in De Tijd 15/12/2018).

In een democratie die naam waardig dient politiek het georganiseerde meningsverschil te zijn en niet het permanente opbod in perceptie en profilering. ‘Democracy isn't perfect, I just don't know a better system’ (Winston Churchill). Wat de audiovisuele media ook als beeld voorhouden in allerlei praatprogramma’s, politiek is een theater, maar geen circus en politici hebben recht op meer respect dan de impliciete associatie met clowns. Niettemin verdienen belangrijke maatschappelijke thema’s als asiel en migratie, klimaat en energie, koopkracht en belastingdruk, winstbejag en ongelijkheid, uitleg en duiding die het eeuwige gemoraliseer, de voortdurende terechtwijzingen, de kreten en het gefluister, de perfide partijpolitieke spelletjes, ruimschoots overstijgen. 'Politiek is een toneelstuk, met een slecht theater en schitterende acteurs’. Hiermee parafraseerde Bart De Wever op 27/10/2016 de Amerikaanse politicus Harvey Milk: Politics is theater. It doesn't matter if you win. You make a statement. You say, ‘I'm here, pay attention to me’.

Uitleg en duiding? De officiële tekst van het Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration bestaat zelfs niet eens in het Nederlands. Hoe kan dat document dan correct worden begrepen in Vlaanderen? Het redetwisten over het GCM speelt zich af in een sfeer van permanente stemmingmakerij. Het gaat over ideologie en positionering, over symboliek en reputatie, over opportunisme en dubbele agenda’s, maar nee, niet over de inhoud. De perscommentaren en sommige opiniestukken sluiten daarbij aan, waarbij bepaalde media niet vies zijn van framing, ordinaire desinformatie of zelfs manipulatie door uitspraken uit hun context te rukken en selectief weer te geven. De stellingnames zijn voorspelbaar, de polarisatie georkestreerd, de paden ingesleten en de taal sloganesk. Het gebrek aan elementaire luisterbereidheid is stuitend. Het politieke navelstaren heeft de werking van de kleine grijze hersencellen bepaald niet bevorderd. Hypocrisie en onwetendheid regeren. Opponenten van het Migratiepact verkopen ‘leugenachtige en egoïstische boodschappen’, ze doen aan ‘manipulatie van de bevolking’ (premier Charles Michel in Marrakesh, applaus!). Even aanstippen van welke niet-politici en academici in dit memo en het vorige ‘De strategie van de spin’, kritiek op het GCM is geciteerd: Paul Scheffer, Mark Elchardus, Herman Matthijs, Tinneke Beeckman, Marc De Vos, Mia Doornaert, Paul Collier, Joren Vermeersch, Rik Van Cauwelaert, Marc Bossuyt, Fernand Keuleneer, Assita Kanko, Robert Cliquet. Allemaal leugenaars en manipulatoren? Staan zij allemaal aan de verkeerde kant van de geschiedenis? Bien étonnés de se trouver ensemble? Gelukkig voor het VN-Migratiepact dat zowat alle dictatoriale, despotische of totalitaire regimes in de wereld aan de juiste kant van de geschiedenis staan. Uiteindelijk is dit de zoveelste demonstratie van de missioneringsdrang van het moreel superieure eenheidsdenken met dogma’s die geen tegenspraak dulden. Maar wie kent nu echt de inhoud van het GCM? Wat zit er onder de opklopte woordenschat? Wat is het schimmenspel dat gespeeld wordt? Niets is wat het lijkt. Hopelijk heeft dit memorandum een stukje van de sluier kunnen oplichten.

Als afsluiter een citaat uit het boek van Harvardprofessor psychologie Steven Pinker ‘Verlichting nu. Een pleidooi voor rede, wetenschap, humanisme en vooruitgang’: ‘Wat is verlichting? In een essay uit 1784 met die vraag als titel antwoordde Kant dat verlichting bestaat uit het ‘afschudden van haar zelfgekozen onvolwassenheid door de mensheid’, haar ‘luie en laffe’ onderwerping aan de ‘dogma’s en formules van religieus of politiek gezag’. Hij verkondigde dat het motto van verlichting ‘Durf te weten!’ is en dat de vrijheid van denken en meningsuiting de fundamentele eis is die ze stelt. ‘Een tijdperk kan geen pact sluiten waarmee latere tijdperken hun inzichten niet kunnen uitbreiden, hun kennis niet kunnen vermeerderen en zich niet van hun vergissingen kunnen ontdoen. Dat zou een misdaad zijn tegen de menselijke natuur, waarvan de ware bestemming juist in dergelijke vooruitgang ligt’ (Immanuel Kant)’. Dat is een klare en ondubbelzinnige boodschap.

Ook dit tweede memorandum vormt een synthese van de recente kritische commentaren op het VN-Migratiepact, met bronvermelding en aangevuld met een overzicht van de politieke situatie.

 

Marc Peeters, 15 december 2018.