De strategie van de spin - Het VN Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration

03 december 2018     door Marc Peeters

Het 'Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration' (GCM) is tot stand gekomen onder auspiciën van de Verenigde Naties (VN) en ligt als kaderakkoord ter goedkeuring voor op een intergouvernementele conferentie die op 10 en 11 december 2018 plaatsvindt in Marrakesh, Marokko. ‘Making migration work for all’ is het voluntaristisch uitgangspunt. De formele bekrachtiging door ondertekening volgt in de week van 17 december 2018 of begin januari 2019 en gebeurt bij de VN in New York. VN-Resolutie 72/244 van 24 december 2017 bepaalt dat een twee derde meerderheid van de aanwezige en stemmende staten voldoende is om het Migratiepact aan te nemen. De aanzet tot het pact is gegeven door de New York Declaration for Refugees and Migrants, bij unanimiteit goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties (193 lidstaten) op 19 september 2016. Die verklaring is voortgekomen uit de chaotische asiel- en migratiecrisis van 2015. De finale tekst van het Global Compact is door de VN-lidstaten aanvaard op 13 juli 2018. Met uitzondering van de Verenigde Staten die hebben afgehaakt in december 2017. Voor de landen van de Europese Unie (EU) zijn de besprekingen gevoerd door de Europese Commissie (bevoegd commissaris Dimitris Avramopoulos) en Oostenrijk als voorzitter van de EU- Raad. Voor België heeft ambassadeur Jean-Luc Bodson, speciaal gezant voor Asiel en Migratie, de onderhandelingen gecoördineerd.

Hoewel de tekst van het Global Compact schijnbaar niet juridisch bindend is, gaan de ondertekenende landen er uitdrukkelijk mee akkoord alles in het werk te stellen om de inhoud ervan te respecteren en zo mogelijk in wetteksten om te zetten. Nadien zal de VN via het Migration Network om de twee jaar voor elk land een statusrapport opmaken om na te gaan in hoever het pact al in de praktijk is geïmplementeerd. In de formulering van de doelstellingen focust de tekst behoorlijk eenzijdig op de rechten van migranten en niet op de evenredige plichten. Zo maakt het pact nauwelijks onderscheid tussen legale en illegale migranten, en dienen landen van ontvangst een hele reeks voorzieningen aan te bieden en te bekostigen, wat haaks staat op een verstrenging van de aanvaardingscondities.

De teneur van het pact bestaat erin migratie te kenschetsen als een meerwaarde, een bron van welvaart, innovatie en duurzame ontwikkeling in een geglobaliseerde wereld. Het gaat erom de positieve impact van deze intrinsieke voordelen te optimaliseren (art. 8). Problemen in de landen van bestemming zijn uitdagingen (challenges), ze hebben volgens de preambule in de eerste plaats te maken met gebrekkige kennis, analyse en communicatie. De burgers dienen daarom objectieve, empirisch onderbouwde (evidence-based) en duidelijke informatie te krijgen om negatieve beeldvorming over migratie tegen te gaan (art. 10). Dat dient bij te dragen tot een humane en constructieve perceptie van migratie (art. 33). In een opiniestuk in De Standaard van 22/11/2018 zegt Paul Scheffer, hoogleraar Europese Studies aan de Universiteit van Tilburg: ‘Het achterliggende idee is dat migratie zowel een welbegrepen eigenbelang is van de rijkere landen als een vorm van ontwikkelingssamenwerking voor de armere landen.’

In Mo* Magazine van o.m. 12/11/2018 vertelt Louise Arbour, Speciale Vertegenwoordiger van de VN voor Internationale Migratie, die de uitwerking van het pact heeft begeleid, waar het onder meer om draait: 'Een beter geregelde en georganiseerde migratie kan voor iedereen voordelen opleveren. Het pact bevat geen concrete beleidsvoorschriften, maar de verwachting is wel dat sommige landen gastvrijer moeten zijn, onder andere om hun arbeidstekort op te vangen, terwijl andere landen voor hun eigen ontwikkeling behoefte zullen hebben een deel van hun arbeidskrachten te exporteren. Om dat goed te organiseren moet erop worden toegezien dat iedereen fatsoenlijk op basis van mensenrechten wordt behandeld … Een van de bijdragen die het Global Compact wil leveren, is het creëren of herstellen van een correct vertoog over migratie en migranten. Men beseft bijvoorbeeld niet dat een meerderheid van de mensen die zich irregulier op nationaal grondgebied bevinden het land op perfect legale wijze binnen is gekomen: ze blijven langer dan hun visum toelaat bijvoorbeeld, of ze zoeken werk, ook al kwamen ze met een toeristen- of een studentenvisum. Dat zijn geen mensen die grenzen bestormen en doorbreken, of die betrokken zijn bij mensensmokkel of andere criminaliteit. Als meer mensen dat zouden beseffen, maak ik me sterk dat het ook makkelijker zou worden om uit te leggen dat deze migranten op dezelfde manier als andere burgers toegang zouden moeten hebben tot gezondheidszorg, of dat hun kinderen recht op onderwijs hebben. Niemand is gediend met het toenemen van overdraagbare ziekten of met een generatie analfabeten.’ Een tikkeltje wereldvreemd?

Hoogleraar emeritus sociologie Mark Elchardus (VUB) heeft het in een opiniestuk in De Morgen (17/11/2018) over propaganda en bestempelt het Migratiepact als een schabouwelijke tekst. ‘Het voorgestelde verdrag is om twee redenen onaanvaardbaar. Het staat een effectieve aanpak van illegale migratie in de weg en is opvallend eenzijdig en vooringenomen … Wat de mensen in de landen van bestemming denken, is van geen tel. Als dat al ter sprake komt, vallen woorden als ‘onverdraagzaamheid’, ‘xenofobie’ en ‘racisme’ (§ 15) … Wetten die illegale grensoverschrijding en illegaal verblijf strafbaar stellen, moeten worden ingeperkt (§ 27). De tijd die illegalen in gesloten instellingen verblijven, moet zo kort mogelijk zijn. Een dergelijk verblijf mag nooit worden gebruikt om illegale migratie te ontmoedigen (§ 29). Er is enkel sprake van mensensmokkel als er materieel voordeel uit wordt gehaald (§ 25). Illegaal aanwezige minderjarigen mogen nooit worden teruggestuurd en hun familie mag hen vervoegen (§27). Het inhuren van de diensten van mensensmokkelaars mag niet strafbaar worden (§ 25). Langs de routes van de illegale migranten moeten informatiepunten worden opgezet om hen te informeren over hun rechten (§ 19).’

In een volgend opiniestuk in De Morgen (22/11/2018) voegt Mark Elchardus daaraan toe: ‘Een eerste keuze die we moeten maken is die tussen een beleid dat illegale migratie radicaal ontmoedigt en het beleid dat het GCM voorstelt en is gericht op het verminderen van illegale migratie en haar negatieve gevolgen. Illegale migratie is slecht voor alle betrokken partijen. Het stemt een economie af op mensensmokkel, stuwt schaarse middelen naar die bedrijfstak, ten nadele van andere investeringen die meer kans bieden op duurzame ontwikkeling. Het houdt het risico in Europa sociaal en politiek te ontwrichten … Het GCM vraagt terecht respect voor de mensenrechten van de migranten. Is het scheep gaan met landen die mensenrechten noch gendergelijkheid respecteren niet een manier om een eenrichtingsmigratie op te zetten, zonder mogelijkheid tot terugkeer van illegale migranten? Dit verdient verduidelijking. Een globaal migratie-akkoord moet volgens mij inhouden dat illegale migranten altijd mogen worden teruggestuurd naar alle landen die het pact goedkeuren.’

Het Global Compact laat zich effectief lezen als een rijk gevulde catalogus van in eerste instantie migrantenrechten. Het poneert als basisprincipe wederzijds respect voor culturen, tradities en gebruiken van zowel de migranten als de landen van aankomst. Dat klinkt mooi en wervend, maar suggereert een evenwicht dat er in werkelijkheid niet is of kan zijn. ‘When in Rome, do as the Romans do’ (Martin Sommer in de Volkskrant 09/11/2018) is nog altijd een uitstekend principe dat bv. landen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika dikwijls rigoureus ook aan bezoekers opleggen. Het is aan de nieuwkomers of gasten in een samenleving om zich aan te passen en voor zover ze gerechtigd zijn om zich erin te vestigen, zich maatschappelijk naar best vermogen te integreren (wat niet hetzelfde is als cultureel assimileren). Die seculiere samenleving heeft van haar kant in alle opzichten het fundamentele en onvervreemdbare recht haar opgebouwde identiteit, culturele waarden, economische welvaart en sociale zekerheid te verdedigen en te beschermen. Mensenrechten staan niet automatisch gelijk met burgerrechten. Die laatste dienen stapsgewijs verworven door iedereen die door onze samenleving is aanvaard en die er deel van wil uitmaken.

Het pact stelt verder dat migratie geen wanhoopsdaad hoort te zijn en als dat toch zo is, moeten kwetsbare migranten zoveel mogelijk worden geholpen. Kansen om de landen van oorsprong te verlaten, dienen vergroot in het geval van voortschrijdende natuurfenomenen als verwoestijning, klimaatverslechtering, zeespiegelstijging. Procedures voor gezinshereniging dienen vlotter te verlopen en vergemakkelijkt. Alle migranten, ongeacht hun legale of illegale status, moeten toegang hebben tot basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg, onderwijs en huisvesting. Daarbij dient steeds rekening gehouden met genders, gehandicapten en kinderen. Kortom, migranten dienen hoe dan ook geholpen, ook als ze illegaal in een land aankomen of verblijven.

Naar ideeëngoed dient volgens het pact het maatschappelijk debat over migratie feitelijk te zijn en tot doel te hebben dat het publiek zich een menselijker, realistischer en constructiever beeld van migratie eigen maakt via bewustwordingscampagnes. Het gaat hier om niet meer of niet minder dan een ethische code voor berichtgeving of minder eufemistisch gesteld, censuur. Media die zogenaamd intolerante en/of xenofobe berichten verspreiden over migranten, mogen niet langer in aanmerking komen voor publiek geld. Respect voor diversiteit en inclusie dient gepromoot op school, en 'evidenced-based information about the benefits and challenges of migration' dient opgenomen in de onderwijscurricula. Kritiek is ongewenst, de gedachtenpolitie waakt, zeker als er overheidsgeld mee gemoeid is. Hebben we straks een ministerie van Waarheid (George Orwell, 1984)?

In een opiniebijdrage in Knack online (19/11/2018) zegt Herman Matthijs, hoogleraar publieke financiën UGent en VUB, lid van de Hoge Raad van Financiën, het volgende over artikel 33 van het pact: ‘De VN heeft het blijkbaar niet begrepen op de vrije meningsuiting en de persvrijheid. De regel in een vrij land is dat men alles vrij - en weliswaar vreedzaam - moet kunnen bespreken. Blijkbaar is dit laatste niet echt een punt in het VN-hoofdkwartier. Dit is ongetwijfeld een zeer gevaarlijk precedent. De geschiedenis heeft al meer dan eens bewezen dat er niet veel stappen zijn af te leggen van een democratie naar een dictatuur … In een democratie geldt dat regels enkel in voege kunnen treden na parlementaire goedkeuring. Het is niet omdat de meerderheid van de VN-lidstaten niet als een democratie kunnen beschouwd worden, dat het Westers liberaal parlementair systeem op de schop moet voor het GCM.’ De titel van een artikel dd. 22/11/2018 in Het Nieuwsblad online luidt: ‘Prostitutie, overlast door transmigranten en elke dag een steekpartij: welkom in onze spoorweg- en metrostations’. De krant citeert daarbij de baas van de Belgische spoorwegpolitie, Stéphanie Silvestre: ‘Drugs, prostitutie, transmigranten en elke dag een steekincident.’ Het gaat onder meer om de toestand in het Brusselse Noordstation waarover buschauffeurs en reizigers klagen dat ze er zich niet meer veilig voelen. Knack online van 23/11/2018 bevestigt: ‘De Lijn stopt niet meer onder Brussels Noordstation wegens overlast transmigranten’. Zijn deze commentaren nog toegelaten door artikel 33 van het nieuwe Migratiepact?

Wat eveneens de wenkbrauwen doet fronsen: vreemdelingendetentie mag alleen als uiterste middel toegepast, als alle andere rechtsmiddelen falen. Voer op die manier maar een daadkrachtig terugkeerbeleid voor uitgeprocedeerde asielzoekers en illegale migranten, toch een sluitsteen in dit verhaal. O ja, terugsturen kan alleen naar landen waar het veilig is en waar alle mensenrechten gerespecteerd worden, inclusief kinderrechten. De zoektocht naar de Heilige Graal revisited. Op te merken valt dat de internationale migratiestromen grotendeels richting Europa, de Verenigde Staten, Australië en Canada gaan. De bijdrage van Rusland, China, Saoedi-Arabië en de Golfstaten (de rijke olielanden) in de opvang van asiel en migratie is uiterst beperkt te noemen. Ook te noteren, dit migratiepact handelt geenszins over vluchtelingen (erkende asielzoekers) die zich kunnen beroepen op internationale bescherming. Voor hen werken de VN aan een specifiek ‘Global Compact on Refugees’, onder leiding van Filippo Grandi, de VN-Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen (UNHCR). Dat vluchtelingenpact gaat over financiële steun (humanitaire hulp en duurzame ontwikkeling) voor de opvang van vluchtelingen uit oorlogslanden in de buurlanden van die oorlogslanden. Het gaat ook over hervestiging van vluchtelingen naar andere landen, om de verantwoordelijkheid van de opvang eerlijker te verdelen. Wat het Migratiepact uiteindelijk doet, is migranten de facto laten meeliften op de rechten van echte vluchtelingen, die daarvan de mogelijke nadelen zullen ondervinden. De migratiestromen bestaan immers voor twee derde uit economische migranten en slechts voor één derde uit werkelijke asielzoekers die de status van vluchteling kunnen ambiëren.

Het Migratiepact is niet-bindend, het is een afsprakenraamwerk, maar daarom nog geen ‘vodje papier’. Het mag dan geen resultaatsverbintenis zijn, het is minstens een inspanningsverbintenis. Filosofe Tinneke Beeckman stelt hierover het volgende in haar column in De Standaard van 22/11/2018: ‘Het pact zal vooral het beleid van westerse landen bepalen. Rechters zullen zich erdoor laten inspireren. Ja, al lijkt het pact ‘niet-bindend’, toch stuurt het de rechtspraak … Er dreigt een sluipend effect, want rechters, niet alleen politici, zullen moeten nagaan of maatregelen wel stroken met het engagement dat landen zijn aangegaan. Hun uitspraken zijn bindend en bepalend. Bij verkiezingen mogen burgers dan stemmen voor wie ze willen, dat maakt steeds minder uit. Gaandeweg zijn burgers de controle over hun toekomst verloren.’ Zie ook de verwijzing naar het Global Compact in de preambule van de resolutie van het Europees Parlement van 4 oktober 2018 over de bijdrage van de EU aan een niet-bindend VN-instrument inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met transnationale kenmerken met betrekking tot de mensenrechten - 2018/2763 (RSP).

Marc De Vos, decaan aan de rechtenfaculteit van de Macquarie University in Sydney (Australië), hoogleraar arbeidsrecht UGent en VUB, oprichter van denktank Itinera Institute, zegt in een opiniestuk verschenen in Trends van 27/11/2018 dat het VN-migratiepact misschien niet naar de letter, maar zeker naar de geest de consecratie is van een ideologisch globalisme. Het wil wereldwijd grootscheepse migratie als een wenselijke fact of life canoniseren … Dergelijke internationale teksten hebben geen harde kracht van wet (ze zijn ‘soft law’), maar wel een politieke en institutionele waarde. Ze scheppen een referentiekader dat verdere politieke keuzes wil kanaliseren. Ze hebben een internationale status. Ze voeden de agenda van internationale instellingen en hun bureaucraten, van activistische academici, lobbygroepen en ngo's die de wereld willen veranderen, en van politieke partijen die daarvoor naar de kiezer trekken. Het VN-Migratiepact is geen vodje papier. Het is een uitvoerig document met een universele agenda voor wat het 'veilige, ordelijke en reguliere migratie' noemt … Wie zal uiteindelijk vooroplopen in het omarmen van die weldadige immigratie? Niet de Verenigde Staten, Canada of Australië: voor die rijke landen is strenge en gecontroleerde immigratie het historische DNA, waartegen geen enkele VN-droom bestand is. Neen, als er één beloofd immigratieland is, één bestemming waar de migratiemakers op rekenen, dan is het Europa, met zijn onbestaande grenzen, zijn welvaartsstaten, zijn mensenrechtenverdragen en zijn vergrijzende bevolking. Bezint eer ge begint.’

Eenmaal ondertekend, wordt het pact normerend en richtinggevend voor beleid. Bij de toepassing ervan ontstaat gewoonterecht en precedentwerking, vloeit er doctrine en jurisprudentie uit voort. Waarom anders het document ondertekenen? Het oneigenlijk argument van het volledig vrijblijvend karakter staat in contradictie met artikel 41 van het Migratiepact dat stelt: ‘We commit to fulfil the objectives and commitments outlined in the Global Compact, in line with our vision and guiding principles, by taking effective steps at all levels to facilitate safe, orderly and regular migration at all stages.’ ‘We commit’ betekent wel degelijk ‘we verplichten er ons toe’. In artikel 41 is weliswaar een voorbehoud opgenomen: ‘We will implement the Global Compact, within our own countries and at the regional and global levels, taking into account different national realities, capacities, and levels of development, and respecting national policies and priorities. We reaffirm our commitment to international law and emphasize that the Global Compact is to be implemented in a manner that is consistent with our rights and obligations under international law.’

Voor de goede orde de vertaling van artikel 41 van het Migratiepact: ‘Wij verplichten er ons toe de doelstellingen en engagementen uiteengezet in het Global Compact te verwezenlijken, conform onze visie en richtsnoeren, door op alle niveaus de nodige stappen te zetten om veilige, ordelijke en reguliere migratie in al haar etappes te vergemakkelijken. Wij zullen in onze eigen landen en op regionale en mondiale niveaus het Global Compact implementeren, rekening houdend met de verschillende nationale omstandigheden, capaciteiten en stadia van ontwikkeling, met respect voor nationale beleidslijnen en prioriteiten. Wij herbevestigen onze verbintenis jegens het internationaal recht en benadrukken dat het Global Compact dient toegepast op een wijze die overeenstemt met onze rechten en plichten volgens het internationaal recht.’

Ondanks voormeld voorbehoud komt het pact in de praktijk neer op een met veel bevlogen retoriek gecamoufleerde vrijgeleide voor een opengrenzenbeleid met risico van aanzuigeffect. Welke landen zullen daarom in principe niet vertegenwoordigd zijn in Marrakesh om het ‘Global Compact’ goed te keuren? Vandaag zijn dat de Verenigde Staten, Australië, Zwitserland, Italië, Polen, Estland, Oostenrijk, Hongarije, Tsjechië, Bulgarije, Kroatië, Israël. Zij vinden dat volgende (ogenschijnlijk morele) engagementen te ver gaan, hun staatssoevereiniteit aantasten en geen rekening houden met de lasten en bijdragen jarenlang betaald door hun inwoners (zie ook Armand Vervaeck op de website Doorbraak.be):

• nagenoeg geen onderscheid meer tussen legale en illegale migranten;

• meer rechten voor illegale migranten, inclusief rechtsbijstand en versnelde regularisatie;

• herziening van nationale wetgeving om illegaliteit zo beperkt mogelijk te bestraffen;

• versoepeling van gezinshereniging;

• extra inspanningen om migranten tewerk te stellen;

• dadelijk dezelfde sociale rechten en bescherming als alle werknemers op de arbeidsmarkt;

• verplichting om basisvoorzieningen (bv. huisvesting) toe te kennen, ook aan illegale migranten;

• privacy primeert voor alle migranten ongeacht hun status (quid het uitlezen van smartphones?);

• verplichting om onderwijs te geven;

• aanvaarding van de kennis van de migrant op erewoord;

• onbeperkte toegang tot gezondheidssystemen;

• erkennen van de status ‘klimaatvluchteling’;

• opsluiting van migranten als allerlaatste toevlucht, niet als afschrikkingsmiddel;

• terugkeer naar herkomstland met geldelijke ondersteuning voor duurzame herintegratie;

• actieve opsporing en vervolging van elke als zodanig ervaren uiting van racisme en xenofobie;

• geen vervolging van migranten als zij mensensmokkelaars inschakelen.

Voor wie het standpunt van staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken wil kennen, volstaat het zijn boek 'Continent zonder grens' te lezen, uitgeverij Doorbraak.be. 28/09/2018. Die aanbeveling zullen de weldenkende media niet snel overnemen aangezien hij bijzonder kritisch is over het niveau van hun feitenvinding en bijbehorende duiding. Hij heeft het over journalistieke framing van de realiteit, met politieke doeleinden. Theo Francken gaat er terecht van uit dat we de morele plicht hebben om mensen in nood te helpen, maar dat niet hoeft te gebeuren onder de vorm van ongebreidelde intercontinentale migratie. De Europese Unie heeft een tekort aan geschoolde arbeidskrachten. Gecontroleerde, selectieve en gefaseerde migratie is dan ook economisch meer dan welkom. Tijdens het openingscollege op 22 september 2015 aan de Universiteit Gent van Carl Devos, hoogleraar politieke wetenschappen, poneerde Bart De Wever, voorzitter van de N-VA en historicus, dat migratie pas werkt als ze tot een succesvolle synthese leidt in een samenleving. Zonder synthese wordt migratie veeleer een antithese op de Leitkultur. Dan wachten feitelijke apartheid, existentieel onbehagen, racisme en een kaduke solidariteit. Ongecontroleerde migratie toestaan uit medelijden, druist in tegen het algemeen belang. Succesvolle migratie daarentegen vereist gedeeld burgerschap (De Standaard 24/11/2018). ‘Grensbewaking is nodig voor gedeeld burgerschap in de gemeenschap van de natie, waarin de identitaire Leitkultur een synthese maakt met nieuwkomers’ (omschrijving van de N-VA-visie door Carl Devos in zijn column in De Morgen van 26/11/2018). ‘Als Europa geen veiligheidsgemeenschap wordt, zal het als vrijheidsgemeenschap verongelukken’ (Paul Scheffer in De Standaard 01/12/2018).

Een kernvraag in het debat blijft toch waarom in een rechtsstaat burgers de wetgeving dienen te gehoorzamen, maar dat blijkbaar niet geldt voor migranten die onbelemmerd naar het vestigingsland van hun keuze willen reizen en daarvoor bewust een beroep doen op mensensmokkelaars, tot nader order criminelen. Volgens het nieuwe VN-pact dienen de transitlanden en het ontvangstland hen daarbij welwillend tegemoet te treden met de nodige faciliteiten waarvoor voormelde burgers via hun belastingen de kosten dienen te dragen. Dat creëert ongenoegen en tweespalt die met xenofobie of racisme in essentie weinig te maken hebben, maar dat wel kunnen opwekken door de eisen van migranten juridisch afdwingbaar te maken. Het is kiezen tussen chaos of orde, anarchie of democratie. Wetgever of rechter dient in dit verband de maatschappij geen lessen in menselijkheid te leren, maar te zorgen voor een coherent en consequent rechtssysteem waarop burgers kunnen rekenen om correct en respectvol met elkaar om te gaan in een inderdaad diverse samenleving waarin arbeids-en studiemigratie c.q. vluchtelingenopvang naar behoren gereglementeerd zijn en clandestiene immigratie tot uitwijzing en effectieve terugkeer leidt. Een hoge borst opzetten met moraliserende taal volstaat niet en wekt enkel afkeer op.

Nog een paar opmerkelijke passages uit het Global Compact waaruit de actieve promotie van migratie blijkt, in combinatie met de bevordering van geldtransfers naar de herkomstlanden:

  • ‘Objective 3: Provide accurate and timely information at all stages of migration: § 19 e) Promote multi-lingual, gender-responsive and evidence-based information campaigns and organize awareness-raising events and pre-departure orientation trainings in countries of origin, in cooperation with local authorities, consular and diplomatic missions, the private sector, academia, migrant and diaspora organizations and civil society, in order to promote safe, orderly and regular migration, as well as to highlight the risks associated with irregular and unsafe migration.’

Vertaling: ‘Doelstelling 3: Accurate en tijdige informatie beschikbaar stellen in alle stadia van migratie: § 19 e) In de landen van herkomst meertalige, gendergevoelige en empirisch onderbouwde informatiecampagnes promoten, bewustwordingsevents en oriëntatie-opleidingen voorafgaand aan het vertrek organiseren, in samenwerking met de lokale autoriteiten, de consulaire en diplomatieke missies, de privésector, de academische wereld, de organisaties voor migratie en diaspora, en de burgermaatschappij, met als doel veilige, ordelijke en reguliere migratie te bevorderen evenals de risico’s te beklemtonen verbonden met irreguliere en onveilige migratie.’

  • ‘Objective 20 § 36: We commit to promote faster, safer and cheaper remittances by further developing existing conducive policy and regulatory environments that enable competition, regulation and innovation on the remittance market and by providing gender-responsive programmes and instruments that enhance the financial inclusion of migrants and their families. To realize this commitment, we will draw from the following actions: e) Develop innovative technological solutions for remittance transfer, such as mobile payments, digital tools or e-banking, to reduce costs, improve speed, enhance security, increase transfer through regular channels and open up gender-responsive distribution channels to underserved populations, including for persons in rural areas, persons with low levels of literacy, and persons with disabilities.’

Vertaling: ‘Doelstelling 20 § 36: We verbinden er ons toe snellere, veiligere en goedkopere private geldtransfers (‘remittances’) te bevorderen door het bestaande beleid en de bestaande regelgeving verder te ontwikkelen om aldus competitie, regulering en innovatie in de markt van de remittances te stimuleren en door gendergevoelige programma’s en instrumenten beschikbaar te stellen die de financiële integratie van migranten en hun families vergroten. Om dit engagement te verwezenlijken zullen we de volgende initiatieven nemen: e) Innovatieve technologische oplossingen uitwerken voor het overmaken van remittances, zoals betalingen via smartphone, digitale tools of e-banking, om aldus de kosten te verminderen, de snelheid van overdracht te verhogen, meer veiligheid te creëren, transfers via reguliere kanalen te doen toenemen en gendergevoelige distributiekanalen te openen voor minderbedeelde bevolkingsgroepen, inclusief mensen in landbouwgebieden, laaggeletterden, en mensen met een beperking.’

Dit zijn maar enkele in het oog springende voorbeelden van de intenties van het Global Compact en de verplichtingen die de landen van ontvangst op zich nemen als ze dit document ondertekenen. Het gaat hier niet om inspanningen naar best vermogen, maar om duidelijke engagementen.

Paul Scheffer is van mening dat ‘het beroep op mensenrechten in de praktijk voornamelijk liberale rechtsstaten zal raken. De voornemens in het pact hebben weinig gevolgen voor al die landen waar autoritaire regimes heersen. Dat zijn doorgaans de landen waaruit migranten wegtrekken. Zo schept het Marrakesh-pact vooral verplichtingen in de landen van aankomst.’ Herman Matthijs vraagt zich ook af wie het Global Compact gaat betalen? ‘Daarover wordt niets gezegd door diegenen die het akkoord hebben opgesteld. Maar het lijkt erop dat de ontvangende landen, voornamelijk in West-Europa, de factuur zullen mogen betalen. Men dient zich ook eens de vraag te stellen en te onderzoeken waarom er zoveel migratie naar Europa leidt, terwijl men jaarlijks honderden miljarden steun geeft aan Afrika via de Europese meerjarenbegroting, het Europees ontwikkelingsfonds, de lidstaten, de deelstaten en de lokale besturen. Er is duidelijk een probleem met de efficiënte aanwending van die middelen.’ Laten we daarbij ook voor ogen houden dat een groot deel van de huidige migratiestromen wordt veroorzaakt door de corruptie, het wanbeleid, de tirannie, de onverschilligheid voor de eigen bevolking van Afrikaanse en andere regimes (Mia Doornaert in De Standaard 29/11/2018).

Scherp gesteld, er is een groep landen waar migranten weg willen en een andere groep landen waar ze naartoe willen. De baten liggen bijna uitsluitend bij de eerste groep en de kosten bijna uitsluitend bij de tweede groep. De eerste groep levert armoede en de andere groep levert rijkdom. De eerste groep heeft rechten, de tweede plichten. Het is in die context trouwens een fabeltje dat met gunstige handelstarieven en ontwikkelingshulp de migratiedruk zou afnemen. De prikkel tot migratie is niet armoede maar inkomensverschil (de welvaartskloof) en het perspectief op economische en sociale vooruitgang: de European, American of Australian Dream. In zijn in 2013 verschenen boek ‘Exodus. Immigration and Multiculturalism in the 21st Century’ toont Paul Collier, hoogleraar economie aan de Universiteit van Oxford, directeur van het Centre for the Study of African Economics en IMF-adviseur, overtuigend aan dat emigratie stijgt met de economische ontwikkeling van een land omdat er dan meer mensen de kans krijgen om hun migratieproject financieel te realiseren. Hij geeft ook aan dat de impact van massa-immigratie op de ontvangende landen voornamelijk negatief is. Vooral de sociale kosten wegen zwaar. Immigratie op kleine schaal bevordert de diversiteit in de maatschappij, maar immigratie van grote groepen met een vreemde cultuur en gebrekkige scholing kan het wederzijds respect en vertrouwen in de samenleving ondermijnen en daarmee de verworvenheden van de welvaartsstaat. ‘Angela Merkels hersenloze vluchtelingenbeleid was echt in niemands belang … Muren, hekken en stevige Europese buitengrenzen zijn nodig om migratie te managen. Als je daar anders over denkt: word volwassen.’ (Paul Collier in een interview in Knack 29/11/2017). De maatschappelijke impact van de intercontinentale migratie naar Europa is even ingrijpend als die van de andere grote maatschappelijke transformatieprocessen die Europa heeft doorgemaakt, denk aan de secularisering en individualisering tijdens de vorige eeuw en aan de digitalisering vandaag: ze is fundamenteel en blijvend …  Die intercontinentale migratie spitst zich in de praktijk toe op een handvol Europese landen, namelijk deze met hoge lonen en een goed ontwikkeld sociaal systeem, zoals ons land en onze buurlanden (jurist en historicus Joren Vermeersch op de website Doorbraak.be 06/10/2018).

Volgens een op 23 april 2018 gepubliceerd onderzoek van de Wereldbank (Migration and Development Brief 29) stuurden arbeidsmigranten in 2017 een recordbedrag van 466 miljard USD aan ‘remittances’ (private geldtransfers) naar ontwikkelingslanden, specifiek naar familie, vrienden en kennissen in hun herkomstland. Voor 2018 is dat bedrag geraamd op 485 miljard USD. Op langere termijn ziet de Wereldbank risico's voor de groei van die remittances door een verstrenging van het migratiebeleid in diverse Europese landen. Research in 2017 van 11.11.11 in samenwerking met het HIVA - Onderzoeksinstituut voor Arbeid en Samenleving van de KU Leuven geeft aan dat ook vanuit België aanzienlijke geldstromen naar ontwikkelingslanden vloeien. Het totaal van die jaarlijkse remittances ligt allicht in een vork van 2 miljard tot zelfs 5 miljard EUR. De bedragen die migranten terugsturen naar hun herkomstland zijn vooral in Sub-Sahara-Afrika een belangrijke geldbron, in Liberia gaat het om 26,37% van het nationaal inkomen, in Gambia om 21,57%, in Senegal om 13,99% (cijfers 2017). Het spreekt voor zich dat die landen emigratie van hun jonge inwoners eerder verwelkomen. De migratieprioriteiten van Europa en Afrika staan dan ook haaks op elkaar. Als migratie een verkapte vorm van supplementaire ontwikkelingshulp inhoudt, als dat een verdoken uitgangspunt is, dan is transparantie hierover naar de bevolking van de vestigingslanden meer dan noodzakelijk.

Het valt trouwens op dat migranten die worden opgepikt op de mensensmokkelroute voor de kust van Libië in meerderheid komen uit naar Afrikaanse normen relatief welvarende West-Afrikaanse landen: Nigeria, Ivoorkust, Ghana en Gambia. Ze komen veel minder vaak uit werkelijk arme landen als Burkina Fasso, Mali, Tsjaad en Niger (gegevens voor 2016 en 2017 van de Internationale Organisatie voor Migratie - IOM, aangehaald in ‘Continent zonder grens’ door Theo Francken). Mensensmokkelaars hebben volgens het VN-Bureau voor Drugs en Misdaad (UNODC) vorig jaar 7 miljard USD verdiend. Dat is het bedrag dat de Verenigde Staten en de Europese Unie dat jaar hebben uitgegeven aan humanitaire hulp. Specifiek Afrikaanse landen kampen met een explosieve demografische druk. De bevolking van Afrika zal tegen 2050 naar schatting verdubbelen tot meer dan 2,5 miljard mensen (vijfmaal zoveel als de bevolking van Europa) op een geschatte wereldbevolking van tegen die tijd 9,8 miljard mensen. Deze gegevens blijken uit de in 2017 gepubliceerde rapporten ‘World Population Prospects: The 2017 Revision’ van de Verenigde Naties (VN) en ‘Generation 2030 Africa 2.0’ van UNICEF (het VN Kinderfonds). In Sub-Sahara-Afrika moeten er in die context op jaarbasis 200 miljoen banen bijkomen om iedereen werk te verschaffen. Om de migratie te stoppen zou de Afrikaanse economie decennialang met 8 tot 10% per jaar moeten groeien (gegevens van Frédérique Docquier, hoogleraar economie UCL in Trends 21/06/2018).

37.742.394 - zoveel bedroeg het totale aantal in de Europese Unie (EU) wonende immigranten van de eerste generatie, geboren buiten de EU, op 01/01/2017 (cijfer gebaseerd op Eurostat-data). In een halve eeuw zijn meer mensen naar de EU geëmigreerd dan er tijdens de lange kolonisatiegolf vanuit Europa naar de VS zijn getrokken. Het gaat om een momentopname, want elk jaar komen daar nog eens miljoenen mensen bij, vorig jaar 3,36 miljoen. De migranten concentreren zich voornamelijk in de steden. De EU telde in totaal 512,6 miljoen inwoners op 31/12/2017. Daarmee maken de Europeanen 11% van de wereldbevolking uit. Dat zal tegen 2050 nog maar 7% zijn (gegevens aangehaald in ‘Continent zonder grens’ cf. supra). Ook economisch delen we dan niet langer de lakens uit, hoewel Europees groen en liberaal links in het migratiedebat verstokt vanuit die redenering blijft vertrekken. Een eeuw geleden beheerste Europa nog de wereldeconomie. Vandaag is de EU goed voor slechts 22% van het mondiale bbp en dat cijfer blijft gestaag achteruitlopen. De economische machtsverhoudingen in de wereld verschuiven steeds meer: in 2050 zal de G7 (het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië, Japan, de Verenigde Staten, Canada en de Europese Unie) nog maar 20% van het wereldwijde bbp voor haar rekening kunnen nemen, de E7 (China, India, Brazilië, Mexico, Rusland, Indonesië en Turkije) daarentegen 50%.

Het VN-Migratiepact is een spinnenweb waarin regeringen kunnen verstrikt geraken door juridische procedures opgestart door activistische niet-gouvernementele organisaties en gehaaide advocaten, waarbij gemikt wordt op vonnissen c.q. arresten van rechters die een zo ruim mogelijke invulling geven aan het begrip ‘mensenrechten’ (soft law). Ook al is de definitie van dat begrip tientallen jaren geleden opgesteld (1948, 1950, 1966, 1984) en onvoldoende getoetst, laat staan aangepast aan de huidige omstandigheden. De brede interpretatie van ‘mensonterende behandeling’ komt feitelijk neer op een uitholling van de asiel- en migratiewetgeving die nochtans democratisch in het parlement tot stand is gekomen. De beschadiging van het ‘kostbare weefsel’ van de samenleving is dan louter ‘collateral damage’ in de ideologische Kulturkampf van de activisten. Het demagogisch extremisme van rechts en van links vaart er wel bij. Uit een analyse van recente uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (opgericht in 1959, gevestigd in Straatsburg, 47 lidstaten) blijkt dat het Hof zich onder invloed van de publieke kritiek vandaag terughoudender opstelt en een minder expansieve lezing geeft van de mensenrechten dan vroeger, vooral waar het om landen handelt met een lange democratische traditie. In 2012 is het principe van subsidiariteit en eigen appreciatiemarge van de lidstaten expliciet in het Europees mensenrechtenverdrag ingeschreven. De afgelopen jaren is het aantal activistische rechters van het Hof gedaald door de benoeming van gematigder collega’s. Daardoor neemt het traditionele interventionisme van het Hof af. Zo is voor België Françoise Tulkens opgevolgd door Paul Lemmens. Het onderzoek is uitgevoerd door Erik Voeten, hoogleraar geopolitiek en internationaal recht aan Georgetown University (VS) en zijn collega Øyvind  Stiansen (Universiteit van Oslo): ‘Backlash and Judicial Restraint: Evidence from the European Court of Human Rights’ (17/08/2018).

Een bij de weldenkende politici en media toch wel behoorlijk onverdachte bron, voormalig Amerikaans presidentskandidaat Hillary Clinton, formuleert het in The Guardian van 22/11/2018 zo: ‘Europe must curb immigration to stop rightwing populists … Europe must send a very clear message: we are not going to be able to provide refuge and support.’ (Om de rechtse populisten te stoppen, moet Europa de immigratie indijken. Europa moet een duidelijk signaal geven dat het geen steun en onderdak kan blijven bieden). België ondertekent het VN-Migratiepact in zijn huidige vorm best niet of verzoekt zoals Zwitserland om uitstel. Het argument van het gezichtsverlies dat België eventueel zou lijden, is niet doorslaggevend. Beter voortschrijdend inzicht dan zich als een lemming te gedragen. De strategie van de spin (Jorge Luis Borges, Argentijns schrijver) is immers al te doorzichtig. Biedt de toevoeging van een interpretatieve nota de Belgische regering soelaas? Enkel als meerdere EU-lidstaten dergelijke stemverklaring (declaration of vote) mee ondertekenen om aldus de inhoud ervan substantie en internationale rechtsgeldigheid te geven. Dat wordt nog een heikele klus. Nederland heeft als oplossing voor het probleem geopteerd voor een ‘explanation of position’, die uitdrukkelijk stelt dat het VN-akkoord niet zo kan worden geïnterpreteerd dat migranten extra aanspraken kunnen maken.  In Duitsland benadrukt een goedgekeurd ‘Koalitionspapier’ dat het Global Compact de migratieregels niet kan inperken noch uitbreiden. België zou in een toegevoegde verklaring onder meer kunnen benadrukken dat de regels voor gezinshereniging niet worden versoepeld.

In een opiniebijdrage in De Tijd van 22/11/2012 zijn Jan Wouters, hoogleraar, en Thomas Van Poecke, assistent internationaal recht aan de KU Leuven, van mening dat ‘niets belet dat er een gezamenlijke EU-verklaring komt dat het pact geen instrument is dat voor de rechter kan worden ingeroepen. Dat heeft de EU al bij meerdere van haar eigen handelsakkoorden gedaan, zoals onlangs voor het CETA-vrijhandelsakkoord (met Canada). Het gebeurt soms ook dat men uitdrukkelijk stelt dat een instrument niet kan worden gezien als een uiting, of stap in de richting, van internationaal gewoonterecht.’ Mogelijk biedt deze oplossing een uitweg. Laten we toch niet vergeten dat het Hof van Cassatie de voorrang van internationaalrechtelijke normen telkens als een geldend rechtsprincipe hanteert. Tal van uitspraken van nationale rechtscolleges in België en andere Europese lidstaten zijn ongedaan gemaakt door internationale rechtbanken, ook in dossiers die verband houden met illegale migratie (Rik Van Cauwelaert in De Tijd 17/11/2018).

Ook Marc Bossuyt, voormalig voorzitter van de Nederlandse taalgroep van het Grondwettelijk Hof en hoogleraar emeritus internationaal publiekrecht aan de Universiteit Antwerpen, meent dat het VN-Migratiepact aanvaarden zonder een interpretatieve nota niet de juiste weg is. ‘Het compact maakt het onderscheid tussen reguliere en irreguliere migratie niet scherp genoeg. Er zou meer ruimte moeten worden gemaakt om irreguliere migratie te bestrijden. Daarnaast zouden er meer verplichtingen mogen rusten op landen van oorsprong en doorgang. Hun medewerking is onontbeerlijk. Landen van ontvangst, zoals het onze, moeten laten weten welke passages ze onvoldoende vinden. Het zou niet verantwoord zijn dit compact te laten aannemen zonder dat te doen. Zo’n verklaring stellen we best samen met zoveel mogelijk andere Europese landen op. Waarom niet onder leiding van Oostenrijk, dat momenteel de EU voorzit? Zo’n verklaring kan onmiddellijk voor of na het aannemen van de tekst worden afgelegd. We hebben nog tijd tot 10 december om eraan te werken’ (interview in De Standaard 26/11/2018).

Asiel en migratie fungeren steeds meer als een splijtzwam in de samenleving. De verantwoordelijkheid daarvoor ligt in de eerste plaats bij diegenen die zich opsluiten in hun eigen gepantserde gelijk en in casu het Migratiepact obstinaat erdoor willen rammen zonder zelfs maar te luisteren naar de bezwaren of bezorgdheden van de tegenstanders, zelfs als hun opmerkingen legitiem zijn. Ook instellingen zoals de VN en de EU nemen in dergelijke gevoelige dossiers te vaak standpunten in die op internationaal diplomatiek niveau weliswaar zijn onderhandeld en afgeklopt, maar waarvan het noodzakelijke draagvlak in de samenleving van de individuele lidstaten onvoldoende of onbehoorlijk is uitgebouwd, laat staan voorwerp is geweest van parlementair debat. Dat laatste is voor dit soort kernvraagstukken nochtans wezenlijk in een democratie die zichzelf respecteert. De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.

Inmiddels zijn initiatieven genomen om de problematiek te ontmijnen en uit de impasse te geraken. Zo is de commissie Buitenlandse Zaken van de Kamer het op 30/11/2018 eens geraakt over de namen van zes experts die op verzoek van de regering hun licht zullen laten schijnen over het VN-Migratiepact en daarover gehoord worden op dinsdag 04/12/2018:

  • Fernand Keuleneer, advocaat en publicist;
  • Anne Lagerwall van het Centre de droit international en professor aan de rechtenfaculteit van de ULB;
  • Pierre d’Argent, professor internationaal recht aan de UCL, gespecialiseerd in het adviseren en vertegenwoordigen van staten voor internationale rechtbanken en tribunalen;
  • Ellen Desmet, professor migratierecht aan de Faculteit Recht en Criminologie van de Universiteit Gent, lid van het Human Rights Centre en het Centre for the Social Study of Migration and Refugees;
  • Jan Wouters, gewoon hoogleraar Internationaal Recht en Internationale Organisatie aan de KU Leuven (cf. supra);
  • Marc Bossuyt, oud-voorzitter van het Grondwettelijk Hof en professor emeritus Internationaal Recht aan de Universiteit Antwerpen (cf.supra).

Ook op 30/11/2018 hebben de VN een omzendbrief gestuurd aan alle regeringen die het Migratiepact onderhandelen. De brief is ondertekend door Maria Fernanda Espinosa Garces, de voorzitter van de Algemene Vergadering en wijst expliciet op het niet-bindende karakter van het pact: 'Minder dan twee weken voor de conferentie in Marrakesh wil ik in herinnering brengen hoe ver we samen zijn geraakt. Het ‘compact' is het resultaat van een proces van twee jaar tussen de lidstaten, dat begon met de Verklaring van New York, die als doel had de samenwerking rond internationale migratie te versterken. Het compact is het eerste wereldwijde kader inzake internationale migratie, en erkent dat er een allesomvattende aanpak nodig is om de voordelen van migratie te optimaliseren en de risico's en uitdagingen voor mensen en gemeenschappen in landen van oorsprong, ontvangende landen en transitlanden aan te pakken. Het compact is niet wettelijk bindend en kan door de lidstaten worden gebruikt om hun eigen nationale migratiepolitiek uit te werken. Ik kijk ernaar uit om samen te werken met alle lidstaten om migratie veilig, ordelijk en uniform te maken.'

In de week van 17 december 2018, zo niet begin januari 2019, zal er bij de VN in New York worden gestemd over een resolutie waarin het Migratiepact bekrachtigd wordt. Landen kunnen voor of tegen stemmen of zich onthouden. Voor twijfelende landen, of voor regeringen die intern overhoopliggen over de kwestie, is onthouding in theorie een aanvaardbare ontsnappingsroute.

Bij de eindredactie van deze nota is het bericht binnengelopen dat N-VA-voorzitter Bart De Wever na afloop van het partijbureau (03/12/2018) aan de nieuwsmedia heeft verklaard dat de N-VA geen ruimte kan laten voor een compromis over het VN-Migratiepact door toevoeging van een interpretatieve nota: ‘We zien dit pact niet zitten en zullen het niet goedkeuren. Een regering die naar Marrakesh gaat, is een regering die wij niet steunen.’ ’Het pact zelf is problematisch’ stelt N-VA-vicepremier Jan Jambon. ‘Wij steunen het Europese migratiebeleid al lang niet meer. Europa heeft gezegd dat men die illegale migratie wilde stoppen met ‘disembarkation platforms’, maar we horen daar niets meer van. Daar nog eens een pact bovenop leggen dat die illegale inwijking faciliteert, dat is er te veel aan’ voegt De Wever nog toe. Volgens hem dreigt het pact de illegale migratie naar West-Europa te versterken omdat een hele reeks andere landen de tekst intussen verwerpen. ‘Het wordt op den duur een pact van landen die enkel migranten sturen met maar enkele landen die die ontvangen. Als het dan gaat om illegale inwijking is enkel West-Europa zo naïef massaal inwijking te blijven toestaan.’ De Wever ontkent dat zijn partij de voorbije jaren nooit kritische signalen over het pact heeft uitgestuurd. ‘Wat men ons wel kan verwijten, is dat we te laat heel duidelijk hebben gezegd dat dit voor ons niet kon. Maar dat kan je veel landen in Europa en de wereld verwijten die er nu uit stappen. Beter ten halve gekeerd, dan helemaal verdwaald.’ Afwachten wat er nu op regeringsniveau uit de bus komt.

Dit memorandum vormt een synthese van de recente kritische commentaren op het VN-Migratiepact, met bronvermelding.

Marc Peeters, 3 december 2018.