De gevolgen van het brexit referendum. Terug naar de tekentafel.

27 augustus 2016     door Marc Peeters

De teerling is geworpen. Op 23/06/2016 hebben de Britten er in een referendum voor gekozen de Europese Unie (EU) te verlaten. Het Leave kamp haalde onder de slogan ‘Taking back control’ 51,9% van de stemmen, het Remain kamp 48,1%. Volgens de eerste reacties blijft het Verenigd Koninkrijk (VK) diep verdeeld, verontrust en verward achter. Politieke en economische onzekerheid is troef. Van hun kant willen de EU-instellingen nu zo snel mogelijk duidelijkheid, al is het waarschijnlijk raadzaam dat de Europese leiders zich onthouden van rancune en revanchisme. ‘Good riddance’ (blij ervan af te zijn) is niet het antwoord.

De procedure van uittreding begint pas te lopen wanneer een meerderheid in het Britse parlement een wet goedkeurt om uit de EU te stappen (noot: de meeste parlementsleden zijn de facto tegen een brexit en het referendum was adviserend, niet bindend). Nadien dient de Britse regering door toepassing van artikel 50 van het EU-verdrag de scheiding aan te vragen, waarna er twee jaar tijd is om een akkoord te vinden. Voordien verandert er feitelijk niets. Organisator van het referendum David Cameron is op 13/07/2016 afgetreden als Brits premier en opgevolgd door minister van Binnenlandse Zaken Theresa May. Zij heeft aangekondigd artikel 50 niet te willen inroepen voor 31 december 2016 en vooreerst de tijd te nemen om samen met haar brexit minister en notoir euroscepticus David Davis, een onderhandelingsstrategie op te zetten.

Daarbij hoopt premier May de toegang tot de Europese eenheidsmarkt te vrijwaren zonder het vrij verkeer van werknemers (een fundamentele EU-vrijheid) in alle opzichten te moeten verzekeren. Gezien de hele reeks verkiezingen op het Europese vasteland (Spanje, Oostenrijk, nadien Nederland, Frankrijk, Duitsland) en aangekondigde referenda in Hongarije (verplichte opname van vluchtelingen) en Italië (hervorming van politiek stelsel), hebben een aantal regeringen er feitelijk belang bij dat Theresa May nog even wacht om werk te maken van de effectieve uittreding van het VK uit de EU. Meer dan waarschijnlijk zullen eventuele onderhandelingen over een toekomstig vrijhandelsverdrag veel tijd in beslag nemen. Momenteel voert de EU al tijdsintensieve onderhandelingen met verschillende andere handelspartners zoals de VSA, ASEAN, MERCOSUR, Japan en India.

Artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (Maastricht 07/02/1992) voorziet in een werkwijze voor de vrijwillige en eenzijdige terugtrekking van een land uit de EU. Deze bepaling is opgenomen bij de totstandkoming van het Verdrag van Lissabon (13/12/2007). Daarvoor was er niets geregeld over het uittreden uit de EU. Nadat het land in kwestie de Europese Raad in kennis heeft gesteld van zijn intentie daartoe, zal deze laatste richtlijnen verschaffen voor een overeenkomst met de maatregelen voor terugtrekking. De Raad sluit deze overeenkomst in naam van de EU, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, na toestemming van het Europees Parlement. De EU-verdragen zijn niet meer van toepassing op het betreffende land vanaf de datum dat de overeenkomst van kracht wordt, of binnen twee jaar na de aankondiging van de terugtrekking. De Raad kan beslissen om die periode te verlengen. Ieder land dat zich uit de EU heeft teruggetrokken, kan een aanvraag doen om opnieuw toe te treden. Het land wordt dan verzocht de toetredingsprocedure te volgen.

De brexit heeft vanzelfsprekend een financieel-economische impact op de relaties tussen het Verenigd Koninkrijk en de Europese Unie:

  1. het handelsverkeer (wegvallen van de douane-unie en het intracommunautaire belastingsysteem, resulterend in mogelijke exportbelemmeringen en duurdere import door taksen en accijnzen), zowat de helft van de Britse handel verloopt met de EU (overschot op de handelsbalans in het voordeel van het VK); de Belgische bedrijven hebben in 2015 voor 31,49 miljard EUR goederen geëxporteerd naar het VK (vooral textiel, auto’s, bussen en vrachtwagens), dat maakt van de Britten onze vierde handelspartner (na Duitsland, Frankrijk en Nederland), goed voor 8,7% van de Belgische goederenexport;
  2. minder wederzijdse investeringen in industrie, technologie en diensten;
  3. wegvallen van de Europese subsidies voor de Britse landbouwsector (Philip Hammond, de nieuwe minister van Financiën, heeft op 13/08/2016 beloofd dat de Britse overheid de subsidies van de EU voor o.m. landbouw, wetenschap en regio’s zal overnemen na de brexit, het gaat om alle projecten met EU-steun tot 2020; de kostprijs voor de Britse schatkist loopt op tot minstens 4,5 miljard GBP of 5,2 miljard EUR);
  4. werkgelegenheid (minder Europese arbeidsmigratie richting het VK, maar ook minder gemakkelijke afzet van Britse producten en mogelijke invloed op de tewerkstelling in bv. de Londense City; volgens berekeningen van PricewaterhouseCoopers voor beroepsorganisatie TheCityUK kan de EU-uittreding 100.000 jobs kosten in de financiële diensten, banken kunnen hun bevoegdheid verliezen om te adviseren over EU transacties en om te verkopen in euro als het VK de toegang tot de interne markt verliest, wat zou leiden tot een verhuizing naar Europese steden als Parijs, Frankfurt, Dublin en/of Amsterdam);
  5. valutatransacties (daling van het Britse pond tegenover de US dollar en de euro, ter info: op 24/06/2016 met respectievelijk 8% en 5% naar het laagste niveau sinds 1985);
  6. aantasting van het vertrouwen van gezinnen en bedrijven met verwachte significante impact op de economische groei in het VK (recessiegevaar, de Bank of England heeft inmiddels haar groeiprognose voor 2017 verlaagd van 2,3% naar 0,8%) en partieel in de EU (investerings- en uitbreidingsplannen van exportgerichte bedrijven on hold, mogelijk omzetverlies);
  7. rentedaling in het VK, precies om een economische recessie tegen te gaan (Bank of England gouverneur Mark Carney heeft op donderdag 04/08/2016 aangekondigd dat de Britse centrale bank de beleidsrente voor het eerst in zeven jaar verlaagt en wel van 0,50% tot 0,25%, het laagste peil in 322 jaar, met als argument dat alle economische indicatoren fors zijn teruggevallen, soms tot hun laagste niveau sinds de crisis, soms tot een historisch dieptepunt, reden waarom de Bank of England ook Brits overheidspapier en bedrijfsobligaties zal opkopen, net zoals de Europese Centrale Bank dat doet in de eurozone); het Brits inflatiecijfer situeert zich op 0,6% (juli 2016);
  8. negatieve gevolgen voor de economische groei en het herstel in de EU, zonder dat er een effect is van gamechanger, in de eurozone zal de brexit de groei de komende twaalf maanden wellicht slechts met 0,1 tot 0,3% afremmen (Société Générale Private Banking), maximaal met 0,5% (Crédit Suisse); uit de maandelijkse inkoopmanagersindex van het Britse onderzoeksbureau Markit gepubliceerd in augustus 2016 blijkt alvast dat de bedrijvigheid in de eurozone goed stand houdt en voor de tweede maand op rij hoger noteert, de facto de hoogste score in zeven maanden;
  9. mogelijke substantiële aanpassing van de EU meerjarenbegroting voor de periode 2014-2020 waarin voor het VK op een totaal bedrag van 960 miljard EUR een netto bijdrage voorzien was van 65,7 miljard GBP, waarvan 47,5 miljard GBP in de periode 2016-2020.

Een meerderheid van de bedrijven in o.m. de Londense City (bank- en financiewezen), de Britse industriële sectoren chemie en farmaceutica, lucht- en ruimtevaart, defensie en veiligheid had erop aangedrongen dat het VK lid zou blijven van de EU. Volgens deze bedrijfstakken is het in het voordeel van het VK om te opereren als een gezamenlijk blok met de andere Europese landen. Een studie van de Confederation of British Industry (CBI), gepubliceerd in maart van dit jaar, poneert dat de brexit een ernstige schok kan teweegbrengen in de economie van Groot-Brittannië. Die zou zo'n 100 miljard GBP (128 miljard EUR) aan productiviteit kosten, goed voor 5% van het jaarlijks bruto binnenlands product (bbp). De brexit kan Groot-Brittannië ongeveer 950.000 banen doen verliezen, waardoor in 2020 de werkloosheid 2 tot 3% hoger zou liggen dan wanneer het land in de EU was gebleven, aldus de studie.

Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF) zal een plotselinge EU investeringsstop in belangrijke Britse economische sectoren zoals commercieel vastgoed en financiën, het tekort op de lopende rekening van het VK kunnen verergeren. Er is een risico op een algemene vertraging van de economie, een daling van de huizenprijzen en lagere aandelenkoersen. Ook de Britse centrale bank heeft gesteld dat de brexit een economische recessie kan veroorzaken. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) meent van haar kant dat een brexit het Britse bbp in 2020 met zowat 3% kan verminderen. Dat kost een gemiddeld Brits huishouden 2.200 GBP (2.830 EUR). Op vele vlakken zal het leven duurder worden voor de gewone man of vrouw. Niet alleen gaan de prijzen omhoog, inkomens, uitkeringen en pensioenen zullen dalen, is de verwachting van veel economen.

Peter De Keyzer, hoofeconoom van BNP Paribas Fortis (tot 01/09/2016), stelt dat de brexit op korte termijn vooral een negatieve impact zal hebben op de export. ‘De twijfel en onzekerheid over hoe handelsrelaties er in de toekomst zullen uitzien, zullen de economie in het VK vertragen. Maar als Europa deze crisis aangrijpt om meer cohesie te creëren, dan zal het gemakkelijker worden voor kmo’s om naar heel Europa te exporteren. En we hebben in het verleden al vastgesteld dat Europa sterker uit grote crisissen kwam.’

Als gevolg van de uitslag van het brexit referendum heeft de internationale kredietbeoordelaar Standard & Poor’s (S&P) op maandag 27/06/2016 aangekondigd de rating van het VK te verlagen van AAA (de hoogste waardering) naar AA met een negatieve outlook, wat betekent dat een verdere verlaging niet is uitgesloten. De negatieve vooruitzichten zijn ingegeven door de risico’s voor de economie, de begroting, de rol van het pond als reservemunt en de eenheid van het land. ‘De brexit is een baanbrekende gebeurtenis’, oordeelt S&P, ‘die zal leiden tot een minder voorspelbaar, minder stabiel en minder efficiënt politiek raamwerk in het VK.’ De lagere rating voor het langlopend Brits schuldpapier impliceert dat het VK zich tegen minder gunstige omstandigheden extern zal kunnen financieren, terwijl de behoefte daaraan nochtans groot blijft. S&P was onder de drie grote kredietbeoordelaars de laatste die het VK nog de hoogste kredietwaardigheid toekende. Voor het referendum hadden Fitch en Moody’s hun rating al verlaagd, respectievelijk naar AA+ en Aa1. Intussen heeft Fitch de rating verder laten zakken tot AA met een negatieve outlook. S&P heeft overigens op 30/06/2016 de kredietrating voor de EU eveneens verlaagd van AA+ naar AA met een stabiele verwachting. Als reden is aangehaald dat de cohesiefactor van de Unie is afgenomen.

Ondanks vermelde negatieve vooruitzichten zijn de consequenties van een brexit in de eerste plaats van politieke aard. Het schaadt vooral het imago en de internationale slagkracht van de EU (al toegetakeld door de Griekse crisis en de asiel- en migratieproblematiek). Het VK is uiteindelijk de vijfde economie van de wereld en een nucleaire macht met een zetel in de VN-Veiligheidsraad. Maar de netto politieke gevolgen zullen waarschijnlijk wel meevallen. De samenwerking met het VK blijft bestaan, maar het wordt allemaal wat lastiger. De landen binnen Europa hebben op veel vlakken nu eenmaal dezelfde belangen (denk daarbij ook aan de samenwerking binnen de OESO, de NAVO, het IMF, de Wereldbank en de WHO). Overigens de EU is lid van de WHO (Wereldhandelsorganisatie), het VK individueel niet. Als het VK uit de EU stapt, dan moet het ook een nieuwe overeenkomst met de WHO opstellen.

De brexit zet anderzijds ook het Verenigd Koninkrijk als eenheidsstaat onder druk aangezien de Scottish National Party, waartoe ook de Schotse first minister Nicola Sturgeon behoort, nu aanstuurt op een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid. Volgens Sturgeon ‘bestaat de toekomst van het Verenigd Koninkrijk uit onzekerheid, ontreddering en onvoorspelbaarheid’. 62% van de Schotten stemde voor Remain. Een andere piste is een veto van het Schotse parlement tegen de brexit. In Noord-Ierland heropent Sinn Fein (de katholieke nationalisten met vicepremier Martin McGuinness) het debat over de Ierse hereniging (55,7% van de Noord-Ieren stemde voor Remain). Gibraltar beraadt zich over zijn positie op het Europese vasteland. Heeft David Cameron de doos van Pandora geopend?

Sommige commentatoren, tegenstanders van de brexit, vinden (pour les besoins de la cause) het referendum een te primitief instrument van democratische besluitvorming omdat het tot een zekere bewustzijnsvernauwing leidt waarin alles zich toespitst op ja of nee. De naoorlogse Britse premier Clement Attlee noemde referenda ooit een werktuig van dictators en demagogen. Referenda hebben nu eenmaal een sterk polariserend karakter, de nuances ontbreken, de vijftig tinten grijs. De afkeer voor Europa van een belangrijk deel van de Britse publieke opinie is niettemin behoorlijk diepgeworteld gebleken. Dat heeft te maken met de perceptie van overdreven Europese bedilzucht, inefficiënte en geldverslindende bureaucratie, gebrek aan transparante en democratische besluitvorming in de Europese instellingen, de politieke, economische en financiële dominantie van Duitsland, de detachering van arbeidskrachten uit de Oost-Europese landen en de als unfair en deloyaal ervaren concurrentie op de Britse arbeidsmarkt, de illegale immigratie, de snelle demografische verandering.

Door het ondoordachte opendeurbeleid van voormalig Brits premier Tony Blair kwamen sinds 2004 ongeveer twee miljoen Oost-Europeanen naar Groot-Brittannië, nadien gevolgd door Grieken en Spanjaarden. Ze zijn aangetrokken door de royale sociale uitkeringen, de gratis gezondheidszorg en het staatsonderwijs voor iedereen. Samengevat gaat het bij de keuze voor de brexit vooral om een uiting van angst en woede over de rücksichtsloze politiek van globalisering en Europese integratie met 'ongecontroleerde' migratie als meest zichtbare symptoom van cultureel en economisch controleverlies.

Een belangrijke struikelsteen blijkt de Europese detacheringsrichtlijn 96/71/EG van 16/12/1996, die werknemers uit Oost- en Zuid-Europa toelaat in een ander EU-land te werken, terwijl ze in eigen land hun sociale bijdragen en belastingen betalen. Brievenbusvennootschappen uit Oost-Europa misbruiken de detachering (terbeschikkingstelling), vooral in de sectoren bouw, transport en verwerkende industrie. Ze ondermijnen het draagvlak voor het vrij verkeer van personen in de EU door in de landen van tewerkstelling lokale werknemers te verdringen met personeel uit landen waar de gemiddelde lonen, belastingen en sociale lasten lager liggen. Voorts stelt zich het probleem van de dubbele domicilie. In België alleen al zijn in één jaar tijd 3.164 fraudeonderzoeken geopend naar vooral Poolse zelfstandigen, ingeschreven in het bevolkingsregister zowel in België als in Polen, die zich mogelijk voordoen als gedetacheerd uit Polen en de facto de waarheid verbloemen over hun echte 100% woon- en werkland (België) om hier geen sociale bijdragen hoeven te betalen (cijfer van de internationale dienst van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen van de zelfstandigen - RSVZ).

Belgisch eurocommissaris voor Werk Marianne Thyssen stelde in maart van dit jaar een aanpassing voor van de regels om sociale dumping aan te pakken (onder het motto “gelijk loon voor gelijk werk”), maar stootte op verzet van de 11 Oost-Europese en Baltische lidstaten, evenals van Denemarken. Op 20/07/2016 heeft de Europese Commissie (onder impuls van Duitsland en Frankrijk) laten weten toch door te gaan met het plan, waarbij ze benadrukte dat het om een grensoverschrijdende zaak gaat waardoor ze het recht en de plicht heeft om op te treden. Bovendien blijven de lidstaten verantwoordelijk voor de hoogte van de lonen in hun land. Een lovenswaardig initiatief, maar in het licht van de brexit too little too late.

‘De keuze voor de brexit is gevoed door de woede van de vele mensen in Engeland en Wales, die zich verwaarloosd voelen, uitgesloten en genegeerd’ (Timothy Garton Ash, docent Europese studies Oxford University). ‘Dat de slachtoffers van de aftakelende industrie zich achtergesteld voelen, is meer dan begrijpelijk.’ ‘Ze voelden zich in de steek gelaten door de globalisering en de Londense Big Bang en toen ze erover klaagden dat het door de migranten alleen maar moeilijker werd om werk te vinden, werden ze snel weggezet als racisten’ (Ian Buruma, docent democratie en mensenrechten Bard College, New York). Een in de context toepasselijke conservatieve commentaar: ‘De linkse elite heeft een verzorgingsstaat gecreëerd met een afhankelijke onderklasse, die geen verantwoordelijkheid meer moet dragen, zich chronisch slachtoffer voelt en van die elite heeft geleerd om de oorzaak van falen te externaliseren of te projecteren op het systeem’ (Theodore Dalrymple, pseudoniem van de Britse arts-psychiater en schrijver Anthony M. Daniels, verbonden aan het Manhattan Institute, een Amerikaanse denktank).

De Amerikaanse econoom en Nobelprijswinnaar (2001) Joseph Stiglitz (professor Columbia University, New York) meent dat in de huidige constellatie, de globalisering, de vrijhandel en de technologische innovatie geleid hebben tot meer ongelijkheid, minder economische groei en minder algemene welvaart dan oorspronkelijk vooropgesteld. ‘In de VSA is het mediane inkomen van voltijds werkende mannen zelfs gedaald (rekening houdend met de inflatie) tegenover 42 jaar geleden. Onderaan de piramide is het reële inkomen vergelijkbaar met dat van 60 jaar geleden. … De economen Anne Case en Angus Deaton, de Nobellaureaat van 2015, hebben aangetoond dat de levensverwachting van delen van de blanke Amerikaanse bevolking daalt. In Europa gaat het een beetje beter - maar niet veel.’ (artikel Globalization and its New Discontents, The Project Syndicate 05/08/2016). In de VSA en Europa zijn het vooral de aandeelhouders van de (beursgenoteerde) bedrijven die de voorbije jaren hebben geprofiteerd van de economische heropleving, de herstructureringen, de productiviteitswinsten en de disruptieve marktinnovaties, niet de modale werkende burgers, die vooral de besparingen en de belastingverhogingen hebben moeten ondergaan, het gevolg van de kortzichtigheid, het budgettaire wanbeleid en het cliëntelisme van heel wat regeringen. Op langere termijn is een evenwichtige salarisontwikkeling nochtans een must voor een duurzaam economisch herstel.

Branko Milanovic (Amerikaans econoom, professor City University of New York Graduate Center), auteur van Global inequality, a new approach for the age of globalization (2016, Harvard University Press), stelt dat in de decennia na de val van de Berlijnse Muur (09/11/1989) de grootste herverdeling van rijkdom heeft plaatsgevonden sinds de industriële revolutie. De grote winnaars zijn de superrijken en de middenklasse van de opkomende economieën. Allebei hebben ze geprofiteerd van de verhoogde mobiliteit van kapitaal, goederen en kennis, kortom de effecten van de globalisering. De middenklasse en de werkende klasse van de ontwikkelde landen behoren tot de verliezers, die tegelijk zijn geconfronteerd met de afbouw van de welvaartsstaat. Hun toekomstige levensstandaard en vooral die van hun kinderen staat onder druk. Dat alles heeft het vertrouwen ondermijnd in het politieke, sociale en financiële establishment, dat trouwens grotendeels overlapt met de supra geciteerde intellectuele elite, meer dan ze zelf wil toegeven. Uit dit spanningsveld zijn frustraties ontstaan, argwaan, afkeer en ressentiment. Zoals niet alleen de uitslag van het brexit referendum aantoont, maar in de VSA ook de nominatie (20/07/2016) van volksmenner en miljardair Donald Trump als Republikeins kandidaat voor de presidentsverkiezingen op 8 november 2016.

Vergeten we in deze context vooral niet de opruiende taal, in de maanden voorafgaand aan het brexit referendum, van de Britse tabloids, de perfide sensatiepers van het type The Daily Mail en The Sun, de ene krant in handen van miljardair Paul Dacre, de andere behorend tot het media-imperium van miljardair Rupert Murdoch. Niet direct achtenswaardige heren. Ook elders in Europa blijft overigens het wantrouwen groeien (Denemarken, Zweden, maar ook kernlanden als Nederland, Frankrijk, Italië, Duitsland). Al dienen we dat populistisch fenomeen niet te overdrijven, de EU dient het wel ernstig in aanmerking te nemen. ‘Populisme komt niet van links of van rechts, het komt van boven. Het is de vrucht van dedain’ zegt rechtsfilosoof Maxim Februari. Verdringing maakt de EU middelpuntvliedende krachten alleen maar sterker. In Italië bv. verdedigt de Vijfsterrenbeweging van stand-upcomedian Beppe Grillo eveneens een referendum, niet over een uitstap uit de EU maar wel over het einde van de euro. Op 19 juni jl. wist ze bij de gemeenteraadsverkiezingen de burgemeesterssjerp te bemachtigen in Rome (Virginia Raggi) en Turijn (Chiara Appendino).

Angst voor onzekerheid en bedreiging van welvaart hebben in elk geval niet doorgewogen bij de kiezers in het Britse referendum. Emotie heeft ratio overruled. Het splendid isolation-gevoel is terug van nooit echt weggeweest. De cijfers tonen aan dat de oudere generatie zegevierde over haar kinderen en kleinkinderen. 56% van de 25 tot 49-jarigen stemde tegen de brexit, evenals 75% van de 18 tot 24-jarigen, maar slechts 34% van die leeftijdsgroep ging stemmen. Engeland en Wales legden hun wil op aan Schotland en Noord-Ierland, de kleinere steden en het platteland aan Londen, Liverpool, Leeds, Manchester en de universiteitssteden Cambridge, Oxford, Bristol, Cardiff. 83% van de Britse wetenschappers was voor een Remain.

Over het algemeen hadden de beurzen de mogelijk negatieve gevolgen van een brexit al ingecalculeerd in de koersevolutie. Een forse daling in februari werd gevolgd door een snel herstel waarna de markten stilvielen. Kort voor het referendum opteerden ze niettemin voor het Remain kamp, waardoor de Leave overwinning toch nog als een verrassing overkwam, met de gebruikelijke turbulentie tot gevolg. De financiële markten drijven vandaag op sentiment, tendensen en impulsen, versterkt door automatische trading programma's (vandaar de uitschieters in volatiliteit). De teleurstelling deed de beurzen en het Britse pond naar beneden duiken. De EU staat op het punt een belangrijke lidstaat te verliezen, een periode van onzekerheid breekt aan. Vandaar de vlucht naar veilige havens: de yen en in mindere mate de Zwitserse frank, Amerikaanse en Duitse staatsobligaties, goud (hoogste peil in twee jaar).

Vooral de aandelenmarkten kregen klappen, aangewakkerd door de vrees voor een verslechtering van de groeivooruitzichten. De grootste verliezers waren de bankaandelen omwille van de mogelijke impact van de Europese ‘bail-in’ regel die wil voorkomen dat bij eventuele problemen de belastingbetaler voor een reddingsoperatie opdraait ('bail out' zoals tijdens de bankencrisis van 2008-2009) en daarom bepaalt dat de aandeelhouders, obligatiehouders en grote cliënten van de betrokken banken eerst 8% van de schulden op zich moeten nemen, vooraleer de overheid tussenbeide mag komen. Dat maakt bankaandelen risicovoller dan voorheen. Toch was de marktreactie op vrijdag 24 juni niet eens extreem overdreven, de Euro Stoxx® 50 bv. noteerde niet veel lager dan half juni. De brexitstemming is uiteindelijk in niets te vergelijken met de vastgoedcrisis in de USA en het faillissement van Lehman Brothers in 2008.

Koopkansen dienden zich aan, want zodra het stof was gaan liggen, keerden de financiële markten terug naar de fundamentals, waar de monetaire politiek van de centrale banken de boventoon voert met het accent op lage, zelfs negatieve rente. Overigens hoe minder rente spaarders en obligatiebeleggers ontvangen, hoe meer ze zullen bereid zijn te investeren in activa die geen rente opbrengen zoals de edelmetalen goud en zilver waarvan de hausse zich op termijn kan voortzetten. Sinds begin 2016 werd zilver bijna 50% duurder, wat nog een stuk meer is dan de 27% klim van de goudprijs.

Intussen hebben doemdenkers en verongelijkten het negativisme kunnen opkloppen en over de brexit allerlei veronderstellingen kunnen spuien, die meestal op los zand gebaseerd zijn. Graaf Paul Buysse, voorzitter van een groep experts die in opdracht van de overheid de impact op België opvolgt van het Britse vertrek uit de EU, ziet ‘geen enkele reden tot paniek in de ondernemerswereld’. ‘Er is een chaos van informatie, maar ook een botsen van gevoelens en overtuigingen’. ‘Het kan nog alle richtingen uit. Maar de richting die het nu heeft, zal niet degene zijn waar we binnen een jaar over zullen spreken’ (De Zevende Dag op één 26/06/2016). Wat er ook gebeurt, het VK blijft voor de EU een belangrijke handelspartner en vice versa. De aanstelling van Theresa May tot Brits premier op 13/07/2016 heeft alleszins de vrije val van het pond gestopt en de beurzen tot rust gebracht.

De gevreesde instorting van de Britse economie is uitgebleven. In juli hebben de consumenten meer geld gespendeerd dan in dezelfde maand een jaar eerder. Ook de inflatie is vrijwel stabiel gebleven, het cijfer is geëvolueerd van 0,5% naar 0,6%. De werkloosheidscijfers zijn verder gedaald. Door de lage rente heeft de markt voor nieuwe woningen tegen de verwachtingen in stand gehouden, in vergelijking met vorig jaar zijn er 17% meer woningen gereserveerd in juli. De Londense beursindex FTSE 100 is sinds het referendum met 8,36% gestegen, sinds begin 2016 bedraagt de stijging 12%. Daartegen staat de Euro Stoxx 600 op 23/08/2016 nog steeds 0,79% lager dan op de avond van 23 juni en 3,5% lager dan op de eerste handelsdag van 2016.

George Osborne, de voormalige Britse minister van Financiën (die campagne had gevoerd tegen de brexit), heeft op maandagochtend 27/06/2016 gezegd dat de Britse economie een aanpassingsperiode van enkele maanden zal nodig hebben om de schok op te vangen. ‘Maar de fundamenten van de economie zijn sterk genoeg om daarin te slagen’. ‘Het financiële systeem is er klaar voor en de werkgelegenheid bevindt zich momenteel op recordhoogte’. Volgens Osborne zal Groot-Brittannië artikel 50 van het EU-verdrag over het verlaten van de unie, pas inroepen als er een volledig plan klaarligt. Dat moet een deel van de onzekerheid wegnemen en vermijden dat bedrijven hun investeringen gaan uitstellen. Na de brexit kan de vennootschapsbelasting in het VK volgens Osborne naar 'minder dan 15%'. Dat belastingtarief staat vandaag op 20%. Dan wordt het VK de facto een belastingparadijs voor bedrijven, vooral uit de EU. In België ligt de vennootschapsbelasting veel hoger, met een 'normaal tarief' van 33,99% weliswaar afgezwakt door verschillende gunstregimes en aftrekposten, waardoor de effectieve belastingdruk op vennootschappen daalt naar gemiddeld 26,7%. De vennootschapsbelasting in de G20 bedraagt gemiddeld 28,7%.

Het VK kan na terugtrekking uit de EU via de EVA een individueel lidmaatschap van de Europese Economische Ruimte (EER) activeren, een pragmatisch scenario. DE EER is ontstaan uit een akkoord van 1992 tussen de landen van de Europese Gemeenschap (EG), de latere EU, en de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA waarvan het VK in 1960 medestichter was), met uitzondering van Zwitserland. Het EER akkoord bevordert de economische en financiële samenwerking tussen de deelnemende landen door het vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal te faciliteren, wat zich voor financiële diensten vertaalt in het zogenoemde Europees paspoort dat toegang verleent tot de Europese interne markt. Hiervoor moest wetgeving van de EU worden ingevoerd in de EER-landen. Naast de huidige EU-lidstaten (waaronder op dit ogenblik nog steeds het VK) gaat het om IJsland, Noorwegen en Liechtenstein.

EU membership groupings

Sinds 2004 heeft de Britse regering met meer dan 97% van de Europese regels ingestemd. Die nationale wetgeving verandert niet gewoon omdat het VK uit de EU stapt. In sommige gevallen is de Britse regelgeving zelfs voordeliger en biedt ze meer juridische bescherming dan de Europese. Dat is o.m. het geval bij de levensverzekeringen waar verzekeringnemers kunnen genieten van het Engelse waarborgfonds (Financial Services Compensation Scheme) dat gunstiger is dan de reglementering voor bv. Belgische instellingen, meer specifiek door de scheiding van activa tussen verzekeraar en verzekeringnemer, met daarenboven een minimale waarborg van 85.000 GBP (ongeveer 100.000 EUR) voor deposito's en 50.000 GBP (ongeveer 59.000 EUR) voor andere beleggingen, inclusief tak 23 levensverzekeringscontracten.

Wat er finaal ook uit de bus komt, de brexit heeft zowel de Europese Unie als het Verenigd Koninkrijk in een identiteitscrisis gestort. Business as usual is vrijwel onmogelijk. Een catharsis, een louterende ommekeer in het denken, is noodzakelijk. Een ernstige reflectie die de Europese Unie eindelijk een nieuw elan en slagkracht geeft. Carrièrepolitici en Europese functionarissen zijn een afstandelijke elite gaan vormen, een nomenklatoera van eurocraten, die heel wat burgers zien of ervaren als neerbuigend, voortvarend en verstikkend. Er is in Europa onvoldoende draagvlak voor een voortgestuwde integratie, een ever closer union naar Amerikaans model. Vandaag oogt de Europese constructie gehavend. De eenheid in verscheidenheid manifesteert zich niet. De bewoners ruziën en hebben stilaan genoeg van windhanen, moraalridders en hypocrieten die hen voortdurend de les spellen (de maakbare samenleving) en intussen zichzelf van riante inkomsten voorzien tijdens hun politieke loopbaan, maar vooral nadien via bestuursmandaten en lobbywerk c.q. in het sprekerscircuit (de graaicultuur). Dat is de perceptie, al dan niet gefundeerd. Waarvan jammer genoeg vooral de demagogen profiteren.

Een grondige renovatie van het EU-huis die de draagstructuren van 70 jaar welvaart en vrede (inclusief de val van het IJzeren Gordijn) intact laat, dringt zich op. Dat vergt visionaire, maar vooral pragmatische architecten die in plaats van autoritair maatregelen van bovenaf op te leggen (bv. in de toepassing van het vrij verkeer van personen), in eerste instantie oplossingen weten voor te stellen die inspelen op de behoeften en verwachtingen van hun bouwheren en financiers, de EU-burgers. Geostrategische maneuvers zoals de inmenging van de EU in Oekraïne (associatieverdrag) en de toetredingsonderhandelingen met Turkije (een cocktail van autocratie en islamisme, een nieuw sultanaat) passen niet in dat plaatje, maar geven duidelijk blijk van de wereldvreemdheid van de Europese cenakels. Inzake internationale politiek is er daarnaast de dikwijls doelbewuste begripsverwarring bij een aantal weldenkende EU politici en in sympathiserende media over vluchteling, asielzoeker en immigrant. Voormalig Belgisch buitenlandminister en eurocommissaris voor Handel Karel De Gucht stelt hierover in De Standaard van 27/08/2016: ‘De Conventie van Genève zegt dat we mensen in nood moeten opvangen, niet dat ze hier een huis en een job moeten krijgen. Als de toestand in Syrië normaliseert, willen de meesten ook liever gewoon terug.’ ‘Het is gewoon niet realistisch dat je een grote groep vluchtelingen in Europa kunt spreiden en integreren. Oost-Europa wil die last niet dragen. Je kunt dan zeggen: dat is niet serieus. Maar dat is nu eenmaal de realiteit van de internationale politiek.’

Robert Fico, de premier van Slovakije, dat van 1 juli tot 31 december 2016 EU-voorzitter is, pleit met de Visigrad-groep (Slovakije, Polen, Hongarije en Tsjechië) voor een Europa met meer zeggenschap voor de naties en een betere balans tussen de EU-lidstaten en de Europese instellingen. We kunnen hier generaal en Frans president Charles de Gaulle (1890-1970) citeren, die blijkbaar zijn tijd ver vooruit was: ‘Pour pouvoir aboutir à des solutions valables, il faut tenir compte de la réalité. La politique n'est rien d'autre que l'art des réalités. Or, la réalité, c'est qu'actuellement l'Europe se compose de nations. C'est à partir de ces nations qu'il faut organiser l'Europe et, s'il y a lieu, la défendre. Sur la base de cette alliance, il faut bâtir une Confédération, c'est-à-dire un organisme commun auquel les divers Etats, sans perdre leur corps, leur âme, leur figure, délèguent une part de leur souveraineté en matière stratégique, économique, culturelle.’ (toespraak op 23/02/1953).

In de praktische toepassing van het EU basisprincipe van het vrij verkeer van personen, diensten, goederen en kapitaal, samen met de vrijheid van vestiging, is er een wezenlijk verschil tussen enerzijds intensieve economische samenwerking (de vrijhandelszone) en anderzijds gedwongen gelijkschakeling van de leefwereld en werkomgeving van de EU burgers (de federale Europese staat). Het eerste ervaren de Europeanen als positief, het tweede als bedreigend. Ongecontroleerde migratie versterkt bovendien het gevoel van onbehagen en onveiligheid, al dan niet terecht, al dan niet in combinatie met een flinke dosis xenofobie en nostalgie.

De Brits-Hongaarse socioloog Frank Furedi, auteur o.m. van Culture of Fear (1997) en The Politics of Fear (2005), detecteert een sterke culturele onzekerheid bij de Europeanen. Mensen voelen zich volgens hem vervreemd, ze hebben het gevoel dat alles hen ontglipt. Ze zijn onzeker en bang. Het grote probleem is dat de traditionele politieke partijen niet hebben willen luisteren naar de bevolking. Dat falen is het werk van een hele generatie politici. Bart De Wever, historicus en voorzitter N-VA in De Tijd van 02/07/2016: ‘We leven in een tijd van onbehagen. De ontsporing van het financieel kapitalisme vanaf 2008 heeft diepe wonden geslagen. Het zit de mensen heel hoog dat er unfairness is in de wereld. De crisis roept bij iedereen vragen over identiteit en burgerschap op: wie zijn wij vandaag en wie worden we morgen? Dat maakt sommige debatten heel scherp.’

De stortvloed aan richtlijnen en verordeningen om op alle domeinen tot in de kleinste details regulerend op te treden, helpt hoegenaamd niet om de EU als een wervend project te zien eerder dan als een logge, centralistische  bureaucratie. Het begrotingskeurslijf dat de EU de lidstaten oplegt, heeft het voordeel van de discipline, maar het nadeel van de absurditeit als bv. overheden infrastructuurwerken type Oosterweel in Antwerpen niet over de jaren als investeringskosten mogen afschrijven zoals bedrijven dat doen. Volgens de Europese Commissie dienen overheidsinvesteringen eenmalig ten laste te komen van de begroting. Door de combinatie met het begrotingsevenwicht dat de EU de overheden oplegt, is aldus het frustrerende gevoel ontstaan dat grote investeringen niet langer mogelijk zijn. Met alle ongewenste gevolgen voor economische relance en werkgelegenheid.

Nochtans is investeren in infrastructuurwerken een kerntaak van de overheid en gezien de significante budgettaire impact, dient de aanrekening ervan te gebeuren volgens een eenduidig referentiekader. Op 11/07/2016 heeft de Belgische minister van Financiën Johan Van Overtveldt op de Eurogroep (waarin de 19 landen van de eurozone vertegenwoordigd zijn) een voorstel gelanceerd om de begrotingsregels te versoepelen voor investeringen in infrastructuurprojecten bv. door deze buiten het te behalen begrotingssaldo te houden of door de kostprijs ervan boekhoudkundig te spreiden over meerdere jaren. Werkgroepen gaan de impact hiervan nu becijferen.

Afgetreden Brits eurocommissaris voor Financiële Diensten en Markten, Lord Jonathan Hill, heeft op 14/07/2016 nog een plan voorgesteld om de Europese markt voor durfkapitaal eveneens nieuw leven in te blazen. De Amerikaanse markt voor durffondsen is vijf keer groter en trekt veel innovatieve Europese kleine en middelgrote ondernemingen aan, die daardoor in de VS werkgelegenheid creëren en niet in Europa. Met het plan kan Europa in de komende vijf jaar 90 miljard EUR mobiliseren. Bovendien had Lord Hill opdracht gegeven de nieuwe regels voor de financiële sector te evalueren (call for evidence) ‘om te onderzoeken hoe die op elkaar inwerken en te kijken hoe het regelgevend kader groeivriendelijker kan’. Hij was bezig een blauwdruk te ontwikkelen om de regeldrift van de EU aan banden te leggen, meer maatwerk te installeren, de efficiëntie van de EU-regels te controleren en aldus te komen tot een wetgevende omgeving die in eerste instantie investeringen ondersteunt, waaruit dan groei en banen kunnen voortvloeien. Hopelijk gaat dat bijzonder nuttige werk door zijn ontslag niet verloren.

Complexiteit en rigiditeit zijn geen garantie voor efficiëntie. Het is tijd voor hervormingen die de EU structuren afslanken en tot hun essentie herleiden. Het is tijd voor verdieping van de EU in het belang van haar burgers, eerder dan voor uitbreiding en associatie (anno 2016 betalen de 15 lidstaten van 1995 nog steeds 92 % van het Europese budget). Het is tijd voor respect voor regio’s en gemeenschappen die wel in alle openheid constructief willen samenwerken, maar tegelijk hun lot zoveel mogelijk in eigen handen willen houden (empowerment). Het is tijd voor democratisch verkozen, bezielend en coördinerend leadership dat kan functioneren zonder de voogdij van de staats- en regeringsleiders van de lidstaten, zonder de tijdsdruk van nationale verkiezingen en zonder in te spelen op de waan van de dag in de media. Europa is een werkwoord, geen à la carte zelfbediening voor de lidstaten noch een egotrip van voluntaristische politici.

We signaleren dat er in Groot-Brittannië vrijwel onmiddellijk stemmen zijn opgegaan om het referendum over het EU lidmaatschap te herhalen, met als argument dat bij een opkomst van minder dan driekwart van de kiezers een meerderheid van 60% nodig is om van het referendum beleid te maken. Met een opkomst op 23 juni jl. van 72% waarvan 51,9% voor de brexit stemde, zou de Britse regering de banden met de EU niet mogen verbreken. Politiek lijkt dit scenario vandaag weinig realistisch. Het voorbeeld van verandering van mening is Ierland, waar de bevolking op 12 juni 2008 tegen het Verdrag van Lissabon stemde om nadien in een tweede referendum op 2 oktober 2009 datzelfde verdrag goed te keuren. Het scenario dat de Ieren een tweede keer vóór zouden stemmen was hen niet vreemd. Bij de goedkeuring van het Verdrag van Nice in 2001-2002 stemden de Ieren in een eerste referendum eveneens tegen om na enige tijd en nieuwe onderhandelingen alsnog ja te zeggen. De nieuwe Britse premier Theresa May heeft bij haar aantreden op 13/07/2016 niettemin verklaard: ‘Brexit means brexit’. Bij gebrek aan expertise is de kans wel reëel dat het VK de complexe onderhandelingen met de EU-technici pas in het najaar van 2017 activeert, waarna de overgangsperiode van twee jaar begint. De eerstvolgende parlementsverkiezingen in het VK vinden plaats in 2020. Is de uittredingsprocedure dan afgerond? Wait and see.

De bekende Franse econoom Thomas Piketty, auteur van ‘Le Capital au XXIe siècle’ (2013, Editions du Seuil) is in dit verhaal dissonant. Hij acht Duitsland (bondskanselier Angela Merkel) de hoofdschuldige van de brexit door betweterigheid, egoïsme en nationalisme. ‘Duitsland stelt zich zeer betweterig op en dat is voor de andere Europese landen onverdraaglijk.’ De Duitsers hebben een recordoverschot van 8,1 % op hun handelsbalans (2015) en dat vindt Piketty absurd. ‘De export van een land moet in verhouding staan tot wat het importeert. Voor mij betekent dit niets anders dan dat Duitsland de bedoeling heeft om andere landen te domineren en in hun plaats te produceren. Wanneer alle landen zo'n positieve handelsbalans zouden kunnen voorleggen als Duitsland dan zou hier geen sprake van zijn.’ De handelsoverschotten van Duitsland bedragen 100 miljard EUR met Frankrijk, 60 miljard EUR met Italië, 30 miljard EUR met Spanje en 20 miljard EUR met België. Kortom de andere landen betalen voor de goede gang van zaken bij onze oosterburen, die voor de eerste helft van 2016 ook een begrotingsoverschot boeken van 18,6 miljard EUR of 1,2% van het bbp.

Duitsland is een exportland. Tussen 2008 en 2016 is de waarde van de euro gedaald met 30%, waardoor Duitse producten voor de rest van de wereld ook 30% goedkoper zijn geworden. Dit is een enorm concurrentievoordeel, waardoor er bovendien in snel tempo nieuwe banen zijn bijgekomen. De werkloosheid in Duitsland ligt vandaag op het laagste niveau ooit (4,2% in mei 2016 volgens Eurostat). Ter info, voor het VK bedraagt het cijfer 5% (maart 2016), voor Nederland 6,3%, voor België 8,4% en voor Frankrijk 9,9% (mei 2016). Het gemiddelde voor de huidige EU 28 situeert zich op 8,6%.

Duitsland en ook Nederland (in Europa voorstanders van rigoureuze begrotingsdiscipline) hebben al jaren een veel te hoog overschot op de lopende rekening van hun betalingsbalans (spaaroverschot) en dat vormt een bedreiging voor de stabiliteit van de eurozone. Beide Noord-Europese landen produceren meer dan ze consumeren en zetten het verschil (hun overcapaciteit) af in het buitenland. Daarmee parasiteren ze op de vraag in het buitenland, zeggen critici. Zij stellen dat dergelijke grote overschotten het Zuid-Europese landen heel wat moeilijker maakt hun omvangrijke tekorten en schulden weg te werken, ondanks de draconische bezuinigingen die precies Duitsland en Nederland hebben laten doorvoeren, met o.m. hoge werkloosheid tot gevolg (cijfers Eurostat mei 2016) in Griekenland (24,1%), Spanje (19,8%), Portugal (11,6%), Italië (11,5%).

Ook de Europese Commissie en het Internationaal Monetair Fonds hebben het probleem van de handelsoverschotten al aangekaart. Zij zien graag dat vooral Duitsland de binnenlandse vraag en daarmee de import stimuleert. Zo zouden ook andere landen kunnen profiteren van de Duitse groei. Een kwestie van solidariteit, waar Duitsland en Nederland in de EU regelmatig op aandringen, bv. in de asiel- en migratiecrisis (spreidingsplan en quota per lidstaat). Als de EU-wetgeving (six-pack) correct zou worden nageleefd, zou Duitsland voor het derde jaar op rij boetes dienen te krijgen voor het in gevaar brengen van de macro-economische stabiliteit van de eurozone (Macroeconomic Imbalance Procedure). Quod non. ‘Het idee om te streven naar een eeuwig exportoverschot en zo rijk te worden ten koste van anderen is een intellectuele dode tak die helaas springlevend is in de ogen van onze beleidsmakers’ (Koen Schoors, professor economie UGent in De Tijd 13/01/2016).

Opvallend zijn dan ook de uitspraken van de Duitse minister van Financiën Wolfgang Schaüble in de Duitse krant Welt am Sonntag van 03/07/2016. De huidige EU moet verder afbouwen. Dat is het enige juiste antwoord op de brexit. In plaats van meer Europa moeten er meer verantwoordelijkheden overgedragen worden naar het nationale niveau. Volgens Schaüble is het nu tijd voor pragmatisme. ‘Het is zeker niet het juiste moment om aan een verdieping van de eurozone te werken. We kunnen, tegen de achtergrond van een groeiend populisme en diepe euroscepsis niet gewoon voortdoen zoals vroeger.’ ‘Een intergouvernementele aanpak is dringend nodig.’ Zelf zegt hij in de grond een voorstander te zijn van Europese verdieping. ‘Maar daar is het nu de tijd niet voor.’ Daarmee gaat Schaüble lijnrecht in tegen de visie van de Franse president François Hollande, de Italiaanse premier Matteo Renzi, de Belgische premier Charles Michel en uiteraard de Europese Commissie die er allemaal voor pleiten dat precies de eurozone haar economische en politieke integratie zou versnellen.

Volgens de Amerikaanse president Barack Obama is de brexit een reactie op de constant uitgebreide Europese Unie, ‘die waarschijnlijk te snel en zonder de nodige consensus voortschreed’. ‘Ik denk dan ook dat heel Europa op dit moment zal zeggen: laten we diep ademhalen en uitdokteren hoe we een deel van onze nationale identiteiten kunnen behouden, hoe we de voordelen kunnen plukken van integratie en hoe we om moeten gaan met de frustraties bij sommigen van onze kiezers’ (National Public Radio interview 28/06/2016). Obama en zijn minister van Buitenlandse Zaken John Kerry beklemtonen voorts het trans-Atlantisch militair NAVO-bondgenootschap waarvan het VK een wezenlijk onderdeel blijft.

De Russische president Vladimir Poetin (op 24/06/2016 op bezoek in Oezbekistan) meent van zijn kant dat  de beslissing van de Britten om de EU te verlaten, dient gezien als een protest tegen de toenemende machtsconcentratie van de Brusselse bureaucratie en in direct verband staat met de migratievraagstukken,  de veiligheidskwesties en de financiële steun aan economisch zwakkere lidstaten. Het spreekt voor zich dat een verdeeld Europa in de kaart speelt van Rusland, dat overigens recent (einde juni) de banden met China heeft aangehaald (strategisch partnership), zijn economische relaties met het Turkije van president Recep Tayyip Erdogan heeft hersteld (begin augustus) en daarnaast de spanning met Oekraïne opdrijft.

Ook in China is de brexit een belangrijke gebeurtenis. ‘Het onderwerp houdt de Chinese middenklasse bezig, grote en kleine bedrijven herzien hun strategie. Van de globale Chinese investeringen gaat vandaag bijna niets naar West-Europa. Wel is er het ambitieuze New Silk Road-project richting de Baltische staten en het Midden-Oosten, en dus niet naar West-Europa. Daarnaast is er het nog niet opgestarte South Silk Road-project waarbij China het Kra Isthmus-kanaal door Thailand zal financieren. In het nieuwe vijfjarenplan is de desinteresse voor West-Europa eveneens te merken’ zegt Frans Vandenbosch, Program Manager voor de begeleiding van westerse bedrijven in China (op de website van Doorbraak.be 18/07/2016). De Chinezen kijken wel naar kansen in Groot-Brittannië. ‘Met hun scherp gevoel voor tactiek en commerciële voordelen, bespreken ze de brexit tot in alle details. Nu het pond sterk in waarde is gedaald, is de gegoede middenklasse, met haar extreme koopwoede, op zoek naar luxeproducten, huizen en appartementen in Londen en in grote steden met internationale universiteiten. In de voorbije weken is een recordaantal Britse bedrijven en winkelketens in handen van Chinezen gekomen.’

Bron: HM Treasury analysis: the long-term economic impact of EU membership and the alternatives (april 2016).

Vandenbosch gaat verder: ‘Voor het VK is de brexit een unieke kans om de banden met China aan te halen. Als het dat doet met de snelheid en de stijl van Australië, dan is de Britse economie er in vijf jaar tijd weer helemaal bovenop. Na het bezoek van de Chinese president Xi Jinping in oktober van vorig jaar en als gevolg van de brexit, is voor Groot-Brittannië een tijdperk aangebroken van intense economische en culturele samenwerking met China.’ Dat is een heel ander geluid dan de sardonische commentaren in de Europese gremia en de politiek correcte media na de brexit.

Tot slot nog een commentaar van Geert Mak (Nederlands jurist en journalist, auteur van In Europa en Reizen zonder John) op de website van de Nederlandse krant NRC (02/07/2016): ‘De EU groeit in de richting van een project met meerdere snelheden: een kerngroep omringd door landen die soms wel meedoen - bv. Schengen - en soms ook weer niet. Daardoor ontstaat voor alle partijen grotere vrijheid en flexibiliteit. Die kerngroep zal, onvermijdelijk, op bepaalde terreinen een sterker federaal karakter hebben. Dat schept echter ook helderheid: op de meeste andere terreinen blijft zo juist de soevereiniteit van de nationale staten gegarandeerd. En met zo’n constructie ontstaat eindelijk ook ruimte voor een duidelijke en volwassen democratische verantwoording op alle Europese niveaus. Zo zou het kunnen gaan. De vraag is alleen: kan dat Byzantijnse Brussel nog tijdig worden hervormd? En zijn de Europese en nationale politici in staat om hun kiezers ditmaal wel in dat proces mee te nemen? Het zal een politieke monsterklus worden, zoveel is zeker, die zal moeten worden getrokken door een handvol briljante, moedige en charismatische mannen en vrouwen. Op historische momenten zijn die vaak, goddank, aanwezig. Maar soms ook niet.’

Het debat over de brexit en de toekomst van de EU is hoe dan ook open, zeker met het zicht op de verkiezingen volgend jaar in Nederland (maart), Frankrijk (april/mei) en Duitsland (september). Twee citaten: ‘The measure of intelligence is the ability to change’ (Albert Einstein). ‘When my information changes, I alter my conclusions. What do you do, sir?’ (John Maynard Keynes).

Aanbevolen lectuur: ‘BREXIT 2016 Policy analysis from the Centre for Economic Performance’, The London School of Economics and Political Science, June 2016.


Dit memorandum is opgevat als een synthese van de commentaren over de brede context van de brexit, verschenen op websites (o.m The Project Syndicate, Europa Nu, Doorbraak.be) en in kranten (o.m. De Tijd, De Standaard, NRC, The Financial Times) en tijdschriften (o.m. The Economist, Trends, Knack), aangevuld met persoonlijke reflecties. Voor meer informatie over de geciteerde auteurs en wetenschappers, gelieve het internet te raadplegen.

Marc Peeters

Voorzitter Median NV en FinPlan vzw Vereniging voor Financiële Planning
Gedelegeerd bestuurder Mentor NV Instituut voor Vermogensanalyse