Asiel en migratie: enkele economisch-sociale overwegingen

02 augustus 2018     door Mark Scholliers

1. Zo de rechtstreekse kostprijs voor de diverse Belgische overheden van migratie naar België bekend is (de 1,5 miljard euro in 2016 en 2017 genoemd in de Belgische meerjarenbegroting), zijn de onrechtstreekse kosten een groot raadsel. Minister Van Overtveldt heeft de Nationale Bank opdracht gegeven die kostprijs te berekenen (De Tijd van 18/05/2018). Dit betreft de strikt economische kostprijs. Volgens hetzelfde artikel in De Tijd bedraagt deze economische kostprijs 43.000 euro in Nederland en Noorwegen - waar deze oefening al heeft plaats gevonden - voor een migrant die op zijn 25ste in een van die landen aankomt. In het artikel is het niet duidelijk of dit een eenmalig bedrag betreft dan wel een jaarlijkse kost. Ik vermoed een jaarlijkse kost als je rekening houdt met bv. alleen al de OCMW toelagen of werkloosheidsuitkeringen voor een migrant die wettelijk in België verblijft en op voorwaarde dat hij de voorwaarden vervult om hierop recht te hebben (denk aan wachtperioden en minimale bijdragen). De tewerkstellingsgraad van mensen met een migratieachtergrond ligt in België ongeveer 20 procentpunten lager (d.w.z. iets boven 41%) dan die van autochtone Belgen (FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, ‘De Belgische arbeidsmarkt in 230 tabellen’, 19/01/2018). Ik wil er bovendien op wijzen dat het ontvangen van sociale zekerheidsuitkeringen geen invloed heeft op de verblijfstatus van immigranten met een verblijfsvergunning van onbepaalde duur. Aan de andere kant worden de regels voor migranten almaar strenger bv. wat betreft het verkrijgen van een verblijfsvergunning of om recht te hebben op sociale uitkeringen zoals de inkomensgarantie voor ouderen (IGO). Ook gezinshereniging wordt minder eenvoudig gemaakt. Die ingrepen zullen een matigende invloed hebben op de stijging van de economische kostprijs van legale immigratie (zie European Migration Network - EMN, ‘Toegang van migranten tot de sociale zekerheid - beleid en praktijk in België, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck, Universiteit Antwerpen, 2014). De feitelijke kostprijs van legale immigratie reikt echter verder dan de strikt economische. Enkele voorbeelden. De inspanningen die een gemiddelde lagere of middelbare Vlaamse school levert om kinderen met een migratieachtergrond over de eindtermen te tillen, benadelen de betere leerlingen die minder aandacht krijgen¹. In rusthuizen e.d. worden senioren almaar meer bediend door personeel dat matig tot nauwelijks Nederlands kent met als gevolg vervreemding van de autochtone bewoners en communicatieproblemen met mogelijk zware negatieve gevolgen. Het is niet eenvoudig een kostprijs te plakken op deze indirecte gevolgen van immigratie, maar dat er een is, is duidelijk.

2. België kent een sociaal zekerheidssysteem dat steunt op de bijdragen van werkenden. Hun statuut, nationaliteit of verblijfsvoorwaarden zijn minder of niet relevant. De financiering van dit systeem berust op repartitie. M.a.w. de sociale afhoudingen van lonen en salarissen van werkenden worden meteen gebruikt om kinderbijslagen en sociale uitkeringen aan werklozen, gepensioneerden, zieken... mee te betalen. Cruciaal in dergelijk stelsel is het aantal werkenden. Vandaag, nu België een hoogconjunctuur beleeft, lijkt er op dit vlak geen vuiltje aan de lucht; hier en daar is zelfs sprake van personeelstekorten. Maar dit is tijdelijk; de economische cyclus lijkt al te keren. Bovendien oogt de toekomst om ook nog andere redenen somber. Eerst en vooral is er de snelle automatisering, digitalisering en de imminente doorbraak van artificiële intelligentie op de werkvloer. Voor velen is dit een ‘ver van mijn bed show’. De tijd van zelfrijdende auto’s, drones die pakjes bestellen of een computerprogramma dat een medische diagnose stelt (zoals nu al de facto in de radiologie gebeurt) of een vonnis velt, is echter niet veraf. McKinsey raamt de wereldwijde impact van wat op dit ogenblik al mogelijk is op het vlak van automatisering en digitalisering op een potentieel verlies van 1,2 miljard (!) banen wereldwijd (McKinsey Global Institute, ‘Technology, Jobs and the Future of Work’, juni 2017). In België komt ongeveer 45% van alle betrekkingen in aanmerking om geheel of gedeeltelijk te worden geautomatiseerd. Dit zijn hallucinante cijfers. De gevolgen voor de financiering van de Belgische sociale zekerheid laten zich raden: het systeem stuikt in elkaar. Nu zal de soep wellicht niet zo heet worden gegeten (automatiseren kost veel geld; soms is het voordeliger toch nog met personeel te werken), maar de trend is gezet. Anderzijds is het argument dat automatiseren, digitaliseren enz. ook veel nieuwe banen creëert, correct. Het verlies op relatief korte termijn aan bestaande banen is echter veel groter. De invoering van de stoommachine begin 19de eeuw was eveneens ontwrichtend. Toen duurde het meer dan 50 jaar voor de gevolgen ervan voor de man in de straat werden opgevangen door nieuwe industrieën, een stijgende tewerkstelling en grotere welvaart. Zelfs al is de overgangsperiode nu misschien veel korter, dan nog zal de impact op de financiering van de Belgische sociale zekerheid groot zijn (uiteraard onder voorbehoud dat de financiering niet anders wordt ingevuld). Het enige positieve aan dit verhaal is dat de veroudering van de bevolking en dus het invullen van opengevallen banen, een heel wat minder groot probleem stelt dan vandaag algemeen gedacht². Immigratie van welke aard ook verhoogt het aanbod van werknemers zonder dat hiertegenover meer arbeidsplaatsen staan (integendeel zelfs, als gevolg van de om zich heen grijpende automatisering daalt de hoeveelheid beschikbare arbeid; zie hoger). Gevolg: de druk op de financiering van de sociale zekerheid neemt hand over hand toe. In dit verband is het merkwaardig dat de vakbonden en politieke partijen als de PvdA niet drastisch en openlijk tegen immigratie zijn. Meer arbeidsaanbod leidt tot structureel lagere lonen (iets wat werkgevers als muziek in de oren klinkt) en verzwakt de onderhandelingspositie van de laagste inkomensgroepen. M.a.w. meer immigratie treft hun ‘klanten’-(vakbonds)leden rechtstreeks in de portefeuille.

3. De klimaatopwarming speelt nu al een onderschatte rol in het ontstaan van migratie. Zo is het weinig bekend dat de jarenlange droogte van 2007 tot 2010 in de graanschuur van Syrië (de gebieden rond en ten Noorden van Aleppo) heeft geresulteerd in de massale verhuis van boerenfamilies naar de steden waar ze in armoede moesten leven. Dit in combinatie met de bevolkingsexplosie tussen 1950 en 2010 van 4 miljoen tot 20 miljoen inwoners leidde eerst tot grote onvrede, nadien tot hevige rellen en tenslotte tot burgeroorlog (Wikipedia, ‘De Syrische burgeroorlog’, geraadpleegd op 01/08/2018). De droogte in Syrië is geen alleenstaand fenomeen. Onderzoekers van de University of California en de Columbia University stellen dat in de gehele Vruchtbare Halve Maan (Syrië, delen van Egypte, Turkije, Irak en Iran), de gemiddelde temperatuur sinds 1900 met 1 tot 1,2° C. is gestegen. Anderzijds nam de neerslag er gemiddeld met 10 procent af. Ze zien de door de mens veroorzaakte opwarming van de aarde als oorzaak. (De Volkskrant, ‘Droogte droeg bij aan de oorlog in Syrië’, 02/03/2015). Maar niet alleen in de Levant warmt de aarde op, ook in Zuid-Europa (Griekenland, Italië, Spanje...). M.a.w. naarmate de klimaatopwarming zich verder doorzet zal de druk om naar het qua klimaat meer gematigde Noorden van Europa te immigreren nog toenemen.

4. Immigratie kan niet los worden gezien van de globalisering en - wat de Europese Unie betreft - van het vrije verkeer van personen, goederen en diensten zoals vastgelegd in het Schengen verdrag. Door de bank genomen wordt globalisering (het proces van wereldwijde economische, politieke en culturele integratie) voorgesteld als een positieve ontwikkeling die honderden miljoenen mensen vooral in Azië een beter bestaan heeft gebracht. Dat is natuurlijk zo en zondermeer een prachtige realisatie, maar globalisering is niet uitsluitend een succesverhaal. Er zijn ook slachtoffers, op de eerste plaats al de bevolkingsgroepen die hun baan zagen verdwijnen naar het Verre Oosten, Mexico of Oost-Europa. Dit betreft in de Verenigde Staten vooral blue collar werkers die in de sociale stratificatie opschoven van lagere middenklasse naar lagere klasse. Een relatief goed betaalde, zekere job inclusief sociale bescherming en een aantrekkelijk pensioen (bv. bandwerker in een autofabriek in Detroit of mijnwerker in Pennsylvania) moest noodgedwongen worden geruild voor een volatieler en vooral slechter betaald bestaan, vaak onder de vorm van deeltijdse arbeid of in de zogenaamde ‘gig economy’ (tewerkstelling als zelfstandige in het kader van specifieke, tijdelijke opdrachten zoals autodelen, pakjes of maaltijden afleveren, of nog, babysitten of honden rondwandelen). Op de koop toe heeft sinds 2009 de economisch-financiële politiek van de centrale banken de inkomensongelijkheid sterk doen toenemen³ . Deze ontwikkelingen hebben ongetwijfeld bijgedragen tot de Brexit en de verkiezing van Donald Trump tot Amerikaans president. Binnen de Europese Unie (Schengen landen) brokkelt de steun voor het vrije verkeer van vooral personen gestaag af. In tegenstelling tot wat bv. in de Verenigde Staten gebeurt, is dit niet zozeer het gevolg van globalisering, maar van het zich willen beschermen tegen als ongewenst beoordeelde ontwikkelingen wat betreft de impact van immigratie op de eigen identiteit (zie punt 5). De zogenaamde Visigrád landen (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië) zijn hiervan de voortrekkers.

5. Immigratie is van alle tijden. Maar moet men het daarom per definitie omarmen? Moet men er zomaar mee instemmen dat nieuwkomers hard bevochten vrijheden in vraag stellen? In een met de blik op de achteruitkijkspiegel profetisch boek (Samuel P. Huntington, ‘The Clash of Civilizations’, 2002), stelt de auteur dat conflicten tussen beschavingen de wereldwijde politieke scene gaan beheersen, veel meer dan vooral economische conflicten dat in de 19de en 20ste eeuw hebben gedaan. Vandaag blijkt dit inderdaad het geval te zijn. Het Turkije van Erdogan is er een voorbeeld van, maar ook de Verenigde Staten onder Trump. In de Europese Unie dat leeft onder het juk van een resem niet verkozen commissieleden en administrateurs die hun eigen idealiserend en globaliserend wereldbeeld opdringen, is een stille revolutie aan de gang. De identiteit van de oorspronkelijke bevolkingen van de Europese lidstaten wordt tegen snel tempo uitgehold en vervangen door een gelijkwaardigheidsdenken waarbij het niet uitmaakt welke waarden iemand vertegenwoordigt, als het maar ‘zijn’ waarden zijn. Dit leidt tot situaties waarbij o.m. besnijdenis wordt gedoogd (al is deze ingreep in België bij wet verboden volgens artikel 349 van het Strafwetboek)4, waarbij de toegang tot het zwembad op basis van geslacht wordt geregeld, of waarbij homofobie in de praktijk vaak wordt getolereerd. Voorgaande voorbeelden betreffen veelal Islam geïnduceerde praktijken, en dat is geen toeval. De toename van het aantal moslims in West-Europa en meer bepaald in België, zit in een stroomversnelling. Enerzijds is dit het gevolg van immigratie, anderzijds van hun veel hogere nataliteit. Volgens VRT NWS (30/11/2017) stijgt het aantal moslims van Belgische nationaliteit van actueel 7,6% tot 18% in 2050. Niet alleen grootsteden als Antwerpen en Brussel zullen dan een absolute moslimmeerderheid kennen, maar ook in centrumsteden van Aalst tot en met Willebroek zal de moslimaanwezigheid het landelijke gemiddelde van 18% beduidend overstijgen. Het is een open vraag of moslims zich zullen integreren - m.a.w. de verworvenheden van hun nieuwe thuisland niet alleen zullen respecteren, maar ook verdedigen - dan wel zich zullen houden aan de bepalingen van de Koran. Wat dit laatste betreft, is de Koran naast een religieus boek, een bloemlezing van regels over de organisatie van de samenleving. Om die redenen noemen sommigen het een politiek systeem (Wikipedia, ‘Political aspects of Islam’, geconsulteerd op 01/08/2018). Hoe dan ook komt volgehouden immigratie vanuit Islamlanden neer op het introduceren van een extra dimensie aan de immigratieproblematiek: het risico dat de identiteit zelf van de ontvangende landen wordt beïnvloed, laat staan permanent gewijzigd.

Tot slot...

We leven in een tijdsegment gekenmerkt door fundamentele veranderingen op sociaaleconomisch vlak. Een welvarende samenleving als de Belgische en bij uitbreiding de West-Europese, heeft de middelen om een tijdelijke, belangrijke opstoot van de toevloed van vluchtelingen ten gevolge van bv. oorlogsgeweld op te vangen (zie de Joegoslavië crisis van 1985 tot 1995). Maar intussen is er de klimaatopwarming, de bevolkingsexplosie in Afrika, het Midden Oosten en grote delen van Azië en de snelle digitalisering en doorbraak van kunstmatige intelligentie. Anders gesteld, het economische, sociale en technologische kader is compleet gewijzigd.

In plaats van vluchtelingen die na verloop van tijd terugkeren naar hun thuisland, hebben we vandaag meer en meer te maken met economische gelukszoekers. Zelfs Syrische asielzoekers hebben dikwijls niet op de eerste plaats bescherming op het oog voor het geweld in hun thuisland, maar willen hier een nieuw leven opbouwen. De Belgische overheid helpt hierbij maximaal, waarbij staatssecretaris Theo Francken niet beter doet dan zijn voorgangers (overigens, binnen het wettelijke kader kan hij ook niet anders)5. Het gevolg is dat de Europese Unie nog steeds het beeld uitdraagt van een gebied dat niet alleen asielzoekers maar ook allerhande andere migranten met open armen verwelkomt. De gevolgen liggen voor de hand: in steeds meer Europese landen kiezen burgers voor regeringen die men 67 populistisch noemten worden maatregelen getroffen om de immigrantentoevloed af te remmen7.

Naar mijn mening is het versterken van Fort Europa inderdaad de enig mogelijke weg, indien het de bedoeling is de structuur en de grondwaarden van onze samenleving gedurende enige tijd min of meer te vrijwaren. Oké, gecontroleerde immigratie op basis van de Europese blauwe kaart voor knelpuntberoepen moet mogelijk zijn. Maar het open grenzenbeleid dat in de praktijk nog altijd grotendeels onbestraft voortduurt (zie de bestorming van Ceuta of rubberbootjes die tussen de zonnekloppers op de stranden van Algeciras en Cádiz aanmeren)8 is als een kanker die onze sociale verworvenheden en de samenhang van onze samenleving tegen snel tempo ondergraaft.

Bij ongewijzigd beleid en samen met de andere megatrends (bevolkingsexplosie vooral in Afrika, technologische revolutie, klimaatopwarming), leidt dit in België op termijn tot de verschrompeling van de sociale zekerheid, tot het institutionaliseren van armoede en het verder vergroten van ongelijkheid.

Mensen zijn niet dom, ook de man in de straat niet. Naarmate de eigen identiteit steeds meer in vraag wordt gesteld, is de normale reactie een terugplooien op zichzelf, op de dingen die men kent en begrijpt. Daarom verwacht ik dat in de komende jaren de antiglobalisme tendens sterk zal aanzwellen, culminerend in de verdere opmars van populistische Europese regeringen. De Belgische federale verkiezingen van wellicht mei 2019 zijn in dit verband een goede test. Een terugdringbeleid op z’n Australisch zit dan in de kaarten. Evenwel, de demografische druk vanuit het Midden Oosten en Afrika zal daardoor niet afnemen. Kortom, het is moeilijk om voor het immigratieverhaal een ‘happy ending’ te bedenken.

Mark Scholliers 02/08/2018

 

© Copyright en disclaimer. De informatie in dit document is met de meeste zorg samengesteld. Er zal niettemin geen enkele aansprakelijkheid worden aanvaard voor eventuele onjuistheden of enige schade daardoor geleden door de lezer.